Verroken, Jan

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Melden 30 januari 1917).

Promoveerde in 1941 als licentiaat in de Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven (KUL). Verroken was lid van de Kamer (1950-1981), voorzitter van de Kamerfractie van de Christelijke Volkspartij-CVP (1966-1969), ondervoorzitter van de Kamer (1971-1979), rechtstreeks verkozen Europees parlementslid (1979-1984), burgemeester (1983-1988) en daarna opnieuw gemeenteraadslid van Oudenaarde.

Als politiek en geestelijk erfgenaam van de in 1945 terechtgestelde oorlogsburgemeester Leo Vindevogel werd Verroken betrokken bij de Ronsense politiek. Bij de oprichting van de CVP in 1945 werd hij arrondissementeel secretaris, in 1946 nationaal propagandist en stichtend secretaris van de CVP-bond van gemeenteraadsleden. In 1947 was hij, op voordracht van de drie cultuurfondsen, gewestelijk afgevaardigde van de minister van economische zaken voor de controle van de volkstelling, inclusief talentelling. In 1950 werd hij lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, een mandaat dat hij onafgebroken zou bekleden tot 1981.

Als inwoner van een taalgrensgemeente was Verroken vertrouwd met de taalproblematiek. Hij was zich bewust van de sociale implicaties van het probleem en daardoor zou het taaldossier hem niet meer loslaten. Hij speelde een zeer actieve rol in het Centrum-Harmel en zorgde ervoor dat zijn partij zich ging inzetten voor de hernieuwing van de taalwetgeving, de vastlegging van de taalgrens, de zetelaanpassing en de culturele autonomie. Hij mocht onder andere in 1955 de tekst schrijven van het Vlaams Memorandum waarin vooraanstaanden van alle gezindten een eisenpakket formuleerden dat aansloot bij de besluiten van het Centrum-Harmel. Eind 1960 werd hij de drijvende kracht in de Groep der Acht, een groep CVP-leden uit Kamer en Senaat die een belangrijke rol speelde in de evolutie naar het taalcompromis van Hertoginnedal in 1963. In 1962 werd Verroken in de commissie van binnenlandse zaken aangesteld als verslaggever voor het ontwerp-Arthur Gilson. Dat ontwerp resulteerde onder meer in de overheveling van Komen-Moeskroen naar Henegouwen en van de Voerstreek naar Limburg. In 1963 trad hij op als verslaggever van de nieuwe taalwet. Hij diende een ontwerp in om verfranste delen uit de Vlaamse randgemeenten bij Brussel te voegen om zo de faciliteiten overbodig te maken. Het werd in Hertoginnedal niet weerhouden.

In maart 1969 werd Verroken fractievoorzitter van de CVP-Kamergroep. Op het hoogtepunt van de onenigheid rondom de overheveling van de Franse afdeling van de Leuvense universiteit, eiste Verroken in een ophefmakende interpellatie een formele overhevelingsverbintenis van het kabinet-Paul vanden Boeynants. Dat was daartoe niet bij machte en moest dus ontslag nemen. Verroken staat sindsdien bekend als le tombeur de VDB.

Op 19 juni 1969 nam Verroken ontslag als fractieleider omdat de regering-Gaston Eyskens een beslissing inzake de economische status van de zes randgemeenten met faciliteiten verdaagde. In de volgende twaalf jaar bleef hij politiek zeer actief. Hij was onder andere bekommerd om de staatshervorming, het milieu en de fusies van gemeenten. Zo haalde hij in 1977-1978 uitgebreid de krantenkoppen met zijn kruistocht tegen het zogenaamde Egmontpact. In 1979 werd hij verkozen voor het Europese parlementarlement. In 1983 stapte hij in de gemeentepolitiek van Oudenaarde en werd er direct burgemeester. In 1988 besloot hij uit de hem nauw aan het hart liggende CVP te stappen (hij voldeed niet meer aan de leeftijdsvoorwaarden) en sindsdien zetelt hij in de oppositie met zijn eigen onafhankelijke partij.

Werken

Hoe zien wij de oplossing van het taalgrensconflict, 1950; 
'Politiek en repressie in de Oostkantons', in De Vlaamse Linie (24 april, 1, 8, 15 en 22 mei 1953); 
'Over taal en taalgrenspolitiek', in Gemeente en Provincie, jg. 8, nr. 5 (1954), p. 245-260; 
'Historiche kijk op het taalgrensprobleem', in De Gids op maatschappelijk gebied (1960), p. 419-442; 
De Voerstreek en de aanpassing van de administratieve grenzen aan de taalgrens, 1962; 
'Het gebruik van de talen in de plaatselijke en gewestelijke diensten', in Gemeente en Provincie (september-oktober 1963), p. 275-286; 
Twintig jaar Vlaamse weerbaarheid. De Vlaamse C.V.P. leidt de Vlaamse ontvoogdingsbeweging, 1965; 
'Leuven Vlaams: een getuigenis', in Jaarboek Vlaamse Beweging. Vlaams Archief 88 (1988), p. 102-108.

Literatuur

W. Jonckheere en H. Todts, Leuven Vlaams. Splitsingsgeschiedenis van de Katholieke Universiteit Leuven, 1979; 
W.R. Jonckheere, Jan Verroken. Van Harmelcentrum tot Hertoginnedal, 1992.

Auteur(s)

Willy R. Jonckheere