Heremans, Jacob F.J.

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 13:20 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 27 januari 1825 – Gent 13 maart 1884).

Was de zoon van een kopergieter. Heremans volgde middelbaar onderwijs aan het atheneum te Antwerpen, waar hij les kreeg van en beïnvloed werd door Jan F. Verspreeuwen. Hij verliet de school voortijdig en werd vanaf 1 april 1843 hulpbibliothecaris van de Antwerpse stadsbibliotheek. Op 1 oktober 1844 werd hij leraar aan het college van Pitzemburg te Mechelen, waar hij Jan van Beers, die intussen op de Antwerpse stadbibliotheek werkte, verving. Een jaar later werd Heremans benoemd tot leraar aan het Gentse atheneum. In 1849 huwde hij Constance de Hoon (1818-1908). Zijn schoonzuster Virginie de Hoon was in 1840 gehuwd met Karel L. Ledeganck.

In 1854 werd Heremans benoemd tot lector aan de Gentse Rijksuniversiteit en voor de cursus Nederlandse letterkunde van de moderne tijd toegevoegd aan Constant P. Serrure. Hij bleef intussen atheneumleraar tot na zijn aanstelling in 1864 als buitengewoon hoogleraar. In 1871 volgde Heremans Serrure op en doceerde hij ook de geschiedenis van de Nederlandse letterkunde. Vanaf 1873 was hij gewoon hoogleraar. Zijn leeropdracht werd in 1876 uitgebreid met de cursus vergelijkende taalkunde en in 1881 met de vergelijkende letterkundige geschiedenis van de moderne Germaanse volkeren.

Intussen was Heremans ook als liberaal politicus actief. Hij zetelde in de Oost-Vlaamse provincieraad (1870-1876), de Gentse gemeenteraad (1875-1879) en in het college als schepen voor onderwijs (1879-1882). In 1883 verkreeg de zieke Heremans het emeritaat. Hij werd opgevolgd door Paul Fredericq.

Opgegroeid in het Vlaamse culturele leven te Antwerpen sloot Heremans zich na zijn benoeming te Gent onmiddellijk aan bij de maatschappij De Tael is gan(t)sch het Volk, waar hij Jan F. Willems, Prudens van Duyse, Ledeganck, Ferdinand A. Snellaert en anderen ontmoette. Aan het atheneum zette hij zich in voor de vorming van een groep Vlaamsgezinde jongeren. Dit leverde de V.B. mensen als Julius Vuylsteke, Tony Bergmann, O. Perier, Emiel Moyson, Gustave Rolin-Jaequemyns, Fredericq, Julius de Vigne, Karel Versnaeyen, Julius Sabbe en resulteerde in de oprichting van 't Zal wel gaan (1852). Heremans, die van nature voorzichtig was, bleef hierbij volledig op de achtergrond.

Als leraar Nederlands en later als hoogleraar voelde Heremans het tekort aan degelijke werkinstrumenten voor zijn vak zeer sterk aan. Hij heeft dat willen verhelpen door de publicatie van een reeks studies, handboeken, tekstuitgaven en bloemlezingen. Hij was literair actief in een aantal tijdschriften en was medestichter van Het Taelverbond (1845), waarin hij de letterkundige kritiek verzorgde, De Eendragt (1846), het Leesmuseum (1856), De Toekomst (1857) en het Nederlandsch Museum (1874), waarvan hij tot aan zijn dood bestuurder was. Door die activiteiten werd Heremans lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, lid van de Académie royale de Belgique en van de Koninklijke Academie van Wetenschappen te Amsterdam. In 1864 werd hij doctor honoris causa aan de Groningse universiteit.

In 1846 behoorde Heremans tot de stichters van het Vlaemsch Gezelschap. Zo kwam hij met de politiek in contact en werd hij een van de leidende figuren bij de Gentse liberalen. Hij werd niet alleen lid van het hoofdbestuur van de Association libérale, maar ook voorzitter van de Vlaamsche Liberale Vereeniging en van het Willemsfonds, als opvolger van Frans Rens. Zijn politieke ambten in de provincieraad en in de Gentse gemeenteraad gebruikte hij om de taalsituatie van de Vlamingen te verbeteren. Die inspanningen leverden door de stugge anti-Vlaamse houding van een groot deel van de Association libérale slechts bescheiden resultaten op, zodat hij in 1882, onder meer daarom, ontgoocheld afhaakte.

Heremans was Groot-Nederlander in hart en ziel. Die overtuiging deelde hij mee aan zijn leerlingen en dit werd een van de hoofdkenmerken van 't Zal wel gaan. Hij was medestichter van de Nederlandse congressen (1849) en nam er vrijwel ononderbroken aan deel. In hetzelfde verband ijverde hij voor de naderhand ingevoerde spelling-De Vries en Te Winkel. Door zijn vele publicaties in Nederlandse tijdschriften en zijn werk als filoloog was hij goed bekend bij onze noorderburen en had er een uitstekende naam.

Als liberaal was Heremans niet antigodsdienstig, maar hij richtte zich wel tegen de grote invloed van de clerus in de politiek. Kort voor zijn dood bekeerde hij zich tot het protestantisme. Na zijn overlijden werd op zijn wens zijn bibliotheek aan de Gentse Rijksuniversiteit geschonken en zijn privé-archief verbrand.

Werken

Artikelen in Het Taelverbond; Leesmuseum; De Volksalmanak van het Willemsfonds (1855-1857); Nederlandsch Museum; 
Beknopte nederduitsche spraekleer, 1846; 
Levensschets van den dichter Karel Lodewijk Ledeganck, 1847; 
Levensschets van Johan Theodoor van Ryswyck, 1850; 
Bloemlezing uit de nederduitsche dichters, 1853; 
Bloemlezing uit de nederduitsche prozaschrijvers, 1855; 
Nederlandsche Dichterhalle; bloemlezing uit de Nederlandsche dichters van de vroegste tijden onzer letterkunde tot op onze dagen, volgens dichtvakken en ouderdom gerangschikt, 1858-1864; 
Dictionnaire Français-Neerlandais et Neerlandais-Français, 1867-1869; 
Levensschets van Prof. B. David, 1868; 
Hadewijch werken, gedichten, 1875; 
De nieuwe wet tot regeling van het lager onderwijs in het koninkrijk der Nederlanden, 1878; 
De liederen van Jan I, hertog van Brabant, 1880.

Literatuur

W. Rogghé, Professor J.F.J. Heremans, z.j.; 
In memoriam J.F.F. Heremans 27 januari 1825-13 maart 1884, 1884; 
W. Rogghé, Gedenkbladen, 1889; 
P. Fredericq, Schets eener geschiedenis der Vlaamsche Beweging, II-III, 1906-1908; 
H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, III, 1964; 
L. Troch, 'Heremans, Jacob, Frans Johan', in NBW, X, 1983; 
id., Professor J.F.J. Heremans (1825-1884), pionier van het moedertaalonderwijs in Vlaanderen (Uit het verleden van de RUG, nr. 16, 1984).

Auteur(s)

Ludo Valcke