Vlaamsch Comité

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

opgericht door de Raad van Vlaanderen in zijn vergadering op 30 oktober 1918.

Het Comité zou in het algemeen de Vlaamse belangen in het buitenland moeten behartigen en in het bijzonder bij de vredesbesprekingen tussen Duitsland en de Entente-mogendheden te Parijs.

Tot lid werden de leden van de Commissie van Zaakgelastigden benoemd, met uitzondering van Antoon Brys en Emiel ver Hees, en voorts nog Willem de Vreese, voorzitter van de Raad van Vlaanderen en Jozef van den Broeck, de secretaris van de Raad. Op 3 november 1918 vond de laatste vergadering te Brussel plaats. Er waren al geldelijke problemen, daar het geld van de Kolenverdeeling voor Vlaanderen niet beschikbaar was. Wel gaven de Duitsers nog kredieten. Enkele leden vestigden zich in Den Haag, waar Leo Meert met Alfons Depla en Hendrik Mommaerts het Duitse steungeld en het geld van het Nederlandsch Steuncomité voor Vlamingen administreerde. Hector Plancquaert ging naar Düsseldorf. De overige uitgeweken leden van de Commissie van Zaakgelastigden en de leden van de Raad van Vlaanderen vestigden zich in Den Haag.

Daar reorganiseerde in november 1918 Josué de Decker het Comité (het kreeg de naam Vlaamsche Komiteit) en breidde het uit met Arthur Claus, Reimond Speleers en Gustaaf Doussy. Er ontstonden conflicten. Moest men als een nieuwe Raad van Vlaanderen doorgaan? Moest het Nederlandsch Steuncomité losgemaakt worden van de politieke activiteiten van de Komiteit? Moest de Komiteit via het Vlaamsch Persbureau doorgaan met het voeren van een radicale en revolutionaire actie in België (zenden van ondergrondse pamfletten en krantjes en eventuele gewelddadige acties). Ruzies verlamden begin 1919 het werk van de Komiteit en in maart 1919 formeerde De Decker een nieuw bestuur. De Komiteit bestond toen uit: De Decker, Ernest P. van den Berghe, Van den Broeck, Ferdinand Brulez, Depla, Meert, Mommaerts, Plancquaert en De Vreese. Er zou ook meer contact met de uitgewekenen in Duitsland plaatsvinden.

Intussen hadden Van den Berghe, Florimond Heuvelmans, Karel Heynderickx en De Vreese het memorandum Pro Flandria Servanda geschreven waarin de activistische politieke visie op het Vlaamse vraagstuk bij de geallieerden werd bepleit. De tekst werd aan Woodrow Wilson gezonden, maar had geen enkele politieke betekenis.

Op 20 juni 1919 spraken leden van de Komiteit opnieuw over een plan van actie. Het leidde op 6 juli 1919 tot een nieuw samenwerkingsverband, nu Vlaamsch Sekretariaat geheten, waarin Paul Bellefroid een voorname rol speelde. Het wilde zich met name met de ontwikkelingen in België en Vlaanderen bezighouden en ageerde tegen de processen tegen de activisten. Verdere daden zijn niet bekend. Een kleine kring rond De Decker bleef een felle anti-belgicistische propaganda voeren via het tijdschrift Pro Flandria, waaruit het weekblad Vlaanderen zou ontstaan.

Eind 1919 was het Comité in zijn verschillende verschijningsvormen verdwenen.

Literatuur

H.D. Mommaerts, 'Herinneringen aan de afwikkeling van het Vlaams Aktivisme in 1918 en daarna', in WT, jg. 27, nr. 5 (1968), kol. 315-326; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.

Auteur(s)

Pieter van Hees