Vlaanderen (1903-1907)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(1903-1907)

"Maandschrift voor Vlaamsche Letterkunde", uitgegeven te Bussum bij Cornelis A. van Dishoeck en te Antwerpen en Gent bij De Nederlandsche Boekhandel, onder de redactie van Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, Emmanuel de Bom, August Vermeylen, Alfred Hegenscheidt (tot 1906), Prosper van Langendonck (1862-1920), Victor de Meyere (van 1905 tot 1906), Karel van de Woestijne (van 1905 af) en Lodewijk de Raet (1907).

Na het verdwijnen van Van Nu en Straks in Vlaanderen bleef de behoefte bestaan aan een maandblad waarin de jonge krachten zich verder konden uiten. Teirlinck nam het initiatief tot de stichting van een "algemeen Vlaamsch orgaan om op heel het Vlaamsche land in te werken, en het eindelijk tot een volgroeid, rijp ontwikkeld deel van Groot-Nederland te maken". Uit de kritische bijdragen van de redactieleden blijkt duidelijk hun geloof in de roeping van de woordkunst om de Vlaamse ontvoogding te helpen verwezenlijken. Hoewel het tijdschrift uitgroeide tot een rustig anthologietijdschrift van hoog literair gehalte, bleek toch reeds in de eerste jaargang uit de boekbesprekingen en aantekeningen dat de redactie voor veel meer dan letterkundig werk alleen belangstelling had. Van de vierde jaargang af wordt trouwens de geestelijke horizon verruimd en worden bijdragen van De Raet over Vlaanderens sociale en economische ontwikkeling en over de vernederlandsing van de Gentse Hogeschool (onderwijs) gepubliceerd. Van Victor Fris worden historische bijdragen (onder andere over professor Henri Pirenne en de Kerels en blauwvoeten) en van Alfons de Cock studies over volkskunde opgenomen. De Vlaamsgezindheid van de redactie komt vooral tot uiting in 1906 naar aanleiding van de bisschoppelijke verklaring over de invoering van het Nederlands in het vrij middelbaar onderwijs (Instructions). Op de hem eigen rustige, doch scherp ironische wijze wees Vermeylen ("De Bisschoppen en de Vlaamsche Zaak", 1906, p. 493-502) op het onredelijke van de herderlijke brief. De Raet ("De Bisschoppen en de Vlaamsche Hoogeschool", 1906, p. 534-548) weerlegde het argument van de bisschoppen dat alleen een wereldtaal (het Frans) geschikt was voor academisch onderricht, door de uitstraling van de Nederlandse universiteiten te vergelijken met die van de Belgische. De heftigste reactie kwam echter tot uiting in Streuvels' artikel "De Verbazing van een Landman" (1907, p. 385-396), waarin hij betoogde dat de Vlamingen als staatsburgers uit Vlaams België het grondwettelijk recht op onderwijs in de eigen taal hadden. Dit recht moet niet worden afgesmeekt, maar opgeëist, "wat (ook) een bisschop en jezuïet daarover zegt".

Met dit tijdschrift werd de doelstelling van Vermeylen gerealiseerd: door de gemeenschappelijke inspanning van alle begaafde Vlaamse schrijvers het peil van de literatuur verhogen en aldus het culturele leven tot een internationaal niveau verheffen.

Literatuur

G.H. 's Gravesande, De geschiedenis van het tijdschrift Vlaanderen, z.j.; 
R. Roemans, Bibliographie van de Moderne Vlaamsche Literatuur, 1893-1930, I, 1930-1934; 
A. Vermeylen, De Vlaamsche Letteren van Gezelle tot heden, 1938; 
A.M. Musschoot, 'Verloop van Van Nu en Straks 1903-1916', in M. Rutten en J. Weisgerber (ed.), Van "Arm Vlaanderen" tot "De voorstad groeit" 
1888-1946. De opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon, 1988.

Auteur(s)

Raymond Vervliet