Vlaamse Democraten

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

een groep rond Antoon Roosens, Staf Verrept en Roger Bourgeois binnen de niet-partijpolitieke V.B. die in de jaren 1964 en 1965 poogden een coalitie aan te gaan met de Volksunie (VU).

De Vlaamse Democraten moeten gesitueerd worden als eindpunt van een rijpingsproces binnen de V.B. Sinds het begin van de jaren 1960 werd de politieke horizon van de klassieke V.B. verruimd. Bij de 'derde mars' in Antwerpen in november 1963 (Mars op Brussel) werd de eis tot federalisme gekoppeld aan de eis tot economische democratie. Daarmee kreeg het zogeheten sociaal-flamingantisme zijn plaats in de V.B.: een linkse stroming die sinds het einde van de jaren 1950 was gekiemd in een aantal kleine groepen binnen de V.B. en een spreekbuis had gevonden binnen het links-flamingantische maandblad Het Pennoen en in het weekblad De Nieuwe. Figuren als het in 1961 verkozen VU-Kamerlid Daniël Deconinck, Roosens en anderen konden het vinden met onder anderen Jan Olsen en Verrept.

Het communautaire vergelijk van Hertoginnedal in juli 1963 dat in de niet-partijpolitieke V.B. werd aangevoeld als een Vlaamse abdicatie, effende de weg naar een poging tot frontvorming van Vlaamsgezinden van diverse pluimage. De sociaal-flaminganten meenden dat een breed Vlaams front van mensen uit de VU en uit de niet-partijpolitieke V.B. aan de volgende verkiezingen diende deel te nemen. Het terrein werd voorbereid binnen en buiten de VU. Binnen de VU was er naast het engagement van Deconinck, vooral steun van partijsecretaris Wim Jorissen. In de resoluties van het VU-congres te Mechelen (december 1963) was duidelijk de invloed van de sociaal-flaminganten merkbaar. Buiten de VU was er belangstelling van onder meer Maurits Coppieters, Wilfried Martens, Roosens en Verrept die de stap naar een partijpolitiek engagement voorbereidden. Tegelijk groeide bij de traditionele nationalisten in de VU echter ook de argwaan tegen deze evolutie, 't Pallieterke deed dienst als de voornaamste spreekbuis daarvan. In het partijbestuur tekende zich een verdeeldheid af tussen enerzijds Jorissen en Deconinck als voornaamste verdedigers van de frontvorming en anderzijds Rudi van der Paal, Leo Wouters en Reimond Mattheyssens als voornaamste verdedigers van de traditioneel Vlaams-nationalistische lijn.

De poging tot frontvorming verliep in twee fasen. In het voorjaar van 1964 stelden Coppieters en Verrept aan de VU voor om via een verkiezingskartel in alle Vlaamse provincies tot een breed Vlaams front te komen. De initiatiefnemers hielden wel aan hun onafhankelijkheid en maakten het programma van de federalistische mars te Antwerpen tot het hunne; ze wensten dus niet toe te treden tot de VU. Besprekingen in het voorjaar van 1964 tussen die groep en de VU-leiding leidden na weerstand van VU-voorzitter Frans van der Elst en vooral de rechtervleugel in de VU, tot een afhaken van Coppieters en tegelijk tot het doodvonnis van een breed Vlaams front dat ruimer zou zijn dan de VU.

Een tweede poging tot Vlaamse frontvorming vond plaats na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1964. Deconinck had daarbij in Brussel geweigerd onder de naam VU op te komen. Hij diende een lijst in onder de naam Brusselse Belangen, naar eigen zeggen een lokale uitwerking van de Vlaamse frontvorming. De lijst werd een succes: ze haalde 5,02%, Deconinck werd tot gemeenteraadslid verkozen. De voorstanders van het Vlaamse front veranderden nu van tactiek. Met medeweten van Jorissen belegden Deconinck, Roosens, Verrept en Bourgeois een persconferentie waarop ze een "Vlaams eenheidsfront" aankondigden dat in Brabant bij de volgende verkiezingen in de plaats van de VU zou treden. Tegelijkertijd publiceerden de initiatiefnemers een ideologisch manifest dat geënt was op het sociaal-flamingantisme. De VU vaardigde dadelijk een verklaring uit waarin werd gesteld dat Deconinck niet gemandateerd was om namens de partij te spreken en dat de partij nooit had overwogen om zich bij de volgende verkiezingen ergens te onthouden. Om scheuringen langs links of rechts te vermijden riep de VU in november 1964 een commissie in het leven onder voorzitterschap van Hugo Schiltz om te onderhandelen met de groep Roosens-Verrept-Bourgeois. Op 9 januari 1965 kwam het tot een akkoord en keurde de VU-leiding principieel de frontvorming in Brabant goed op voorwaarde dat de groep van Vlaamse Democraten een waarborgenverslag ondertekende. Het akkoord werd echter niet verteerd door de rechterzijde in de VU. Ze werden in hun verzet ertegen geholpen door de figuur van Marcel Brauns: hij wist een aantal Brabantse VU-kaderleden aan zijn kant te krijgen en dreigde om zogenaamde 'saneringslijsten' in te dienen als de Vlaamse frontvorming zou worden doorgezet. Bovendien liepen de onderhandelingen tussen de VU en de groep Roosens-Verrept-Bourgeois alsnog spaak over de kwestie van de lijstvorming. Vooral door de weigering van de VU om Verrept de eerste plaats te geven op de Brusselse senaatslijst kwam het tot een definitieve breuk. De partijraad van de VU velde het verdict en keurde op 13 februari 1965 met een grote meerderheid de lijstvoorstellen van de Vlaamse Democraten af. Dit betekende het einde van de Vlaamse frontvorming in Brabant. De groep Roosens-Verrept-Bourgeois besloot, samen met Deconinck en een aantal medestanders in de VU-Brabant, afzonderlijk op te komen bij de parlementsverkiezingen onder de naam Vlaams Front van Democraten. Het liep uit op een mislukking: de Vlaamse Democraten haalden voor de Kamer 6553 stemmen tegen 29.978 stemmen voor de VU.

De groep viel na deze desastreuze verkiezingsuitslagen onmiddellijk uiteen. De Vlaamse Democraten (zonder Deconinck) besloten in juli 1965 tot de oprichting van de zoveelste doodgeboren partijpolitieke formatie links van de Belgische Socialistische Partij, met als orgaan het tijdschrift Richting (1966-1968). In april 1967 werd (zonder Verrept) het Demokratisch Aktiekomitee Vlaanderen (DAK) opgericht en daarna kwam er in 1968 een versmelting met de Socialistische Beweging Vlaanderen (SVB). Dit initiatief mondde uit in de oprichting van de Revolutionaire Socialisten met het tijdschrift Rood (januari 1969) dat nog later in 1970 in handen van de trotskisten (RAL) overging.

Literatuur

S. Verrept, Een nieuwe horizon voor de Vlaamse strijd, 1966; 
H. Cuypers, 'Dossier: De Vlaamse Democraten: verruimingsoperatie avant la lettre', in Meervoud, jg. 1, nr. 3 (mei-juni 1993), p. 55-64; 
B. de Wever, Herrijzenis van de Vlaams-nationale partijpolitiek (1949-1965). Het arrondissement Antwerpen, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1995.

Auteur(s)

Henk Cuypers; Bart de Wever