Verspreeuwen, Jan F.C.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Mechelen 29 oktober 1807 – Antwerpen 25 juli 1860).

Was sedert 1829 studiemeester en van 1851 af leraar Nederlands aan het atheneum te Antwerpen. Na de Belgische Revolutie toonde Verspreeuwen zich een orangist (orangisme). Eind 1830 protesteerde hij in de pers tegen het verdrijven van de moedertaal uit de Gentse universiteit. Hij was een van de eersten die na 1830 Nederlandstalige gedichten publiceerde: Dichterlijke Mengelingen (1833). In het woord vooraf bij deze bundel uitte hij opnieuw zijn orangistische overtuiging. Als atheneumleraar bracht Verspreeuwen verscheidenen van zijn leerlingen tot de actieve V.B., onder meer Jacob F. Heremans.

In de culturele en flamingantische milieus te Antwerpen speelde Verspreeuwen een belangrijke rol. Het lidmaatschap van de literaire afdeling van de Société des sciences et des arts d'Anvers belette hem niet in 1835 mede De Olijftak te stichten, waarvan hij daarna het voorzitterschap bekleedde. Medio 1845 richtte hij het tijdschrift Het Taelverbond op, en werd er tot 1847 de eerste hoofdredacteur van. Van juni 1847 tot begin maart 1848 was hij een van de belangrijkste medewerkers aan het liberaal- Vlaamsgezinde satirische weekblad De Schrobber, antipode van De Roskam. In 1947 raakte hij betrokken bij de hoogoplopende ruzie tussen de liberale Vlaamsgezinden rond Pieter F. van Kerckhoven (De Schrobber) en een groep rond Hendrik Conscience en Jan J. de Laet (De Roskam). Verspreeuwen behoorde tot het kamp van De Schrobber. In oktober 1850 nam hij het voorzitterschap van De Eikenkroon op zich.

Verspreeuwen stelde zich in de eerste plaats op als liberaal en dan als flamingant. Bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1851 bijvoorbeeld sprak hij zich in een meeting uit tegen de kandidatuur van de katholiek Conscience op de lijst van de Vlaamse burgerpartij. In 1852 nam hij de leiding op zich van een afdeling voor Vlaamse letterkunde in de liberale en francofone Cercle artistique littéraire et scientifique d'Anvers. Omstreeks deze tijd koos hij definitief voor de vereenzelviging van de V.B. met het liberalisme. Toen hij vervolgens politiek directeur van het tijdschrift De Schelde werd, lanceerde dit blad dan ook hevige aanvallen tegen katholieke en onafhankelijke flaminganten.

Literatuur

F. Rens, 'Johan-Frans-Kornelis Verspreeuwen', in Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje, jg. 27 (1861), p. 159-161; 
M. Oukhow, 'Het Taelverbond (1845-1855)', in De Vlaamse Gids, jg. 57 (1953), p. 451- 460; 
G. Schmook, Hendrik Conscience c.s. schrijven aan zijne Majesteit Leopold I: 10.10.1846, 1984; 
A. Deprez en H. Vanacker, Het Taelverbond. Letterkundig tydschrift 1845-1852. Tydschrift voor geschiedenis, tael-, oudheid- en letterkunde 1853-1855 (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, nr. 5, 1985); 
id., De Roskam 1847-1848. De Schrobber 1847-1848. Het Vaderland 1848 (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, nr. 12, 1986); 
'Het unionisme te Antwerpen 1830-1857', in L. Wils, Vlaanderen, België, Groot-Nederland. Mythe en Geschiedenis, 1994, p. 100-149.

Auteur(s)

Hans Vanacker