Weckx, Hugo H.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Vilvoorde 9 januari 1935).

Studeerde na Grieks-Latijnse humaniora rechten en notariaat aan de Katholieke Universiteit Leuven (1953-1958) en speelde er een vooraanstaande rol in het studentenleven. In 1958 vestigde Weckx zich als advocaat in Sint-Agatha-Berchem. Hij richtte met Johan Vanderbracht en Bert Hertecant het Brussels Kamertoneel op en werd voorzitter van het Davidsfonds.

Weckx was van 1964 tot 1989 gemeenteraadslid voor de Christelijke Volkspartij (CVP) in Sint-Agatha-Berchem (1954-1989) en vanaf 1970 gedurende achttien jaar schepen onder meer van Nederlandse cultuur en jeugd. Hij was Brabants provincieraadslid (1966-1968), volksvertegenwoordiger (1977-1981 en 1987-1995) en senator (1981-1987). Hij zetelde eveneens in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap (1977-1980) en daarna in de Vlaamse Raad (1980-1985 en 1987-1995). Weckx was achtereenvolgens gemeenschapsminister van onderwijs, Brusselse aangelegenheden en de cultuurcel (1988), van volksgezondheid en Brusselse aangelegenheden (1988-1992) en Vlaams minister van cultuur en Brusselse aangelegenheden (1992-1995). Daarnaast maakte hij deel uit van het nationaal, arrondissementeel en hoofdstedelijk bestuur van de CVP. Op zijn 60ste nam hij afscheid van de actieve politiek.

In het door het Front démocratique des Francophones (FDF) beheerste Brusselse politieke klimaat werd Weckx in 1972 de eerste voorzitter van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratie (NCC) (tot 1988). Na een periode van verweer tegen het FDF legde hij er als voorzitter van de werkgroep onderwijs de basis van een recuperatiestrategie door voor de Vlaamse scholen bewust anderstaligen te recruteren: eerst Franstaligen (verfransten), nadien ook migranten.

In de jaren 1980 spande Weckx zich in voor de uitbouw van een volwaardig statuut voor Brussel, met de overheveling van een aantal gewestelijke, gemeentelijke en provinciale bevoegdheden. Hij was evenwel geen voorstander van een volwaardig derde gewest. Wel pleitte hij voor de oprichting van een rechtstreeks verkozen Brusselse Gewestraad, met een proportioneel aantal Vlamingen en een vorm van 'besluitspariteit' (onder de vorm van een alarmbelprocedure zoals in het nationale parlement of een systeem van dubbele meerderheid in elke taalgroep zoals in de Kultuurcommissies). Hij verwierp bijgevolg de Vlaamse eis voor numerieke pariteit. De Brusselse Regering bleef volgens Weckx best geïntegreerd in de nationale regering. Over de Vlaamse randgemeenten viel niet te onderhandelen: zij behoorden tot Vlaanderen. Nog in 1991 herhaalde dat het in zijn ogen wenselijk was de gemeentelijke en provinciale structuren te laten samensmelten met het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en benadrukte hij de band tussen Vlaams-Brabant en de hoofdstad.

Naast onderwijs en het Brussels statuut, was de Vlaamse cultuur in de hoofdstad een van Weckx' belangrijkste aandachtspunten. In 1975 werd Weckx beheerder van het Contact- en Cultuurcentrum Brussel. Hij maakte deel uit van de Academie Derde Leeftijd (opgericht in 1975), die het plaatselijke Nederlandstalige seniorenverenigingsleven wilde bevorderen. Hij was tevens lid van de raad van bestuur van de Koninklijke Muntschouwburg (aangesteld in 1987) en vertegenwoordigde de Vlaamse Gemeenschapscommissie van de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek (vanaf 1996). Daarnaast ondersteunde hij verscheidene initiatieven die de Vlamingen een 'venster op de wereld' boden, zoals de Ancienne Belgique, de Beursschouwburg, het Kaai- en het Lunatheater. Zijn bekommernis om de Vlaamse uitstraling beperkte zich niet tot Brussel. Weckx was voorzitter van de in 1986 opgerichte vereniging VL-anders, die een tegenhanger wilde zijn voor Flanders Technology en in het teken stond van welzijnszorg, onderwijs, kunst en cultuur. Als minister van cultuur benadrukte hij het belang van samenwerking met Nederland voor de uitstraling en verdediging van de Nederlandse taal in Europa. In 1995 ondertekende hij tevens een multiculturele intentieverklaring met Zuid-Afrika op het gebied van kunst, jeugdwerking en volksontwikkeling.

Na het scholenplan uit de jaren 1970 en de investeringen in de Nederlandstalige cultuur in Brussel stelde Weckx in 1994 een 'welzijnsplan' voor Brussel voor. Weckx meende dat de bicommunautaire zieken-, bejaarden-, gehandicaptenzorg en psychiatrie beter toegankelijk moesten worden voor de Vlamingen. Zo niet moesten deze instellingen afzien van hun bicommunautair statuut, waardoor ze enkel nog gesubsidieerd konden worden door de Franse Gemeenschap.

In de jaren 1990 kwam Weckx voorts in de media door de openbare televisie- en radioomroepen te verdedigen. Zo riep hij de kabelmaatschappijen op de Nederlandse openbare zender op de Vlaamse kabel te brengen en omgekeerd. In 1994 verzette hij zich bovendien een tijdlang tegen de komst van het tweede net van de Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM). Een jaar later verbood hij de commerciële televisiezender VT4 op de Vlaamse kabel te komen – ook al werd uitgezonden vanuit Groot-Brittannië – , omdat volgens hem het decreet uit 1987 dat bepaalde dat slechts één niet-openbare televisieomroep erkend kon worden (wat reeds het geval was met de Vlaamse Televisie Maatschappij-VTM) geschonden werd. Met de komst van VT4 werd bovendien het reclamemonopolie dat VTM in 1988 voor een periode van 18 jaar verworven had doorbroken. Wel stelde hij reclame op de Belgische Radio en Televisieomroep bespreekbaar en pleitte hij voor een hervorming van de openbare zender. Weckx' houding tegenover VT4 en het VTM-reclamemonopolie werden veroordeeld door de Europese Commissie.

Werken

Onderwijs in Brussel in de Vlaamse Gemeenschap, 1988.

Literatuur

PGE, 'Vlaamse pariteit in Brussel opgeven', in De Antwerpse Morgen (22 augustus 1984); 
S. Parmentier, Vereniging en identiteit. De opbouw van een Nederlandstalig sociaal-cultureel netwerk te Brussel (1960-1986) (Taal en Sociale Integratie, nr. 10, 1988); 
M. Byl, Politiek Zakboekje met politicowie 1993-1994, 1993; 
G. Fonteyn, 'Weckx stelt welzijnsplan voor Brussel voor', in De Standaard (7-8 mei 1994); 
'Hugo Weckx wil voorrang voor openbare omroepen bij herziening van kabeldecreet. Ministers van Kultuur tevreden over samenwerking Vlaanderen-Nederland', in De Standaard (24 februari 1995); 
E. Rinckhout, 'Intentieverklaring tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika ondertekend', in De Morgen (7 maart 1995).

Verwijzingen

zie: Nederlandse Commissie voor Cultuur van de Brusselse Agglomeratie.

Auteur(s)

Guido Fonteyne; Marieke Jansens