Wij

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

"Vlaams-nationaal weekblad", orgaan van de Volksunie.

In januari 1955 geeft de eind 1954 opgerichte Vlaams-nationale politieke partij Volksunie het eerste nummer van haar maandblad De Volksunie uit. Dat nummer bevat onder meer een "Ten Geleide" van VU-voorzitter Walter Couvreur en het "Manifest van de Volksunie", een overzicht van het partijprogramma. Het formaat is dat van een kleine krant (tabloid). Het blad verschijnt in januari 1956 reeds halfmaandelijks en in januari 1961 wordt het een weekblad. Ook het aantal pagina's neemt toe: in 1961 van 8 naar 16, in 1965 van 16 naar 24. In november 1965 verandert de naam De Volksunie in Wij, Vlaams-nationaal, doorgaans afgekort tot Wij. In 1989 wordt Wij uitgegeven op magazineformaat. In augustus 1993 verschijnt het blad opnieuw op tabloidformaat. Alle partijleden ontvangen tussen 1993 en eind 1995 veertiendaags een overdruk van Wij, onder de titel De Toekomst.

Hoofdredacteuren zijn Couvreur (januari-juli 1955), Frans van der Elst (juli 1955-oktober 1962), Daniël Deconinck (oktober-december 1962), Van der Elst (januari 1963-november 1965), Toon van Overstraeten (november 1965-maart 1971), Paul Martens (maart 1971-eind 1976). Tussen 1977 en 1983 is er een Comité van redacteuren, voorgezeten door Maurits van Liedekerke, die in 1984 hoofdredacteur wordt.

Aanvankelijk is het blad vooral een instrument om de standpunten van de nieuwe partij bekend te maken en de kadervorming te stimuleren. Met het blad wordt gecolporteerd en een agressieve schrijfstijl wordt gehanteerd. De andere partijen, het Belgische staatsbestel en alle mogelijke 'wantoestanden' worden genadeloos aangepakt. De traditionele thema's van de naoorlogse V.B. krijgen uiteraard ruim aandacht: amnestie, federalisme, streven naar autonomie van andere volkeren. Ook sociaal-economische onderwerpen, bij voorkeur met een communautaire tint, komen al van in de beginjaren aan bod. Veel aandacht wordt besteed aan de problematiek van landbouw en middenstand, aan de Belgische aanwezigheid in Afrika, aan cultuur. In de jaren 1960 wordt "Werk in eigen streek" beklemtoond en is er de problematiek van de mijnsluitingen in Limburg (Zwartberg). Er zijn open en verdraagzame bijdragen over gastarbeiders, zigeuners enzovoort. In de jaren 1970 treedt de milieuproblematiek op de voorgrond. In de jaren 1980 wordt geageerd tegen de bewapening en de wapenhandel. In de loop der jaren zijn er studenten-, soldaten-, sport- en vrouwenrubrieken. De politieke actualiteit krijgt uiteraard de meeste aandacht, en ook nieuws van de VU-afdelingen komt aan bod.

Af en toe slaagt het blad erin een primeur te bieden, zoals de foto van een betogende mijnwerker in Zwartberg die door de rijkswacht wordt neergeschoten (begin 1966). Ook de vertrouwelijke brief van PRL-voorzitter P. Descamps, 1 december 1970, over de Liberté du père de famille (vrijheid van het gezinshoofd) wordt als primeur gepubliceerd. In 1986 en 1987 vinden regelmatig geheime documenten over wapentrafiek vanuit Zeebrugge hun weg naar Wij.

Het amateurisme van de beginjaren, waarbij bijvoorbeeld nogal wat parlementaire redevoeringen in het blad worden afgedrukt, maakt stilaan plaats voor een professionele aanpak. Gaandeweg willen redactie en partij een breder publiek aanspreken. Het blad moet veeleer een algemeen opinieblad worden dan een eng partijblad. Het verhogen van de periodiciteit naar weekblad, de naamsverandering van De Volksunie in Wij en het verbreden van de inhoud (bijvoorbeeld met televisiepagina's) kaderen in deze gedachtegang. Dat het blad tussen 1989 en 1993 het uitzicht van een magazine krijgt, past in hetzelfde streven. Het zal echter nooit veel lezers vinden buiten de kring van VU-gezinden.

Het blad is uiteraard niet bedoeld om interne onenigheden uit te stallen. Toch worden die niet doodgezwegen. Zo zijn er het conflict met Herman Wagemans in 1958 en het terechtwijzen van Lode Claes en Hugo Schiltz in 1975 omdat zij achter de schermen hadden onderhandeld over de staatshervorming. In 1977-1978 worden ook tegenstanders van het Egmontpact aan het woord gelaten (B. Maes, Jozef Valkeniers). Op 18 februari 1993 haalt het blad uit naar Herman Candries, VU-fractieleider in de Kamer, die korte tijd later overstapt naar de Christelijke Volkspartij.

Tot en met 1964 ligt het aantal abonnees op het partijblad hoger dan het aantal partijleden. In 1962 zijn er 2985 abonnementen meer dan er leden zijn. Pas vanaf 1965 komt aan deze toestand een einde: dan zijn er 1556 leden meer dan abonnees. Het aantal abonnees voor Wij bereikt met 16.209 een hoogtepunt in 1973. Het blijft schommelen rond 14- 15.000 tot 1977. Het VU-ledenaantal kent in 1975 een hoogtepunt: 54.289 leden. Vanaf 1977 slinkt het aantal abonnees tot 6000 in 1995. Een correlatie tussen het aantal kiezers en het aantal abonnees op het blad is er niet of nauwelijks. In de beginjaren gaat de groei van het VU- kiezerskorps gepaard met een groei van het aantal abonnementen. Echter niet met een gelijk coëfficiënt: tussen 1961 en 1971 verdrievoudigt het stemmenaantal, terwijl het abonnementenaantal in die periode niet eens verdubbelt. 1965 brengt een verdubbeling van het stemmenaantal tegenover de vorige verkiezingen, terwijl de abonnementenstand na die overwinning er slechter voor staat dan het jaar voordien. De partij haalt in 1981 haar hoogste aantal stemmen, terwijl het abonnementenbestand teruggevallen is op het peil van het begin van de jaren 1960.

Voor de VU, die niet kan rekenen op een bevriende dag- of weekbladpers, is de eigen publicatie steeds van groot belang geweest. Het blad speelt een rol bij de vorming en de organisatie van het partijkader en slaagt er af en toe in standpunten onder de aandacht te brengen van een ruimer publiek. Dat laatste vooral onrechtstreeks, onder meer door de aandacht van andere media voor berichten in Wij (bijvoorbeeld persoverzicht op radio).

Literatuur

W. Vandaele, Wij, Vlaams-nationaal. 30 jaar VU-pers doorgelicht, 1984.; 
G. Vranken, De Volksunie: een Vlaams-nationale partij. Onderzoek naar beleid en ideologie, VUB, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1994.

Auteur(s)

Wilfried Vandaele