Vlaemsch Gezelschap

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

culturele en politieke kring, te Gent opgericht in maart 1846 door Frans Rens, Ferdinand A. Snellaert, Philip M. Blommaert en Jacob F. Heremans.

Het genootschap had aanvankelijk een zuiver cultureel doel en bracht "alle beoefenaers, vrienden en beschermers van tael, kunst en wetenschappen" samen. Het ledental groeide aan tot ongeveer 300 en werd gerekruteerd uit alle standen en gezindten, maar was ideologisch toch vooral samengesteld uit liberalen en lamennaisiaanse katholieken. De kern vormden de letterkundigen uit het oude genootschap De Tael is gan(t)sch het Volk: J.B. Kesteloot, Jan F. Willems, Snellaert, Rens, Jules de Saint-Genois des Mottes en Prudens van Duyse, die weldra omringd waren door jongere flamingantische advocaten, artsen, schilders, onderwijzers, toneelspelers, journalisten en studenten.

Het genootschap organiseerde gewaardeerde literaire voordrachten, schreef prijsvragen uit (onder meer voor Vlaamse liederen), drukte bijdragen over de V.B. uit de buitenlandse pers over en verdedigde weldra met diverse middelen de taalrechten, wat onvermijdelijk tot actieve politieke belangstelling zou voeren en tot publicatie van een Verklaring van Grondbeginselen (voor de V.B.) in november 1847: een streven naar een onafhankelijke, derde, Vlaamse partij was duidelijk aanwezig. In 1848 koos men partij tegen de februariomwenteling te Parijs en dit om twee redenen: het republikeinse gevaar en een mogelijke annexatie door Frankrijk. Er werd daartoe onder meer een gewapend vrijkorps in het leven geroepen, dat afgezien van een enkel incident (het ingooien van de ruiten bij de als progressistisch en pro-Frans bekendstaande professoren François Huet en H. Moke) niet optrad. Hier dook voor het eerst ook de loyauteit ten opzichte van de monarchie op. De kring was zeer actief bij het verdedigen en uitbreiden van de Vlaamse taalrechten: via petities en delegaties bij lokale en nationale politici en ministers en met steun van het Vlaemsch Midden-Comiteit te Brussel ijverde men voor de verplichte of facultatieve invoering van het Nederlands in het hoger (1849) en het middelbaar onderwijs (1850). Ook het bijeenroepen van het eerste Nederlandsch Letterkundig Congres (Gent, 1849) gebeurde op initiatief van het Vlaemsch Gezelschap. Na 1850 leek de activiteit te verflauwen: er zijn nog wel sporen van ijveren voor een Vlaams landbouwonderwijs (1855) en voor de oprichting van de Grievencommissie (1856).

Literatuur

Gedenkbladen van Willem Rogghé. Met eene inleiding van Max Rooses, 1898.

Auteur(s)

Ada Deprez