Gravez, Hilaire B.

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 18:56
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gijzegem 8 april 1889 – Aalst 3 september 1974).

Was tijdens zijn studies aan het Sint-Jozefscollege in Aalst (1900-1909) eind 1908 medestichter van de Katholieke Vlaamsche Studentengilde van Aalst en Omtrek, de Witte Kaproenen, waarvan hij in augustus 1912 algemeen voorzitter werd.

Als student in de geneeskunde te Leuven stichtte Gravez in 1911, met Firmin Deprez en Prosper Thuysbaert, de katholieke Vlaamse studentenvereniging Amicitia en werd hij voorzitter van de Oost-Vlaamse afdeling. Hij deed mee aan de taalgrensactie, aan de actie voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit (onderwijs) en aan de strijd voor de vernederlandsing van het leger. Hij raakte ervan overtuigd dat Vlaanderen alleen door zelfbestuur zijn rechten kon krijgen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Gravez als hulpdokter en officier bijna vier jaar aan het IJzerfront. Hij kwam er in contact met Frans Daels en Cyriel Verschaeve, stichtte gebedenbonden en studiekringen, werd in 1916 lid van het comité van het Secretariaat der Katholieke Vlaamsche Hoogstudenten, behoorde in 1916 tot de stichters van Heldenhulde en werkte mee aan het dagblad Ons Vaderland (1914-1922). Vanaf augustus 1917 was hij hoofdredacteur van het frontblaadje Uit 't Land van Aelst. In 1917 kreeg hij zitting in de Legervergadering van de Frontbeweging als afgevaardigde van de tweede legerdivisie. Maar in mei 1918 werd hij door de Belgische Veiligheidsdienst tewerkgesteld in een instelling voor tuberculose-patiënten in het Franse dorpje Fontgombault.

Na de oorlog studeerde Gravez voort in Gent en werd er voorzitter van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond. Hij zorgde ervoor dat de ex-gandavenses, de oud-studenten van de tijdens de Eerste Wereldoorlog vernederlandste Gentse universiteit, als volwaardige leden in het Verbond werden opgenomen. Achter de schermen werkte hij in het Aalsterse mee aan de versmelting van daensisten (Daensistische Beweging) en Fronters/Vlaams-nationalisten tot één politieke formatie. Hij was aandeelhouder van de Vlaamsche Spaar- en Leenbank in 1930 en medestichter van de Vlaams-nationale uitgeverij Dietschland in juni 1935 in Aalst.

Gravez werd Vlaams-nationaal senator: van 1929 tot eind 1932 voor het arrondissement Oudenaarde-Aalst en van 1936 tot 1939 voor het arrondissement Gent-Eeklo. In de Senaat schonk hij veel aandacht aan de belangen van de oud-strijders en de oorlogsslachtoffers. Als Vlaams-nationalist pleitte hij voor Vlaamse gelijkgerechtigdheid, Vlaamse legerafdelingen, amnestie, Vlaamse technische scholen en vakscholen, en de erkenning van Het Vlaamse Kruis. Als dokter vroeg hij maatregelen tegen het alcoholisme en voor een doeltreffende bestrijding van de tuberculose. Hij stelde tal van verbeteringen en aanvullingen voor op het wetsvoorstel over de oprichting van de Orde der Geneesheren.

In het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) behoorde Gravez tot de radicale Nieuwe Orde-gezinde en Groot-Nederlandse stroming. In oktober 1933 werd hij leider van het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond (AVNJ). Van 1936 tot 1940 was hij ook hoofdredacteur van het maandblad Deltakamp. Medio 1934 werd Gravez leider van de VNV-Jeugdcentrale, maar omdat hij het AVNJ als een onafhankelijke jeugdbeweging wilde behouden, kwam hij in conflict met VNV-leider Staf de Clercq en propagandaleider Reimond Tollenaere. Hij zocht samenwerking met het Algemeen Katholiek Dietsch Studentenverbond en het Dietsch Jeugdverbond, en probeerde het AVNJ op nationaal-socialistische leest te schoeien naar het voorbeeld van de Duitse Hitlerjugend. Het AVNJ ontving overigens een kleine subsidie uit Duitsland. Gravez trad daarbij eigenmachtig op maar slaagde er niet in aan het AVNJ uitstraling te geven. In maart 1938, toen Gravez verklaarde dat het AVNJ zich onafhankelijk van het VNV zou opstellen, zette De Clercq Gravez af en benoemde Edgar Lehembre tot Diets jeugdleider.

Na mei 1940 geloofde Gravez dat de toekomst van Vlaanderen in Duitse handen lag. Hij pleitte voor een verregaande collaboratie en voor actieve deelneming aan de Duitse oorlogvoering en aan de uitbouw van het Groot-Germaanse Rijk. Hij werd lid van de Algemeene-SS-Vlaanderen, secretaris-penningmeester van de Zannekin Arbeidsgemeenschap voor Zuid-Vlaanderen (Zannekin-Werkgemeenschap) en in 1943 Ambtsleider voor Volksgezondheid van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap. Na september 1944 werkte hij in een ziekenhuis en kraamkliniek in Lüneburg en hielp als Rode-Kruisdokter bij het Vlaamse Jeugdbataljon. In maart 1945 werd hij in de Vlaamse Waffen-SS divisie Langemarck bataljonsdokter met de graad van Obersturmführer.

In december 1946 veroordeelde de krijgsraad in Gent hem tot levenslange gevangenisstraf. In mei 1947 werd zijn straf teruggebracht tot acht jaar en in oktober 1947, na beroep van de burgerlijke partij en de krijgsauditeur, opnieuw tot tien jaar verhoogd. Gravez bleef in de cel tot mei 1950. Na zijn vrijlating heeft hij zich niet meer met politiek ingelaten. Hij bleef een overtuigd Vlaams-nationalist, werd voorzitter en erevoorzitter van de Aalsterse afdeling van het Verbond der Vlaamse Oud-strijders, en voorzitter (1962-1963) en erevoorzitter van het Sint-Maartensfonds.

Als dokter was Gravez secretaris en in 1934-1936 voorzitter van het Algemeen Vlaamsch Geneesherenverbond. Door zijn wetenschappelijk werk en zijn publicaties over kanker genoot hij ook in het buitenland bekendheid.

Werken

Nieuwe Geneeskunde is volksverbonden Geneeskunde, z.j.; 
'Zannekin onze Volksche Plicht & Eerste oproep van Zannekin', in Onze Volksche Plicht!, z.j. (1941); 
'De Vlaamsche Frontbeweging. Herinneringen', in Tijdingen van de Raad van Vlaanderen, nr. 1-2 (1933), p. 55-93; 
'Dietsche Levenshouding', in Deltakamp, jg. 1, nr. 6 (1936); 
'Voor een sterke Jeugdbeweging', in Strijd (2 september 1937); 
'Aanspraak van A.V.N.J.-Leider op de A.V.N.J.-Kampdag in Aalst', in Deltakamp, jg. 2, nr. 12 (1937); 
'Verantwoording', in Deltakamp, jg. 3, nr. 4-5 (1938); 
'De weg tot het Groot-Germaansche Rijk', in De SS man, jg. 2, nr. 43 (1942).

Literatuur

W.C.M. Meyers, 'De Vlaamsche Landsleiding', in Bijdragen tot de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, jg. 2 (1972), p. 29-86; 
L. Vos, Bloei en ondergang van het AKVS, 1982; 
J. en B. Ghysens, De Duitse bezetting te Aalst 1940-44. Reconstructie van een collaboratie, 1983; 
D. Butaye, 'De Witte Kaproenen te Aalst (1908-1935)', in Het Land van Aalst, jg. 43, nr. 4 (1991); 
F. van Campenhout, 'Hilaire Gravez. Portret van een Vlaams-nationalist. Gijzegem 1889 
Aalst 1974', in Het Land van Aalst, jg. 44, nr. 2 (1992); 
id., 'Gravez, Hilaire Benedikt', in NBW, XIV, 1992; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994; 
F. Seberechts, Niets dan het welzijn van ons volk. Het Vlaamse Kruis 1927-1997, 1997.

Auteur(s)

Frans van Campenhout