Hertoginnedal

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 13:20 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

naam van een kasteel waar in 1963 geheime besprekingen plaatsvonden tussen vertegenwoordigers van de regering, de partijen en het parlement die resulteerden in de taalwetten van 1963.

De fase Hertoginnedal kan als een belangrijk scharniermoment in de communautaire relaties worden gekarakteriseerd. De politieke constellatie was op dat moment gunstig voor het doordrukken van een aantal Vlaamse eisen: Vlaanderen bevond zich in een sterke sociaal-economische situatie en kon zich politiek opstellen als een eisende partij. De traditioneel Vlaamse strategie die erop gericht was de positie van de Nederlandstaligen te versterken via een stelsel van beschermende taalwetten en via de invoering van een sluitend controlesysteem op de toepassing van deze wetten, werd met het taalcompromis van Hertoginnedal een succes.

De voorgeschiedenis van het 'conclaaf' op het kasteel van Hertoginnedal was vrij bewogen. Na een mislukt parlementair debat over het vastleggen van de taalgrens en de voorgestelde taalregeling voor Brussel, werd in oktober 1962 een contactcommissie van de Christelijke Volkspartij (CVP) en de Belgische Socialistische Partij (BSP) opgericht, die een regeringsvergelijk voor de taalregeling in bestuur en in het onderwijs diende te vinden. Over de meeste onderdelen van de taalontwerpen kon een akkoord worden bereikt, behalve over de faciliteitenregeling.

De regering besloot daarop zelf een tekst aan het parlement voor te leggen (6 juni), waarin voorzien werd in de splitsing van het arrondissement Brussel in een eentalig Vlaams arrondissement Halle-Vilvoorde en een tweetalig arrondissement hoofdstad-Brussel, dat behalve de 19 gemeenten ook de 6 Vlaamse randgemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem zou omvatten. Het kabinetsvoorstel voor de afschaffing van de faciliteiten en de uitbreiding van de tweetalige agglomeratie Brussel werd op 19 juni beantwoord met een veto van de CVP-Kamerfractie. De regering was bereid om een tegenvoorstel te onderzoeken. Op 27 juni begon het Kamerdebat, maar intussen werd achter de schermen verder gezocht naar een tussenoplossing. Het vervangingsvoorstel kwam in wezen neer op het uitstellen van een definitieve beslissing: over de aanhechting van sommige Vlaamse randgemeenten bij Brussel zou pas in 1966 uitspraak worden gedaan. Bij de Vlaamse CVP was er weinig enthousiasme voor dit voorstel, de BSP verwierp het. Theo Lefèvre bood daarop (2 juli) het ontslag van de regering aan, dat door de koning geweigerd werd.

Omdat noch de CVP, noch de BSP de regering wilde laten struikelen over de Brusselse kwestie, kon premier Lefèvre de hoofdactoren uit de regering, de partijen en het parlement via geheim overleg op Hertoginnedal op 5 juli 1963 uiteindelijk tot een akkoord bewegen. Een aantal verkavelingsvoorstellen waarin voorzien werd in de overheveling van verfranste wijken naar het tweetalige Brussel, werd afgevoerd. Het definitief vergelijk bepaalde dat de 6 faciliteitengemeenten een afzonderlijk administratief arrondissement zouden vormen, dat noch tot Brussel noch tot Vlaanderen zou behoren, en gekenmerkt zou worden door een statuut van interne Nederlandse eentaligheid en externe tweetaligheid. Ook werd er voorzien in de mogelijkheid om er Franse kleuter- en lagere scholen op te richten. In ruil voor deze Vlaamse toegevingen, werd de administratieve tweetaligheid van de Brusselse openbare instellingen vastgelegd, de pariteit voor de hogere functies ingesteld, de gegarandeerde rekrutering van Nederlandstalig overheidspersoneel bekomen, de instelling van een controlesysteem en van een vice-gouverneur voor het toezicht op de toepassing van de taalwetgeving, alsook de taalcontrole in het onderwijs en de uitbouw van een eigen schoolnet. Op basis van het akkoord van Hertoginnedal keurden de Kamers kort daarop de nieuwe taalwetten goed.

Het compromis van Hertoginnedal stuitte van bij het ontstaan ervan op heftig (vooral) Franstalig verzet. Deze fase luidde dan ook het begin in van talrijke conflicten tussen beide gemeenschappen in de daaropvolgende jaren. De afbakening van Brussel, de Franstalige afwijzing van de instelling van controleorganen, het principe van de vrijheid van het gezinshoofd, de controverses met betrekking tot de toepassing van het tweetaligheidsprincipe van ambtenaren en de strijd om de randgemeenten, het zijn allemaal elementen die zouden blijven doorwerken in de relaties tussen beide taalgroepen. Hertoginnedal maakte op het taalpolitieke vlak een nieuwe dynamiek los, die ertoe zou leiden dat de taalwetgeving al spoedig gekaderd diende te worden tegen de achtergrond van een ruimer spanningsveld, waarin Brussel een cruciaal twistpunt zou worden: de strijd tussen gemeenschappen en gewesten.

Literatuur

Acta van het colloquium "Het probleem Brussel sinds Hertoginnedal (1963)" (Taal en Sociale Integratie, nrs. 11-13, 1988).

Auteur(s)

Anja Detant