Vlaamse Kruis, Het

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaamse socio-medische vereniging (1927-).

In de zomer van 1927 werden voorbereidingen getroffen om een Vlaamsch Rood Kruis op te richten. Na protesten van het Rode Kruis van België werd geopteerd voor een andere naam, Het Vlaamse Kruis. De vereniging werd opgericht op 20 oktober 1927 door Emiel Ilegems, Jef van Eyck , Victor Verheyen, Ernest van der Borght, Leo Augusteyns, Jan Vanderhoydonck, Jan Laureys, Jozef de Combe en Victor Fiten. Laureys werd de eerste voorzitter, maar hij werd in 1930 reeds opgevolgd door Arthur van Huffelen. Reeds in 1928 verscheen het tijdschrift Het Vlaamsche Kruis en werden tijdens de IJzerbedevaart en bij de overstromingen in de Schelde- en Dendervallei de eerste hulpdiensten ingericht.

Het Vlaamse Kruis wou de sociale, geneeskundige, hygiënische en zedelijke belangen van het Vlaamse volk behartigen. Dat gebeurde onder andere door de organisatie van cursussen, het opzetten van eerstehulpposten, en de uitgave van brochures en lesmateriaal. In 1936 werd Het Groene Kruis opgericht: langdurig zieken en gehandicapten konden hierbij een beroep doen op verplegend personeel en medisch materiaal ontlenen of huren.

Het Vlaamse Kruis zette zich van in het begin sterk af tegen het Franstalig geleide, elitaire Rode Kruis van België. Beide organisaties trachtten elkaar het leven moeilijk te maken. Het Vlaamse Kruis probeerde erkend te worden als de enige vereniging in Vlaanderen in vredestijd en aldus het Rode Kruis terug te dringen tot een verzorgingstaak in oorlogssituaties. Het ministerie van volksgezondheid bevestigde in 1937 dat het Rode Kruis geen monopoliepositie had, maar Het Vlaamse Kruis kreeg evenmin waarop het aanspraak maakte. De vereniging slaagde er voor de Tweede Wereldoorlog echter wel in ettelijke duizenden leden te bereiken en 21 afdelingen uit te bouwen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stonden vrijwilligers van Het Vlaamse Kruis de slachtoffers bij van gevechten en bombardementen. Vooral bij de Duitse invasie in mei 1940, de ontploffing van een chemisch bedrijf in Tessenderlo in 1942, het bombardement op Mortsel in 1943, de bevrijdingsgevechten van Antwerpen en de daaropvolgende bombardementen met de V-wapens was Het Vlaamse Kruis bedrijvig. Begin 1943 werden hiertoe de Vliegende Hulpdiensten opgericht, die snel ter plaatse de eerste zorgen konden toedienen. Daarnaast verleende de vereniging hulp bij allerhande initiatieven, zowel binnen als buiten de collaboratie. Zij was actief bij het verzamelen van informatie over en de terugkeer van krijgsgevangenen, in Winterhulpcomité's, bij sportwedstrijden en bij manifestaties van de SS of het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). Het Vlaamse Kruis verklaarde zich in 1941 akkoord toe te treden tot de Nieuwe Orde-structuur Volk en Wetenschap. Maar de vereniging kwam wel in aanvaring met het VNV, omdat ze zich verzette tegen een te sterk politiek engagement van haar leden.

Vooral in de eerste jaren van de bezetting werden gesprekken gevoerd met het Rode Kruis van België met het oog op een eventuele samenwerking of zelfs samensmelting. Zowel bij de basis als bij de leiding van beide organisaties bestonden echter sterke weerstanden en de wens om de eigen vereniging een dominerende rol toe te kennen. In de loop van 1942 werd het duidelijk dat een dergelijke operatie niet kon worden doorgevoerd.

Het Vlaamse Kruis kon in de oorlogsperiode rekenen op 6 tot 7000 leden.

Na de oorlog werd Het Vlaamse Kruis, ondanks gerechtelijke onderzoeken, niet als vereniging vervolgd wegens collaboratie. Wel kregen vele medewerkers met de repressie te maken omwille van hun persoonlijk engagement. De vereniging werd bovendien van overheidswege tegengewerkt, bijvoorbeeld door het verschijningsverbod voor het tijdschrift niet op te heffen. Het naoorlogse Vlaamsvijandige klimaat werkte een nieuwe uitbouw van de vereniging tegen.

In januari 1945 volgde Werner van Huffelen zijn vader op als voorzitter van Het Vlaamse Kruis.

Ondanks de moeilijkheden waarmee de vereniging te kampen had, werd in 1948 gestart met een ambulancedienst. De EHBO-diensten werden hernomen, terwijl ook bij een ramp als de watersnood van 1953 werd opgetreden. Het duurde evenwel tot in de jaren 1960 eer de vereniging aan een bescheiden groei begon.

Het Vlaamse Kruis bleef een rol spelen als Vlaamse strijdvereniging, met oproepen tot amnestie en met het ijveren voor een vernederlandsing van het Rode Kruis van België. Verder bleef Het Vlaamse Kruis aanwezig op manifestaties als de IJzerbedevaarten en de Vlaams Nationale Zangfeesten, de Marsen op Brussel, de amnestiebetogingen en de betogingen van de jaren 1970 en 1980 in Schaarbeek (lokettenkwestie) en Voeren.

In 1970 volgde Georges Stalpaert Van Huffelen op als voorzitter. Onder zijn leiding werden nieuwe gesprekken aangeknoopt met de Vlaamse vleugel van het Belgische Rode Kruis, waarbij weer aan samenwerking of fusie werd gedacht, maar zonder resultaat. De tegenstellingen zorgden voor een zware crisis in Het Vlaamse Kruis. De problemen werden slechts bedwongen na het ontslag van Stalpaert, in 1975, en diens opvolging door José Daels, die Het Vlaamse Kruis tot 1989 leidde. Hij werd op zijn beurt opgevolgd door Jos Speybrouck.

Het Vlaamse Kruis verstrekte hulp bij de overstromingen in Ruisbroek (1976), bij het Heizeldrama (1985) en bij het kapseizen van het Britse schip Herald of Free Enterprise (1987). De vereniging telde in 1996 38 afdelingen en ongeveer 4700 leden. Het aantal diensten, uitleningen en verzorgingen kende in de jaren 1980 en 1990 een sterke groei.

Werken

J. de Combe, Het Vlaamsche Kruis. Zijn doel en streven. Propagandabrochuur 2, z.j.

Literatuur

F. Seberechts, Niets dan het welzijn van ons volk. Het Vlaamse Kruis 1927-1997, 1997.

Auteur(s)

Frank Seberechts