Vlaams-Nationale Studentenunie (VNSU)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

ontstaan onder de naam Volksuniestudenten omstreeks de verkiezingen van 1958 aan de universiteiten te Leuven en Gent.

Tot de stichters behoorden te Leuven Piet Mulder en Jan Kauffman, te Gent Roeland Raes, Oscar Renard en Ward Lissens. Na een paar jaar werd de naam gewijzigd in VNSU.

Hoewel beschouwd als de studentenorganisatie van de Volksunie (VU), bestond er in feite geen rechtstreekse band met deze partij. In Leuven en Gent was de VNSU naast (en tegen) het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) opgericht. Een dubbel lidmaatschap kwam echter betrekkelijk veel voor. De evolutie liep later uiteen: in Gent werd het KVHV omstreeks 1965 opgedoekt en werd het heropgericht in 1968 door een groep afgescheidenen uit de VNSU. In Leuven bleef de VNSU steeds in de schaduw van het KVHV. Wel kende de vereniging er in 1965 een forse toeloop van heel wat traditionele nationalisten voor wie de linkse koers van het KVHV niet meer acceptabel was. In andere centra waren de lotgevallen van VNSU nog wisselvalliger, met jaren van afwezigheid en dan heroprichting, met hoogten en laagten. In de periode 1967-1968 bestonden er afdelingen te Antwerpen, Brussel, Gent, Kortrijk, Leuven en Mechelen. Pogingen om tot nationale coördinatie te komen mondden in 1966 uit in de stichting van VNSU-Nationaal. Na enkele jaren raakte dit overkoepelend orgaan, dat niet aan de verwachtingen beantwoordde, in de vergeethoek. Het ontbreken van nationale samenwerking tussen de verschillende centra en het uitsluitend op de eigen universiteit afgestemd zijn maakte de afdelingen kwetsbaar. Een tijdlang bestond er een modus vivendi met de Jong-Vlaamse Studentengemeenschap (JVSG), die zich meer tot het niet-universitair hoger onderwijs richtte, in centra waar geen VNSU bestond.

Het programma van de VNSU was uiteraard Vlaams- nationalistisch. Van het begin af stonden federalisme, amnestie en andere thema's van de Vlaamse strijd centraal. De acties liepen van verzet tegen de talentelling over de eis tot zetelaanpassing naar de strijd tegen de uitbreiding van Brussel en de taalfaciliteiten, en voor de overheveling van Leuven-Frans, de grondwetsherziening en de verdere gewestvorming. Ook plaatselijke acties, zoals tegen Franse filmvertoningen te Gent, vonden herhaaldelijk plaats. Daarnaast kwam de VNSU vanzelf tot de problematiek van de universitaire expansie, van het wetenschapsbeleid, van het niet-universitair hoger onderwijs en van de studentenpolitiek zelf.

Sinds 1968 trad de studentenbeweging aan de universiteiten in een nieuwe fase, en in de problemen rondom de universitaire hervorming was het standpunt van de VNSU niet zo eenvoudig te bepalen. De VNSU speelde vooral te Gent een belangrijke rol; bij de algemene studentenverkiezingen behaalde ze er in 1967 en 1968 respectievelijk 30% en 40% van de stemmen, in fel partijpolitiek gekleurde confrontaties met andere politieke studentenorganisaties. Tot het einde van de jaren 1970 bleef VNSU-Gent sterk geëngageerd in de studentenpolitiek en speelde ze een belangrijke rol in de sociale sector van de studentenvoorzieningen (waar een zekere mate van studentenbeheer bestaat) en in de overlegorganen met de universitaire overheid. Vertegenwoordigers zetelden in de raad van beheer van de universiteit, als waarnemers in de beginperiode (1969), als rechtstreeks gekozenen sinds de universitaire hervorming. Daarnaast behield de VNSU haar traditionele belangstelling voor thema's als federalisme, amnestie, verdediging van Vlaams-Brabant, van de streek van Ronse en van Voeren. Talrijke acties werden om deze en andere Vlaamse strijdobjecten gevoerd. Ook te Leuven ging de VNSU, die zich zeer actief had geëngageerd in de strijd voor 'Leuven Vlaams', vanaf 1968 een uitgesproken progressieve koers varen, maar verschrompelde na enkele jaren tot een kleine kaderledenvereniging.

Naar de tweede helft van de jaren 1970 toe kwam de VNSU terug op dreef en trad er een geleidelijke radicalisering op. De vereniging kende drie vaste kernen: Gent, Leuven en Brussel. De grote verwarring, die het Egmontpact in 1977 in het Vlaams-nationale kamp veroorzaakte, luidde de neergang van de VNSU in. Hoewel de vereniging zich officieel tegen het Egmontpact verzette, kwam het intern tot conflicten tussen voor- en tegenstanders van de VU-partijtop. In Leuven verdween de VNSU omstreeks 1979, terwijl de afdeling Brussel zich in 1980 aansloot bij de Volksunie-Jongeren (VUJO). In naam bleef VNSU-Gent tot 1984 bestaan, maar vanaf 1981 was de werking er grotendeels opgegaan in die van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV). De VNSU verdween er, doordat de VU-getrouwe vleugel voortaan een onderkomen vond in de einde de jaren 1970 opgerichte universitaire VUJO-afdelingen en de radicaal-nationalistische strekking een alternatief zag in de NSV. In 1991 werd aan de Gentse Rijksuniversiteit door studenten, die afkomstig waren uit het milieu van het Taal Aktiekomitee (TAK) en het jongerentijdschrift De Vrijbuiter (1983-), opnieuw een VNSU opgericht; ditmaal op niet-partijgebonden basis.

Literatuur

R. Raes, De bladen van de Vlaams- nationale Studenten Unie Gent, 1989.

Verwijzingen

zie: studentenbeweging.

Auteur(s)

Koen Palinckx; Wilfried Weets