Voor Tael en Kunst

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Antwerpse vereniging (1846-1855).

Op 23 oktober 1846 kondigde Het Handelsblad van Antwerpen de oprichting aan van "eene nieuwe vlaemsche zangmaetschappy onder den tytel Maetschappy voor Tael en Kunst"; toen reeds telde de nieuwe vereniging "een aenzienlyk getal leden", onder wie "eenige der voornaemste vaderlandsche letterkundigen, en verscheidene gunstig bekende kunstschilders en beeldhouwers", onder anderen Hendrik Conscience, Jan van Beers, Jan J. de Laet, Lodewijk Vleeschouwer, Johan van Rotterdam, J. en L. van Ryswyck, Edward Dujardin, Jan van Arendonck.

In juni 1847 nam Voor Tael en Kunst deel aan het feest van het Vlaemsch-Duitsch Zangverbond te Gent. Na de uitsluiting van Conscience, De Laet en Vleeschouwer uit De Olijftak (4 december 1847) wijdden zij hun beste krachten aan de Maetschappy ter bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde met kenspreuk Voor Tael en Kunst. Van toen af ging de vereniging een grote bloei tegemoet, met als glansjaren 1851-1853. De verschillende afdelingen als de "symphonie-, de uitgalmings- en de letterkundige afdeeling" vergaderden elke week of om de veertien dagen, eerst in een lokaal in de Kaasstraat, van 31 december 1851 af in hotel Weber op de Meir. Tal van manifestaties op Vlaams-cultureel vlak werden door de vereniging georganiseerd: concerten, liederavonden, declamatieavonden, lezingen, tentoonstellingen, feestelijkheden ter ere van verdienstelijke of bekroonde leden, zoals bijvoorbeeld de grootse viering op 19-20 augustus 1851 van Conscience, waaraan zeer vele verenigingen uit het hele Vlaamse land deelnamen, nationale feesten zoals dat van de 21ste verjaardag van de hertog van Brabant op 8-10 april 1853. Bovendien namen leden van de Maetschappy van 1847 af de uitgave van Het Taelverbond op zich, die voordien door De Olijftak werd verzorgd; daadwerkelijk en mild steunde Voor Tael en Kunst in 1852 het Vlaemsch Midden-Comiteit te Brussel en het in 1853 opgerichte Nationael Tooneel te Antwerpen.

In Voor Tael en Kunst vonden de Antwerpse flaminganten, die het Vlaamse ideaal boven elke bestaande partij wilden behartigen, elkaar. In 1851 ondersteunde de Maetschappy de bovenpartijdige kandidaten bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen, ook Conscience, die evenwel verslagen werd. In 1852 werd door de doctrinair-liberalen de Cercle artistique, littéraire et scientifique opgericht, met een section flamande: de Kunst- en Letterkring, onder het voorzitterschap van Pieter F. van Kerckhoven. Als reactie bekende Voor Tael en Kunst zich tot de katholieke partij, die de maatschappij trouwens financieel steunde. Leed de vereniging daaronder aanvankelijk niet – het aantal leden steeg in 1853 nog aanzienlijk – de verdeeldheid kwam toch in 1854 naar aanleiding van de verkiezingen, waarbij Voor Tael en Kunst de anti-liberale lijst steunde. Op 12 juni 1854 publiceerde de Maetschappy een manifest, waarin een door de liberale Le Précurseur aangekondigde scheuring in de schoot van de vereniging werd tegengesproken: Voor Tael en Kunst steunde alleen betrouwbaar-Vlaamsgezinde kandidaten. Op 3 oktober 1854 echter trok de Maetschappy zich uit het strijdperk van de verkiezingen terug; wel bleef ze ijveren voor de Vlaamse belangen en dit ondanks "verraed" in eigen kring. Op 23 december ten slotte verklaarde het bestuur dat Voor Tael en Kunst ondanks verraad en verdachtmaking zou blijven voortwerken, maar "verruimd"; waarin die verruiming bestond, werd echter niet nader gepreciseerd.

In 1854 had Voor Tael en Kunst als aanmoediging van het Vlaamse toneelleven een wedstrijd voor toneelwerken uitgeschreven; Napoleon Destanberg werd bekroond voor het blijspel, maar nog op 9 mei 1855 werd gevraagd naar het rapport van de jury in verband met de ingezonden ernstige drama's; eind juni 1855 verscheen in De Vlaamsche School het laatste bericht over die toneelprijsvraag (en over Voor Tael en Kunst): de prijs voor het drama werd niet toegekend, maar Eugeen Zetternam en August Snieders kregen "eene aenmoediging van honderd franken". Voor de kermisfeesten in augustus 1855 was er nog sprake van "de letter- en toonkundige maetschappyen, welke de zittingen van het Taelverbond en van de Olijftak komen bywoonen"; toen was Voor Tael en Kunst blijkbaar al in de 'verruiming' ten onder gegaan, ook ten gevolge van het onttrekken van de katholieke financiële steun, die de Maetschappy verloren zal hebben door haar stellingname bij de verkiezingen van 1854.

Gedurende de jaren 1846-1854 had Voor Tael en Kunst aan de gegoede Antwerpse burgerij een Vlaams cultureel ontspanningsleven in unionistische geest bezorgd, maar de verdediging van de Vlaamse belangen op politiek vlak kon blijkbaar niet buiten de bestaande politieke partijen; daaraan is dan ook de 'boven-partijdige' vereniging ten slotte bezweken. Het artistieke en culturele leven te Antwerpen werd van 1855 af echter weer behartigd door de publicatie van De Vlaamsche School, waarin meestal dezelfde namen voorkomen als in Het Taelverbond dat in hetzelfde jaar ophield te verschijnen.

Literatuur

J. Persyn, August Snieders en zijn tijd, II, 1926; 
W. Depoortere en A. Deprez, De Vlaamsche School, 1855-1901 (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, II, nr. 15, 2 dln., 1987); 
L. Wils, 'Het unionisme te Antwerpen 1830-1857', in id., Vlaanderen, België, Groot-Nederland. Mythe en geschiedenis, 1994, p. 100-149.

Auteur(s)

August Keersmaekers