Deleu, Jozef

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 17:36 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

(Roeselare 20 april 1937).

Studeerde aan de normaalschool in Torhout en was van 1956 tot 1970 als onderwijzer werkzaam, eerst in Moeskroen, daarna in Menen. Op twintigjarige leeftijd, in 1957, stichtte Deleu, met zijn vriend André Demedts als mentor, het tijdschrift Ons Erfdeel. Als hoofdredacteur bouwde hij dit blad op tot een algemeen-Nederlands cultureel tijdschrift. In 1970 was hij de drijvende kracht bij de oprichting van de Stichting Ons Erfdeel waarvan hij afgevaardigd bestuurder werd en waarvan hij de verschillende publicaties leidde (Septentrion, De Franse Nederlanden, The Low Countries).

In de periode 1960-1961 was Deleu redactielid van het tijdschrift Neerlandia. In de jaren 1960 nam hij actief deel aan de werking van het taalgrenscomité West- Vlaanderen. Voorts werd hij lid van het Komitee voor Frans-Vlaanderen en van de Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren.

Als auteur publiceerde Deleu sinds 1963 9 dichtbundels en 7 prozawerken, die hem een vijftal literaire onderscheidingen opleverden. Ook een zestal bloemlezingen staat op zijn naam, onder meer het populaire meermaals gedrukte Groot Gezinsverzenboek thans Groot Verzenboek. Deleu heeft voorts een tiental essays op zijn naam, handelend over onderwerpen als Frans-Vlaanderen, Vlaamse en Nederlandse cultuurpolitiek of de evolutie van de V.B. De idee van een cultuurbeleid ten overstaan van het buitenland was reeds de rode draad in zijn eerste bundel notities, Nederlander en Europeër, journaal van een cultuurimperialist (1966). Twee jaar later publiceerde hij zijn eerste boek over Frans- Vlaanderen in samenwerking met Frits Niessen. Nieuw hierin was de situering, wars van elke irredentistische visie, van Frans-Vlaanderen als minderheidsprobleem in het Franse staatsverband en als onderdeel van de Nederlandse cultuurpolitiek.

In de periode 1969-1975 lag Deleu mee aan de basis van de eerste, tweedelige Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, waarvan hij redactielid was.

Veel weerklank vonden de lezingen en essays die hij in de late jaren 1980 en in de jaren 1990 publiceerde. De pleinvrees van de kanunniken, titel uit 1987, waarmee hij de Vlaamse vrees voor grotere geestelijke ruimten bedoelde, werd een begrip. Deleu klaagde de kloof aan tussen de technologisch- economische evolutie en de sociaal-culturele: "Het mythische Vlaanderen van de flaminganten wordt ingeruild voor het cynische Vlaanderen van de commerçanten." In volgende publicaties werkte hij zijn Vlaamse maatschappijkritiek verder uit. In zijn aanval op de "flandrokraten, vlaamskiljons en yuppies" keerde hij telkens terug op de eis van "authenticiteit" en "intellectuele kwaliteit". Deleu pleitte voor het Vlaamse recht "op te komen voor zijn identiteit", maar rekende af met "verkrampt nationalisme" en wenste een vreedzame confrontatie en uitwisseling met andere gemeenschappen. Dat leverde hem ter extreem-rechterzijde felle aanvallen op. "De Vlaamse Beweging", zo zegde hij aan interviewer Filip Rogiers in 1993, "is voor een deel leeggebloed en ingenomen door figuren met onvoldoende intellectuele bagage, omdat zich geen anderen meer aandienden." Dat komt omdat zij niet tijdig en in alle openheid "een groot demokratisch Vlaams projekt" heeft ontworpen. Toch bleef Deleu geloven in een "kritisch reveil". De waarde en weerklank van zijn werk op cultuurpolitiek en filosofisch gebied werden in de loop der jongste 25 jaar erkend met een negental onderscheidingen, in 1994 bekroond met een eredoctoraat van de Universiteit Gent en in 1995 met de Taaluniepenning.

Werken

Nederlander en Europeeër, journaal van een cultuurimperialist, 1966; 
met F. Niessen, Frans- Vlaanderen, 1968; 
Citoyen de la Frontière, 1988; - - De pleinvrees der kanunniken, 1987; 
Een beetje Colombus zijn, 1989; 
Mijn vaderland is de Nederlandse taal, 1990; 
Verzwegen misverstanden. Over onze onvoltooide emancipatie, 1991; 
Ik zou graag een vogel willen zijn, 1994; 
Wonen als een merel in de nacht, 1994.

Literatuur

K. Hemmerechts, Wie zijn neus schendt, 1966; 
G. Durnez, Denkend aan Nederland, 1968; 
F. Rogiers, Monologen met Jozef Deleu, 1993.

Verwijzingen

zie: Komitee voor Frans-Vlaanderen (derde trede, eerste rechts), Orde van de Vlaamse Leeuw.

Auteur(s)

Gaston Durnez