Verriest, Gustaaf (1843-1918)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Deerlijk 19 mei 1843 – Saint-Cloud 25 juni 1918).

Broer van Hugo Verriest en Adolf Verriest.

Trok na het doorlopen van de lagere school in Deerlijk, waar hij les kreeg van Pieter Denys, naar het Klein Seminarie van Roeselare. In de poësis had Verriest Guido Gezelle als klastitularis. Verriest en Gezelle raakten bevriend en bleven ook later met elkaar in contact. Op het college was Verriest actief in de lettergilde. Na het beëindigen van zijn humaniora in 1860 vatte Verriest de priesterstudies aan maar hij staakte deze al na een semester. In 1861 begon hij in Leuven geneeskunde te studeren en sloot hij zich aan bij Met Tijd en Vlijt. Later werd hij ook lid van Gezelles Sint-Lutgardisgilde en medewerker aan 't Jaer 30.

Na zijn studies vestigde Verriest zich als huisarts in Wervik. Tijdens een Europese rondreis specialiseerde hij zich verder in de geneeskunde. Hij werkte een korte tijd als huisarts in Brussel, maar werd in juni 1876 docent algemene en pathologische anatomie aan de Leuvense universiteit. Hij kwam er in contact met Pieter P. Alberdingk Thijm en Albrecht Rodenbach. In februari 1877 werd hij de voorzitter van de studentenafdeling van het Davidsfonds, die door Rodenbach was opgericht om de nieuwe kern van de Vlaamse werking in Leuven te worden. In studentenmiddens was Verriest een veelgevraagde spreker.

Voor Verriest was de V.B. in de eerste plaats het ijveren voor het behoud van de volkstaal. Hij onderstreepte de rijkdom van de Vlaamse taal en vond dat ze van Nederlandse taalnormen moest gevrijwaard blijven. Een van de belangrijkste strijdpunten was voor hem de vernederlandsing van het onderwijs. In 1906 steunde Verriest dan ook volop het wetsvoorstel-Edward Coremans. De vernederlandsing van de Leuvense universiteit leek hem onvermijdelijk. Op tal van Vlaamse manifestaties sprak hij over de V.B., Gezelle en Rodenbach. Verriest werkte ook mee aan de tijdschriften Germania en Dietsche Warande en Belfort. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Verriest op reis in Zwitserland. Na een tijdje in Engeland te hebben verbleven, vestigde hij zich nabij Parijs.

Werken

Dietsche Warande en Belfort; Germania Revue médicale de Louvain; Journal des Sciences médicales de Louvain; Geneeskundig Tijdschrift van België en Handelingen van de Vlaamsche Natuur- en Geneeskundige Congressen; 
Grondslagen van het rythmisch woord, 1904; 
Beeld, Woord en Dicht bij Gezelle, 1904.

Literatuur

A. Viane, 'Gezelle's Sinte Lurgardisgilde', in Biekorf, jg. 51 (1950), p. 211-213; 
A. Lemaire, 'M. le Professeur Gustave Verriest', in Annuaire de l'Université Catholique de Louvain 1915-1919 (1925), p. 501- 510; 
A. Boon, 'Professor Gustaaf Verriest als kunstenaar', in Annuaire de l'Université Catholique de Louvain 1915- 1919 (1925), p. 511-517; 
L. Elaut, 'Gustaaf Verriest medisch hoogleraar te Leuven 1843-1943', in Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXVI (1953), p. 180-201; 
J. Geldhof, 'Professor Gustaaf Verriest', in Biekorf, jg. 62 (1961), p. 183-184; 
L. en L. Vos-Gevers, Dat volk moet herleven. Het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge 1875-1933, 1976; 
M. de Bruyne en L. Gevers, Kroniek van Albrecht Rodenbach, 1980.

Auteur(s)

Filip Boudrez