Willems, Alfons

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Joost-ten-Node 21 februari 1839 – Sint-Joost-ten-Node 27 november 1912). Vader van Leonard Willems.

Studeerde aan het college te Dendermonde en aan het atheneum te Brussel. Willems promoveerde in 1858 aan de Université Libre de Bruxelles (ULB) tot doctor in de wijsbegeerte en letteren. Van 1862 tot 1864 was hij Belgisch consul-generaal te Athene in Griekenland. Van 1880 tot 1882 bezette hij de pas opgerichte leerstoel Geschiedenis der Nederlandse letterkunde aan de ULB. Een jaar later werd hem het college in het Grieks toevertrouwd. In 1896 werd hij lid van de Koninklijke Academie van België.

Als student stichtte Willems in 1856 samen met A. van Camp in het spoor van de Gentse studentenvereniging 't Zal wel gaan het Nederduitsch Taalminnend Genootschap Schild en Vriend, de voorloper van Geen Taal Geen Vrijheid, met als doel de Vlaamse rechten in het hoger onderwijs te doen gelden en te verdedigen. In 1857 liet hij in Noord en Zuid, het jaarboekje van 't Zal wel gaan, een artikel verschijnen: "Wat men in Frankrijk zoo al over onze letterkunde denkt." Datzelfde jaar verscheen in de Messager des Sciences Historiques zijn "Etude sur le Poème Van den Vos Reinaerde", waarmee hij zich tot doel stelde het Franssprekend publiek op de hoogte te brengen van de Nederlandse letterkundige productie. In die zin liet hij ook een jaar eerder een artikel verschijnen in de Revue trimestrielle over Pieter C. Hooft.

Willems was in 1858 één van de oprichters van de progressief-liberale Brusselse Vlaamsgezinde vereniging Vlamingen Vooruit en een van de opstellers van het programma van deze vereniging. Hij organiseerde met enkele bestuursleden in 1858 een inschrijvingslijst om de zogenaamde Grievencommissie te ondersteunen. Op het banket ter ondersteuning der Grievencommissie op 25 april 1859 wees Willems erop "dat achter de Commissie heel het volk stond, een volk dat niet onder het Waalse juk door wilde gaan, noch als vreemdeling behandeld wilde worden". Als bestuurslid van Vlamingen Vooruit, ondertekende Willems in 1860 mede het manifest van deze maatschappij en was betrokken bij de oprichting van het Vlaamsch Verbond, dat wilde uitgroeien tot een derde politieke partij. Na het uiteenvallen van Vlamingen Vooruit in 1862 verbleef hij twee jaar in Griekenland, maar vanaf 1864 was hij actief in de in 1864 opgerichte Vlaamsgezinde Ligue de l'Enseignement. Verder ijverde hij voor de oprichting van een Nederlandstalig theater in Brussel.

Toch deed zijn voorliefde voor het Grieks Willems overhellen naar de studie van de Griekse literatuur, zodat de flamingant meer en meer verdween voor de Helleense filoloog. Dit belette hem echter niet studies of brochures over kunsten uit Noord-Nederland te recenseren: hij recenseerde onder andere in 1869 Vosmaers Rembrandt Harmensz. van Rijn, sa vie, ses oeuvres. Zijn bedoeling was steeds de minachting, de onverschilligheid en de opzettelijke onwetendheid van het Franssprekend publiek in België voor alles wat in het Nederlands werd voortgebracht, te doen verdwijnen.

Werken

Artikelen in Revue trimestrielle; Messager des Sciences historiques; 
Wat men in Frankrijk zoal over onze letterkunde denkt, 1857; 
Rembrandt Harmensz. van Rijn, sa vie et ses oeuvres, par C. Vosmaer, 1869; 
Les Elzevier. Histoire et annales typographiques, 1880.

Literatuur

M. Leroy, 'Willems, Alphonse', in BN, XXXI, 1961-1962, kol. 737-739; 
E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840-1873), 1979.

Auteur(s)

Janine Beyers-Bell; Sam van Clemen