Vlaamsche Opvoedkundige Vereeniging (VOV)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

ontstaan te Brugge in augustus 1922 tijdens het vijfde Vlaamse Filologencongres dat plaatsvond in het raam van de Vlaamsche Wetenschappelijke Congressen. De impuls ging uit van Edward Peeters, die onmiddellijk werd gesteund door Abraham Hans en Paul van Oye.

Tijdens de eerste algemene vergadering, georganiseerd te Brussel op 26 december 1922, werd het bestuur verkozen; de kantonnale inspecteur J.-T. Strauven werd voorzitter en Hilaire Deman secretaris. De toen reeds zieke Peeters kreeg het erevoorzitterschap aangeboden.

Het doel van de VOV was drievoudig : a/ de beoefening van de opvoedkundige wetenschappen onder de leden; b/ de verbreiding van de opvoedkundige kennis bij de Vlaamse bevolking; c/ het bevorderen van de toepassing van de opvoedkundige beginselen in alle takken van het onderwijs. In de praktijk echter ging de aandacht van de VOV bijna uitsluitend naar het lager onderwijs.

Opvallend was dat de statuten van de vereniging expliciet de verdraagzaamheid predikten: elke politieke, wijsgerige of pedagogische visie diende te worden geëerbiedigd. Dit had onder meer tot gevolg dat de VOV afwisselend door een katholieke en een niet-katholieke voorzitter werd geleid.

De VOV groeide dan ook spoedig uit tot een werkelijke pluralistische pedagogische vereniging; onder de leden trof men naast heel wat leerkrachten en hoogleraren, schooldirecties en inspectieleden, ook priesters, parlementairen, schepenen voor onderwijs, uitgevers en journalisten aan. Verscheidene Nederlanders – waaronder de bekende uitgever Wolters – sloten aan bij de VOV.

Het aantal leden steeg in 1937 tot ongeveer 2000. De lokale studiekringen, verspreid over heel Vlaanderen, organiseerden vergaderingen, lezingen en uitstappen. Tot de bekendste voordrachtgevers behoorden Hendrik van Tichelen, John Broeders, Jan Grauls, Jozef E. Verheyen, Strauven, Deman, Herman Teirlinck, Paul de Keyser, Van Oye, Leo Roels, Joris de Messemaeker, Felix Timmermans, Ernest Claes, Frans Daels, Dr. Ovide Decroly, de Zwitserse hoogleraar Edouard Claparède enzovoort. De actieve leden van de VOV werkten meestal ook mee aan de tijdschriften Het Schoolblad voor Vlaanderen (1920-1928) en Moderne School (1927-1941).

De VOV publiceerde een merkwaardige "Brochurenreeks", verzorgd door de Antwerpse uitgeverij De Sikkel. Veel invloed ging bijvoorbeeld uit van Intelligentieschaal voor Vlaamse kinderen, door Deman en A. de Saeger (1931). Voor het leervak Nederlands schreef inspecteur Strauven De spellingkrisis, haar oorzaken en haar bestrijding (1928) en Over beginsel Moedertaal-Voertaal en over tweede taalonderricht op de lagere school (1930). Bepaald vernieuwend waren afleveringen zoals "De klassebibliotheek" (1929) en "Het oude en het nieuwe kinderboek" (1934) beide door Ger Schmook, "Uit het werk van Piaget" (1932) door de latere Leuvense hoogleraar Victor d'Espallier, en "Opvoeding tot den vrede" (1932) door de Gentse hoofdinspecteur Georges Verbrugge.

De VOV nam herhaaldelijk een kritisch standpunt in tegen bepaalde regeringsinitiatieven, vooral met betrekking tot de taalwetgeving en het moedertaalonderwijs. Zo werd in 1923 eenparig een motie gestemd voor de volledige vernederlandsing van de Gentse rijksuniversiteit en tegen de Nolf-barak. In 1934 werd heftig geprotesteerd tegen de gebrekkige toepassing van de wet van 14 juli 1932 op het taalregime in het lager en middelbaar onderwijs.

Als Vlaamse pedagogische vereniging met pluralistisch karakter heeft de VOV tijdens het interbellum zeker een belangrijke rol gespeeld.

Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de vereniging ontbonden. Een beperkt aantal leden sloot zich aan bij de Vlaamsche Opvoedkundige Kring, een vereniging die in de zomer van 1940 werd opgeslorpt door Arbeidsorde.

Literatuur

De Opvoedkundige Beweging in Vlaanderen na den Oorlog, 1933; 
J. van Buggenhout, Enkele aspecten van de pedagogiek in verband met de Vlaamse openbare lagere school, 1961.

Auteur(s)

Henk van Daele