Vlaamsche School, De

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

aanvankelijk halfmaandelijks, later maandelijks tijdschrift, uitgegeven te Antwerpen van 1855 tot 1901 (van 1855 tot 1864: De Vlaemsche School; van 1897 af: De Vlaamse School).

Ondanks het overwegend lokale Antwerpse karakter behoorde dit kunstblad gedurende een halve eeuw tot de toonaangevende tijdschriften in Vlaanderen en de evolutie ervan weerspiegelt duidelijk de culturele opgang van Vlaanderen in de tweede helft van de 19de eeuw. Uit de programmaverklaring, opgesteld door Eugeen Zetternam, blijkt dat men met dit Vlaamse orgaan de verfransing in Vlaanderen wilde bestrijden en een eigen culturele ontwikkeling in aansluiting bij de Vlaamse tradities wilde bevorderen. Deze doelstellingen, geformuleerd in de geest van de nationale romantiek, verklaren de talrijke historische bijdragen in de eerste reeks, waarin de grootsheid van Vlaanderens cultureel verleden wordt aangetoond, telkens rijkelijk geïllustreerd met gravures, kopieën en reproducties. Daarnaast wilde men een brede informatie verschaffen over de evolutie van de eigen literatuur, kunsten en wetenschappen, zodat dit blad talrijke medewerkers op uiteenlopende terreinen telde. De stuwende krachten in de eerste reeks waren Pieter Génard, Johan van Rotterdam en vooral Désiré van Spilbeeck, die van 1863 tot 1887 het tijdschrift leidde. Na zijn dood nam Paul Buschmann in 1888 de uitgave op zich, bijgestaan door Pol de Mont, die van 1897 af officieel als hoofdredacteur figureerde. De tweede reeks treft door de jeugdige vernieuwing, zowel in de grafische vormgeving van Karel Doudelet, die met het omslagontwerp en de tekstversiering aansloot bij de internationale art nouveau, als in de inhoud, daar talrijke jongeren toen het woord voerden, terwijl ook bijdragen van Noord-Nederlandse en Nederduitse schrijvers werden opgenomen. Het blad publiceerde meer scheppende arbeid en de kritische bijdragen waren gewijd aan de eigentijdse Vlaamse letterkunde en beeldende kunsten. Opmerkelijk vooral was de internationale verruiming met een uitgebreide kroniek, gewijd aan het buitenlandse geestesleven, waarin zowel nieuwe werken als toonaangevende tijdschriften werden besproken. Dit verzorgde kunstblad heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in de culturele emancipatie van Vlaanderen.

Literatuur

A. Deprez en W. Depoortere, De Vlaamsche School, 1855-1901 (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, nr. 15, 1987).

Auteur(s)

Raymond Vervliet