Wereldtentoonstelling

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

gehouden van 17 april 1958 tot 14 oktober 1958 in Brussel en had ruim 45 miljoen bezoekers. Bij deze gelegenheid werden de naoorlogse maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke verwezenlijkingen uit de hele wereld aan het publiek getoond, en België gepromoot.

Reeds van bij het begin van de voorbereiding ontstond wrevel aan Vlaamse zijde wegens het sterk francofone karakter van het organisatiecomité en van de Belgische inbreng. Einde 1954 eiste de ondervoorzitter van het Vlaams Economisch Verbond J. van de Perre een Vlaamse aanwezigheid op de wereldtentoonstelling. Toen in 1957 bleek dat het Commissariaat-Generaal 19 Nederlandstalige tegenover 46 Franstalige vertegenwoordigers telde, kondigden Flor Grammens en de Vlaamse Volksbeweging acties aan indien hierin geen wijziging kwam. Tijdens een manifestatie op het tentoonstellingsterrein gooide Grammens pekeieren in het Franse paviljoen, omdat Frankrijk het Nederlands volledig negeerde. Wallinganten trachtten deze smaad uit te wissen door een krans neer te leggen aan het paviljoen.

In mei 1957 werd een Vlaams Jeugdkomitee voor de wereldtentoonstelling samengesteld. Voorzitter was Wilfried Martens, en ondervoorzitters waren Staf Verrept, Piet van Cauwenbergh en Lieven Vandekerckhove. Verder waren onder meer Mik Babylon, Vik Anciaux, Herman Soenen, Rik de Ghein, Aleide Andries, Jos Chabert, Mia Cool en Maurits Coppieters in het comité actief. Alle belangrijke Vlaamse jeugdbewegingen steunden het initiatief. Zij wensten een Vlaamse Dag op de wereldtentoonstelling. Een verzoek aan minister R. Motz bleef onbeantwoord. Dit leidde op 27 februari 1958 tot een luidruchtige Vlaamse demonstratie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, waarna de minister toegaf. Naast een Vlaamse werd overigens ook een Waalse dag aangekondigd.

Op 6 juli 1958 greep de Vlaamse Dag van de wereldtentoonstelling plaats. Tijdens een academische zitting onder het voorzitterschap van de Antwerpse provinciegouverneur Richard Declerck, sprak Achilles Mussche, voorzitter van het Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, over de plaats van Vlaanderen in Europa. Professor Pieter Lambrechts, rector van de Rijksuniversiteit te Gent, handelde over de Vlaamse achterstand in het wetenschappelijk onderzoek. Zijn Leuvense collega mgr. Honoré van Waeyenbergh pleitte voor het opruimen van de gevolgen van de repressie. In de namiddag werd de academische zitting gevolgd door zang, muziek en dans.

Literatuur

H. Todts, Hoop en wanhoop der Vlaamsgezinden, II, 1967.

Verwijzingen

zie: economie, Gent, Volksunie.

Auteur(s)

Herman Todts; Frank Seberechts