Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens (VABT)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

een in 1959 opgerichte drukkingsgroep waarin bijna alle Vlaamse cultuur-en strijdverenigingen tot 1964 samenwerkten.

Het VABT reageerde aanvankelijk tegen de talentelling van 1947 en eiste de afbakening van de taalgrens. Een eerste manifestatie, de "Geen Talentelling"-dag in november 1959 en het succesvol betrekken van de Vlaamse burgemeesters in de taalstrijd, resulteerden in de afschaffing van de talentelling. In deze actie werd voor het eerst na de oorlog de Vlaamse opinie op grote schaal voor een Vlaamsgezinde eis gemobiliseerd.

Later betrok het VABT de hele taalwetgeving in zijn actie en radicaliseerde zijn standpunten; eind 1963 werd de eis voor federalisme en economische democratie gesteld. Het VABT oefende vooral druk uit op de Christelijke Volkspartij (CVP), die hierdoor meer vooruitgeschoven stellingen ging innemen. Mede onder invloed hiervan pakte de regering-Theo Lefèvre-Paul-Henri Spaak (april 1961-mei 1965) de herziening van de taalwetgeving van de jaren 1930 aan. Het VABT slaagde erin grote massa's op straat te brengen: een eerste Mars op Brussel op 22 oktober 1961, een tweede op 14 oktober 1962 en een betoging te Antwerpen op 10 november 1963. Deze massaconcentraties lieten zien dat opnieuw met een Vlaamse macht moest rekening worden gehouden, waardoor in de nieuwe taalwetgeving dan ook vele Vlaamse eisen werden gerealiseerd (onder meer de zetelaanpassing, de instelling van de tweetaligheid in de Brusselse agglomeratie en de instelling van het Nederlandse stelsel in de 6 omstreden randgemeenten via de taalwet inzake bestuurszaken van 2 augustus 1963).

Het VABT was een feitelijke vereniging van 52 organisaties zonder statuten. Het Uitvoerend Comité was oorspronkelijk samengesteld uit afgevaardigden van acht verenigingen: Edgard van Cauwelaert, voorzitter (Vlaams Komitee voor Brussel), Antoon Roosens, secretaris (Vlaams Komitee voor Brussel), Wilfried Martens, schatbewaarder (Vlaams Jeugdkomitee), Paul Daels, verslaggever (Vlaamse Volksbeweging-VVB), Eduard Amter (hoofdsecretaris van het Davidsfonds), M. de Buck (August Vermeylenfonds), Fernand Bové (Verbond van het Vlaams Overheidspersoneel), Staf Verrept (VVB), Jozef van Overstraeten (voorzitter Vlaamse Toeristenbond – Vlaamse Automobilistenbond, VTB-VAB), E. Loockx (Willemsfonds). Van Cauwelaert nam in 1960 ontslag en werd vervangen door Amter. De andere belangrijkste leidende figuren waren enerzijds de ietwat oudere garde met Maurits Coppieters (VVB) en Daels en de jongeren Roosens, Verrept en Martens. Roosens werd secretaris, Verrept adjunct-secretaris en Martens hoofd van de persdienst van het VABT.

Het VABT richtte zijn acties op drie niveau's. Vooreerst het onder druk zetten van de regering en vooral de CVP- parlementairen. Verder werd de publieke opinie op allerlei manieren gesensibiliseerd: door de betogingen, begeleid met talrijke moties en persverklaringen, door de informatievergaderingen en de werking van de lokale comité's, met de uitgifte van pamfletten, brochures, albums, films. En ten slotte hechtte het VABT veel belang aan de plaatselijke overheden in Vlaanderen. De Vlaamse burgemeesters werden steeds succesvol actief betrokken bij de werking van het VABT.

De VVB speelde een belangrijke rol in de voorbereiding van de grote manifestaties van het VABT. Samenhangend met een groeiend ledenaantal, ging de VVB binnen het VABT hoe langer hoe meer een dominante positie innemen. Het gezag van de vrijzinnige verenigingen binnen het VABT was bijzonder gering, ook al omdat zij er geen ogenblik in slaagden de liberale en socialistische partijen te beïnvloeden. Uitzondering binnen de vrijzinnige wereld was het weekblad Links, dat een zeker parallellisme met de opinies van het VABT betoonde. De gekozen actievormen en de sterker wordende federalistische opvattingen stootten de vrijzinnigen af. Het Willemsfonds nam officieel niet deel aan de Marsen op Brussel en bij de tweede Mars haakte ook het Vermeylenfonds af. De deelname van CVP- militanten was algemeen bij de eerste Mars op Brussel, maar nam af bij de volgende manifestaties. Het Davidsfonds en VTB- VAB waren vaak actief op het lokale vlak. De organisaties van de jongeren leken meer dan proportioneel vertegenwoordigd te zijn.

De bijna exclusieve vertegenwoordiging van de katholieke milieus en de Vlaamse nationalisten was flagrant.

De betoging te Antwerpen in 1963, in het teken van federalisme en economische structuurhervormingen, betekende een breekpunt voor het VABT. Verschillende verenigingen traden uit het VABT en in de zomer van 1964 zou het VABT feitelijk ophouden te bestaan. De verzwakking van het VABT was niet alleen te wijten aan onderlinge verdeeldheid, maar ging ook gepaard met het verlies van zijn meest actieve leiders. Amter ging in 1964 met pensioen. Anderen verlieten de beweging en werden lid van een partij, of trachtten een eigen partij te stichten. Martens werd in 1967 algemeen voorzitter van de CVP-Jongeren. Roosens en Verrept trachtten het vernieuwd sociaal flamingantisme door te zetten, en stichtten eind 1964 mee de Vlaamse Democraten. Coppieters werd in 1965 Kamerlid voor de Volksunie.

Na de teloorgang van het VABT ontstond in 1965, op initiatief van de drie Vlaamse cultuurfondsen, terug een samenwerkingsverband. Er werd een Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen opgericht, waarvan de meeste van de vroeger bij het VABT aangesloten verenigingen lid werden.

Literatuur

L. Haagdorens, 'De mobilisatie van het 'Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens' voor de marsen op Brussel (1959-1963)', in Taal en Sociale Integratie, nr. 8, 1986, p. 85-183.

Auteur(s)

Lize Haagdorens