Vlaamsche Wacht

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaamse militaire formatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, bestaande uit Vlaamse officieren, ex- officieren van het Belgisch leger en Vlaamse soldaten, leden van het Verbond der Vlaamse Oud-strijders (VOS) en het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV).

Tot de oprichting ervan werd besloten in mei 1941 op initiatief van de bezetter die met het oog op de aanstaande aanval op de Sovjet-Unie Duitse bezettingstroepen wilde vervangen door Landeseigene Krafte zum Wacheinsatz. Het VOS werd bereid gevonden om de werving te organiseren. Van meet af aan bestond er onduidelijkheid over het doel van de Vlaamsche Wacht. De leiders van VOS meenden dat het een Vlaamse Rijkswacht zou worden en stelden het in de propaganda zo voor. Het weekblad VOS begroette de Vlaamsche Wacht als "een korps (...) dat uitsluitend met waakdiensten, in het belang van de Vlaamsche Volksgemeenschap, zal worden belast". De werving had een groot succes. Midden mei 1941 waren al 3000 kandidaturen binnen. Begin juni werden de eerste 1000 kandidaten opgeroepen en opgeleid. Bij hun indiensttreding namen de Wachters "de verplichting op (...) waakdiensten onder de Duitsche Weermacht en in verbinding met haar te vervullen op het grondgebied van België en Noord- Frankrijk". Er werden officieren gerekruteerd in de krijgsgevangenenkampen. Vooral de Vlaams-nationalistisch- en Nieuwe Orde-gezinde Luitenant De Winde-kring in het kamp te Luckenwalde leverde vrijwilligers. De bezetter steunde op de Vlaamse officieren om de Vlaamsche Wacht zoveel mogelijk te onttrekken aan de politieke invloed van VOS en van het VNV, dat eveneens probeerde invloed te krijgen en kon rekenen op de vele VNV-sympathisanten bij de vrijwilligers. Vrijwel onmiddellijk bleek dat de Vlaamsche Wacht werd ingezet als een hulptroep van de bezetter en geleid werd door een Duits kader dat in het Duits bevelen gaf en geen bemoeienissen van politieke organisaties duldde. Protesten van wachters, VOS en VNV baatten niet. In mei 1942 werd VOS het wervingsmonopolie ontnomen. Voortaan rekruteerde de Vlaamsche Wacht zelf zijn manschappen. Het VNV probeerde de leider van de Luitenant De Winde-kring, Herman Verreydt, die officier was in de Vlaamsche Wacht, als breekijzer te gebruiken. Verreydt trad met zijn organisatie toe tot het VNV en werd zelf leider van de Dienst verweer van het VNV. Op 1 juni 1943 werd hij de verbindingsofficier tussen de Vlaamsche Wacht en het VNV en VOS. Het VNV voerde de werving op, vooral toen de werving voor de Waffen-SS in augustus 1943 werd gestaakt. Maar net als VOS werd ook het VNV uitgerangeerd toen Verreydt einde 1943 zijn organisatie uit het VNV terugtrok. De Vlaamsche Wacht werd steviger verankerd in de Duitse Wehrmacht. In juli 1944 legde de Vlaamsche Wacht de eed op Hitler af waardoor de wachters Wehrmachtangehörige werden en onder de Duitse krijgswet vielen. Een kwart van de wachters weigerde de eed af te leggen, een daad van protest die geen steun vond bij het VNV. De Vlaamsche Wacht telde inmiddels circa 2500 leden in vier afdelingen, respectievelijk gekazerneerd te Gent, te Antwerpen (met 1 compagnie te Maaseik), Brugge (met 1 compagnie te Kortrijk) en te Brussel (met compagnieën te Brussel, Leuven en Hasselt). Bij de bevrijding trok de Vlaamsche Wacht naar Duitsland, waar de resten grotendeels in de Division Langemarck werden ingelijfd. Enkele honderden wachters weigerden en traden in de Vlaamsche Flakbrigade of werden tewerkgesteld in Duitse fabrieken. Tijdens de repressie werden de leden van de organisatie wegens militaire collaboratie veroordeeld tot een celstraf en kwamen ze na enkele jaren vrij.

Literatuur

L. van Daele, De Vlaamse Wacht, juni 1941-september 1944. Bijdrage tot de geschiedenis van de militaire collaboratie, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1986; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933- 1945, 1994.

Auteur(s)

Willem C.M. Meyers; Bruno de Wever