Vlamingen Vooruit

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

een te Brussel onder impuls van Eugène van Bemmel op 27 mei 1858 gestichte vereniging.

De oprichting van Vlamingen Vooruit was het gevolg van de samenwerking tussen flaminganten en jonge, progressieve liberalen met democratische aspiraties die zich afzetten tegen het doctrinair liberalisme. De onmiddellijke aanleiding tot de stichting was een toespraak van Jean B. Langlois, "Le mouvement flamand au point de vue politique", verschenen in de Revue trimestrielle (juli 1858). In dit opstel uitte Langlois zijn ontgoocheling over de houding van de regering tegenover de Vlaamse eisen. Daarom bepleitte de schrijver voor een grotere politieke bewustwording van de V.B. en werd de V.B. erkend als een politieke beweging. De Vlaamse eisen konden zijns inziens alleen per wet worden gerealiseerd en daarom was een krachtige Vlaamse vertegenwoordiging in de Kamers nodig. Hoewel antiklerikaal, wilde hij dat katholieken en liberalen inzake de Vlaamse strijd zouden samenwerken. Een jaar eerder (1857) hadden C. Dielman, Langlois en Van Bemmel een tweetalige oproep laten verschijnen: Aux électeurs flamands (Tot de Vlaamsche kiezers). In dit manifest zetten de schrijvers hun lezers ertoe aan de V.B. te liberaliseren.

In de statuten, die dateren van 10 juni 1858 kondigde de vereniging aan deel te zullen nemen aan gemeenteraads-, provinciale en parlementsverkiezingen, naast allerlei culturele activiteiten. Deze politieke activiteiten betekenden een belangrijk verschil met de vroegere Vlaamsgezinde verenigingen, die niet partijpolitiek actief waren.

De meeste leden van Vlamingen Vooruit waren progressieve liberalen, met grote sociale belangstelling. Ze namen deel aan de sterker op de voorgrond tredende antiklerikale beweging, die zich in Vlaanderen meer en meer deed gelden. In deze zin liepen ze parallel met de actieve vrijzinnige bewegingen L'Affranchissement (l854) en Les Solidaires (1856), de twee belangrijke Brusselse vrijzinnige verenigingen, waarvan verschillende leden van Vlamingen Vooruit tevens lid waren. De stichting van Vlamingen Vooruit viel ook samen met een hernieuwd progressief bewustzijn in heel Vlaanderen, zoals dat in die jaren duidelijk tot uiting was gekomen met de stichting van De Noodlijdende Broeders (een spinnersorganisatie) en De Broederlijke Wevers (1857). In deze organisaties, die aan de basis lagen van het syndicalisme, participeerden leden van Vlamingen Vooruit zoals Emiel Moyson, Adolf Dufranne en Cornelis Verbruggen.

Het vooral door Van Bemmel in 1858 opgestelde programma eiste vooral de gelijkberechtiging van de twee landstalen in heel België. Dat was een verschil met de V.B. tot nu toe, die alleen gelijkberechtiging in Vlaanderen vroeg. Dit programma zou worden afgedwongen door politieke acties. Verder werd de eenheid van België en solidariteit tussen Vlamingen en Walen verdedigd. De vereniging stelde zich kritisch op tegenover zowel katholieken als liberalen. Doordat tot Vlamingen Vooruit heel wat vrijdenkers behoorden, telde de organisatie nooit veel katholieke aanhang.

Vlamingen Vooruit was vooral actief van 1858 tot 1862. Er werden allerlei flamingantische activiteiten georganiseerd, onder andere lezingen en theatervoorstellingen. Verder werd Michiel van der Voort gesteund toen zijn inboedel werd verkocht en werd de zogenaamde Grievencommissie gesteund tegen minister Charles Rogier. Daarnaast werd in enkele publicaties het programma verder onderbouwd. Belangrijk was het in 1860 gepubliceerde Manifest der Maetschappij De Vlamingen Vooruit. (Er verscheen tevens een Franse vertaling van, waardoor duidelijk het algemeen politiek gerichte doel naar voren werd gebracht.) Dit manifest werd ondertekend door onder anderen Van Bemmel, Haeck, F. van Meenen, F. Thys, Verbruggen, Alfons Willems, A. van Camp. Wellicht was Haeck de auteur. In het manifest werd een oproep gedaan tot stichting van een nieuwe partij. Het werd gestuurd aan de bestaande verenigingen om te onderzoeken of ze zouden kunnen meewerken. De Vlamingen Vooruit zouden de toetredingen verzamelen, een vergadering beleggen om een centraal bestuur samen te stellen en een reglement op te stellen. De oproep was gericht aan Vlamingen en Walen. De maatschappij eiste een volkomen gelijkheid tussen Vlamingen en Walen. De nadruk werd echter vooral gelegd op een programma voor economische welvaart. Het manifest was de eerste in het Nederlands gestelde verdediging van het collectivisme, daar het het grondbezit als de belangrijkste oorzaak van de armoede in België beschouwde. In de lijn hiervan lag het postuum gepubliceerde Wie zijn de revolutiemakers? van Langlois. Vlamingen Vooruit heeft hierdoor in niet geringe mate het begin van de sociaal-democratische beweging te Brussel – althans op theoretisch vlak – beïnvloed. Verder verscheen in 1859 en 1861 een Jaerboekje voor het volk, met onder andere bijdragen van Van Bemmel, Charles Potvin, Frans de Cort en Dodd. Ten slotte heeft Vlamingen Vooruit de democratische principes van zijn doctrinaire teksten in praktijk omgezet door actief aan de sociale strijd deel te nemen. Zo speelden leden als Langlois, Willems en Moyson een rol in het Gentse sociale oproer van 1858.

In 1861 steunde Vlamingen Vooruit de oprichting van het Vlaamsch Verbond. De mislukking hiervan betekende ook het einde van Vlamingen Vooruit. De vereniging bleef bestaan tot het einde van de 19de eeuw, maar organiseerde geen noemenswaardige activiteiten meer.

Vlamingen Vooruit was een typisch voorbeeld van de nauwe verbondenheid tussen progressieve liberalen en sociaal- democraten, die kennelijk een gemeenschappelijk front wilden vormen om zich tegen de conservatieve liberalen af te zetten. Dit bondgenootschap bleef met ups en downs tot in het begin van deze eeuw bestaan.

Literatuur

H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, II, 1963; 
E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840- 1873), 1979.

Auteur(s)

Michel Oukhow; Sam van Clemen