Vlaamsche Christene Volkspartij (VCV)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

naam van de belangrijkste daensistische partij in het arrondissement Antwerpen (1895-1906).

In dat arrondissement is de Daensistische Beweging ontstaan uit de onvrede van een groep Vlaamsgezinde en democratisch geïnspireerde jongeren over het franskiljonisme en het conservatisme van bepaalde figuren in de Meetingpartij. Die jongeren waren vooral actief in de Nederduitsche Bond en in De Vlaamsche Wacht. Zij wilden optreden als een drukkingsgroep en de Meetingpartij van binnenuit hervormen. Zo nodig zouden zij een scheuring wagen.

De VCV werd in Antwerpen gesticht in mei 1895. In datzelfde jaar – waarin gemeenteraadsverkiezingen plaatsgrepen – ontstond een afdeling in Berchem en in 1896 volgde Borgerhout. De activiteit van de daensisten breidde zich ook uit naar de regio's Boom en Turnhout.

De VCV wilde een confessionele partij zijn met een democratisch en progressief Vlaams- en sociaalgezind programma (uitsluitend gebruik van de Nederlandse taal, algemeen stemrecht, evenredige verdeling, verplicht en kosteloos lager onderwijs, minimumloon, sociale verzekeringen, huisvestingspolitiek enzovoort) en een antimilitaristische inslag. De partij gaf het weekblad Het Volksrecht uit, waarmee zij zich hoofdzakelijk richtte tot de burgerij en de middenstand op het platteland.

De drijvende kracht achter het ontstaan van de beweging was de advocaat Adolf Pauwels, die in 1894 in Aalst meetings had gehouden ten voordele van priester Adolf Daens en die sinds 1890 samen met Hector Plancquaert ageerde voor de oprichting van een uitgesproken Vlaamsgezinde politieke beweging. Vanaf 1896 vervreemdde Pauwels echter van de beweging en keerde terug naar de katholieke partij. Zijn leidende rol werd toen overgenomen door advocaat Hector Lebon, die de Antwerpse daensisten een gematigde en pragmatische koers voorschreef en daardoor herhaaldelijk in conflict kwam met de eerder radicale groepen buiten de provincie Antwerpen. Andere vooraanstaande daensisten in Antwerpen waren Max Bausart, Jan I. de Beucker, Emiel Schiltz en Emiel Wildiers. In 1900 kwam de leiding van de Antwerpse daensisten in handen van de geschorste West-Vlaamse priester Florimond-Alphonse Fonteyne, die de partij radicaliseerde, haar in een links-travaillistische richting stuurde en afzag van elke samenwerking met de katholieke partij.

De Antwerpse daensisten, die op het hoogtepunt van hun ontwikkeling niet verder waren geraakt dan een electorale score van 2,77%, verloren nu systematisch terrein en bezaten vanaf 1906 geen echte politieke betekenis meer.

Literatuur

H. Landuyt, Het daensisme in Antwerpen, 1973; 
F. van Campenhout, LDB, 1993.

Auteur(s)

Frans van Campenhout