Vertommen, Karel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Kontich 25 januari 1907 – Antwerpen 27 juli 1991).

Studeerde filosofie en theologie aan het Grootseminarie van Mechelen. In 1935 behaalde Vertommen aan de Katholieke Universiteit Leuven het diploma van licentiaat in de Germaanse filologie. Zijn eindverhandeling had als onderwerp Gemeenschapskunst en het programmatisch streven der naoorlogse katholieke jongeren. Hij was leraar in het Waalse Chimay (1936-1938) en aan het atheneum van Berchem-Antwerpen (1938-1943). In de periode 1943-1944 was hij cultureel diensthoofd bij de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie en redacteur van het door deze dienst uitgegeven maandblad Volk en Bodem. Toen de corporatie na de bevrijding in 1944 werd opgeheven, werd hij cultureel adviseur bij de kunstuitgeverij Pro Arte in Diest. Van 1948 tot 1952 was hij redactiesecretaris van het weekblad De Vlaamse Linie. In 1952 keerde hij terug naar het onderwijs en gaf les aan het Sint-Jan Berchmanscollege in Antwerpen (tot 1964) en daarna aan het Sint-Vincentiuslyceum in Mortsel (tot 1972).

Zijn katholieke en Vlaams-nationalistische overtuiging, gegroeid in het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS), droeg Vertommen uit in Volk, waarvan hij van 1936 tot het verdwijnen van het tijdschrift in 1941 redacteur was. Grote invloed onderging hij van mederedacteur Ernest van der Hallen. Van 1942 tot 1948 leidde hij voor Pro Arte de bloemlezingen Keurbladzijden uit de Nederlandse letterkunde, waarin hij over Van der Hallen publiceerde. Na de Tweede Wereldoorlog was Vertommen een der stichtende redacteurs van De Tafelronde (1953-1981) en van Jong Kultuurleven (1955-1960). In de jaren 1960 was hij voorzitter van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding (KVHU)-Antwerpen en redacteur van de door deze KVHU uitgegeven Campus-essayreeks. Ook in de Vereniging van Schrijvers voor de Jeugd was hij actief. In 1983 ontving hij de Snellaert-prijs van de Vereniging van Vlaams-Nationale Auteurs.

Als dichter zette Vertommen de traditie van Albrecht Rodenbach, Omer K. de Laey en René de Clercq voort. Zijn drang naar gemeenschapskunst ontplooide hij het best in de episch-lyrische ballade, naar middeleeuws voorbeeld. Populair werd zijn in 1936 ontstane en gepubliceerde Galgelied, een protestgedicht tegen gerechtelijk onrecht, veel gebruikt in en na de Tweede Wereldoorlog, onder meer in schoolbloemlezingen en op het Vlaams Nationaal Zangfeest.

Werken

Neuriën, 1934; 
Peillood, 1937; 
Brood, 1939; 
Uut herten vri, 1944; 
'Inleiding', in A. van der Plaetse, Dietsche Balladen, 1944; 
Het veer, 1948; 
Vluchtig Schoon, 1954; 
Balladen en gedichten, 1957; 
Voetlicht. Scenische beelden, 1963; 
'Inleiding', in René de Clercq (P.E.N.-pocket, 1964); 
Diapositieven, 1967; 
Ernest van der Hallen: bezieler van de jeugd, toekomsgericht man, 1968; 
Soms wuift een hand, 1969; 
Verzamelde Gedichten, 1982.

Literatuur

J. Haest, De dichter Karel Vertommen, 1973; 
L. Simons, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen, II, 1987.

Verwijzingen

zie: Arthur Verthé.

Auteur(s)

Erik Verstraete