Wijngaerd, De

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

oude rederijkerskamer, in 1353 te Brussel gesticht onder de naam Mariacrans; in 1657 heropgericht als De Wijngaerd, met de kenspreuk "Groeien en Bloeien".

In de 17de en 18de eeuw was hij een van de belangrijkste toneelkringen in de hoofdstad, maar onder het Franse bestuur werden zijn openbare vertoningen verhinderd. Daarom werd de troonsbestijging van Willem I op 30 juni 1816 met geestdrift begroet en met luister gevierd. Gedurende de Hollandse periode werden de voorstellingen voortgezet. In 1820 kreeg de maatschappij de titel 'Koninklijk' en van 1821 af kreeg ze een jaarlijkse toelage van 100 gulden. Na de Belgische Revolutie van 1830 viel het gezelschap wegens zijn gehechtheid aan de Hollandse regering uiteen. Maar reeds in 1839, zodra er Vlaamse manifestaties in de hoofdstad opdoken, werd de maatschappij hersteld. Onder invloed van leden als voorzitter Eugeen E. Stroobant, ondervoorzitter Michiel van der Voort en regisseur Felix vande Sande, speelde De Wijngaerd weldra een belangrijke rol in de V.B. Zijn hoofddoel was de verdediging van het Vlaamse volk en de verbreiding van een zuivere Vlaamse taal in de verfranste hoofdstad en dit vooral door culturele middelen. De Wijngaerd, samengesteld uit een toneelsectie en een koorafdeling, nam deel aan officiële wedstrijden en werd herhaaldelijk door de regering de organisatie van de Septemberfeesten toevertrouwd.

Het gezelschap ijverde vooral voor een Nederlandstalig theater in Brussel. Onder haar initiatief onstond in 1852 een comité dat dit probleem moest bestuderen, maar het boekte geen resultaten. Op 21 juli 1856 speelde het gezelschap de eerste opera in het Nederlands te Brussel (Willem Beukels). Tussen 1853 en 1864 gaf de maatschappij het tijdschrift De Wijngaerd, "Tooneelnieuwsblad" uit, waarin de activiteiten met betrekking tot de V.B. duidelijk tot uiting kwamen. In 1850 kreeg De Wijngaerd een concurrent in de heropgerichte progressief-liberale toneelvereniging De Morgenstar.

In 1858 ondernam De Wijngaerd een poging om de belangrijkste toneelkringen te verenigen om zo een kern van Vlaamse schouwburgen in Brussel te vormen. Dit mislukte echter. In 1879 stichtte hij ook een spaarkas om het materiële welzijn van zijn leden te verzekeren. Het gezelschap bestaat thans nog op papier, maar leidt een sluimerend bestaan.

Op het gebied van de taalstrijd speelde De Wijngaerd een dubbele rol. Zijn belangrijkste doel was het in stand houden van Vlaams bewustzijn in de hoofdstad, maar vanaf circa 1850 was hij ook een verzamelplaats voor alle Brusselse Vlaamsgezinden. Onderlinge rivaliteit maakte echter snel een einde aan deze laatste functie. Hoewel onpartijdig en zonder politiek programma, was De Wijngaerd het verzamelpunt voor een militante vleugel die de V.B. te Brussel een politieke impuls gaf. Zo steunde het gezelschap het in 1849 door Van der Voort gestichte Vlaemsch Midden-Comiteit en zijn petitie uit 1854 om het landbouwonderwijs te vernederlandsen. Enkele leden zoals Cornelis Verbruggen waren eveneens actief in de in 1858 opgerichte en door De Wijngaerd gesteunde progressief-liberale en Vlaamsgezinde vereniging Vlamingen Vooruit, die in 1862 uiteenviel.

Literatuur

E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840-1873), 1979; 
Theater en Theaterleven te Brussel na 1830, 1993.

Auteur(s)

Eliane Gubin; Sam van Clemen