Vlaamsche Kring

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

taalminnend genootschap van atheneumleerlingen, gesticht te Antwerpen in juni 1885 als tegenhanger van de tweetalige Kring Studie om de Vlaams- vrijzinnige belangen te behartigen.

Stichters waren onder meer J. Arnouts, David Dorens, Herman Mulder, Pieter Tack.

De Kring gaf in 1887 een Liederboekje uit en het jaar daarna een tijdschrift Onze Taal, dat zeventien nummers beleefde. Volgens dat blad beschikte de Vlaamsche Kring in zijn lokaal Oude Beurs over een "leeskamer en een bibliotheek". In 1890 sloot de Vlaamsche Kring zich aan bij het Vrijzinnig Verbond der Vlaamsche Studenten, waarvan De Goedendag het orgaan werd. De Kring beleefde in 1892 innerlijke twisten over de vraag of aan het vrijzinnige of aan het Vlaamse beginsel voorrang moest worden toegekend. Marten Rudelsheim, voorzitter sinds 21 maart 1891, eiste voorrang op voor de Vlaamsgezindheid. Met de Nederlandse Studentenkring (NSK) van de (Rijks)Hogere Handelsschool onderhield de Vlaamsche Kring nauwe betrekkingen bij het organiseren van voordrachten, feesten en betogingen. Op 30 juni 1895 vierde de Vlaamsche Kring zijn tienjarige bestaan. Voorzitter was toen Victor Resseler, secretaris Lode Baekelmans. Op de feestzitting, waar onder meer Emmanuel de Bom, Antoon Moortgat en Raf Verhulst aanwezig waren, bepleitte Pol de Mont de vernederlandsing van de Gentse universiteit; Tack sprak over de moedertaal als voertaal in het onderwijs van laag tot hoog.

In oktober 1895 hielden NSK en Vlaamsche Kring hun eerste gezamenlijke vergadering. Ze zetten het Vlaamsch Studenten Verbond aan tot meer activiteit. De algemene vergadering van 14 november koos een nieuw bestuur met Adolf Pauwels (NSK) als algemeen voorzitter en A. van Mierlo (Vlaamsche Kring) als algemeen secretaris. Onder voorzitter F. Oyen leefde de Vlaamsche Kring merkbaar op. In 1896 telde hij ruim zestig leden. Een poging tot het vormen van een jongerengroep mislukte. Er ontstond ook wrijving met de oud-leerlingen, wat uitliep op snel wisselende besturen en een langzame achteruitgang. Als laatste voorzitter wordt de naam van Edler Hansen (1897-1898) vermeld. In 1901 werd de taak van de Vlaamsche Kring overgenomen door de Vlaamsche Bond. Toen deze bond in 1903 door prefect Lamarche aan banden werd gelegd, richtten de oud-leerlingen een (tijdelijke) Vlaamsche Kring op. Hetzelfde gebeurde om gelijksoortige redenen eind 1915, onder prefect Loos. De Vlaamsche Kring herrees toen als activistische (activisme) oud-leerlingenbond onder voorzitterschap van Oskar de Smedt. In mei 1916 werd een jongerenafdeling opgericht die zeer actief was en snel groeide (secretaris Firmin Mortier). De Kring organiseerde op zondag 17 september 1916 met het Algemeen-Nederlands Verbond, de Hoogeschoolbond en het Nationaal Vlaamsch Studentenverbond een plechtige vergadering waarin Leo Augusteyns, Adelfons Henderickx, A. van Roey en Emiel Wildiers de Hoogeschoolkwestie behandelden.

Literatuur

A. Breugelmans, 'De Geschiedenis van Het Verbond', in De Goedendag (oktober 1916); 
O. de Smedt, De Vlaamsche Bond en zijn voorgangers, 1954.

Auteur(s)

Vic van den Berghe; Luc Vandeweyer