Vlaemsche Broeders van Limburg, De

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

genootschap met de zinspreuk Concordia et Labore, in 1858 te Hasselt opgericht.

Hoewel het weekblad De Onafhankelyke reeds op 18 januari 1855 opriep om te Hasselt een Vlaams genootschap op te richten, vond de eerste vergadering pas op 27 juni 1858 plaats. De stichters van het genootschap waren: J. Ceysens, uitgever van De Onafhankelyke; F. Ceysens, notaris te Beringen; P.F. Milis, eigenaar te Hasselt; Jan-Baptist de Grove, pastoor te Halen; W. Michiels, ontvanger te Halen; L. Vangansen, leraar te Beringen en G. Vanwest-Ulens, handelaar te Sint-Truiden. In 1862 telde de vereniging 45 werkende leden, meestal uit Midden- en Zuid-Limburg afkomstig, en talrijke ereleden onder wie Philip M. Blommaert, Jan-Baptist David, Prudens van Duyse, Hippoliet van Peene, Frans de Potter, Pieter Ecrevisse, Ferdinand A. Snellaert, Jacob F. Heremans en Hendrik Conscience en enkele "aenmoedigende leden".

De vereniging had een katholiek profiel en zocht aansluiting bij de lezers van het inmiddels verdwenen tijdschrift Hekel en Luim. Desondanks wilde men zich toch buiten alle partijpolitiek houden. De vereniging stond open voor alle Vlaamsvoelende Limburgers. Zij stelde zich ten doel de V.B., die voor haar vaderlands en grondwettelijk was, te dienen door de Vlaamse letterkunde actief te beoefenen en de rechten van de moedertaal in het rechtswezen, het onderwijs en de openbare besturen te verdedigen.

Volgens het huishoudelijk reglement moesten de leden jaarlijks een stuk van eigen vinding of een vertaling tijdens een van de zes vergaderingen voorlezen. Deze werden beurtelings te Hasselt en te Sint-Truiden gehouden. In zijn officieuze spreekbuis, De Onafhankelyke, klaagde de vereniging de ongelijkheid onder de Belgen, het franskiljonisme en de zedenverbastering aan. Om dit tegen te gaan nam zij zich, gedurende de eerste jaren, voor in heel de provincie Limburg Vlaamse genootschappen en leeskringen op te richten en zo een drukkingsgroep te vormen. De Halense Nicolaïkring diende daarbij ongetwijfeld als voorbeeld. Deze opzet mislukte echter. Op vlak van taalpolitiek nam het genootschap verschillende, maar steeds zeer gematigde initiatieven. Bij de viering van de leden van de Grievencommissie (1859) te Brussel was een afvaardiging van de Vlaemsche Broeders aanwezig. Datzelfde jaar werd ridder Guillaume J. de Corswarem, ex-volksvertegenwoordiger gehuldigd wegens zijn rol in de Grievencommissie en tot erevoorzitter uitgeroepen. Van oktober 1859 tot maart 1861 nam hij zelfs het voorzitterschap waar, om daarna terug erevoorzitter te worden.

In 1862 verscheen bij J. Ceysens een bundel Geschiedkundige Verscheidenheden met de teksten van enkele lezingen. Deze publicatie was bedoeld als een eerste jaarboek maar kende geen vervolg. Niet lang nadien, ten laatste rond 1868-1869, werden de activiteiten van het genootschap gestaakt. De naam 'Vlaamsche broeders' bleef echter gedurende decennia een gangbaar synoniem van flamingant.

Literatuur

Reglement van het letterkundig genootschap De Vlaemsche Broeders van Limburg (Concordia et labore), 1861; 
P. Bellefroid, 'Limbursche tijdschriften en dialecten', in Verslagen en mededeelingen van de KVATL (1906), p. 8-9; 
M. de Vroede, De Belgisch-Limburgse pers van 1830 tot 1860 , 1962; 
R. van Laere, Geschiedkundige verscheidenheden ... De Vlaemsche Broeders (Hasselt 1862) en Letteroefeningen Utile Dulci (Sint-Truiden 1852-1893), 1986; 
F. van Vinckenroye, 'De Vlaamse Broeders van Limburg', in WT, jg. 50, nrs. 1-2 (1991), p. 1-6 en p. 65-81.

Auteur(s)

Simon Vandevelde; Raf van Laere