Vermeylen, Piet (eigenlijk Pierre)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Ukkel 8 april 1904 – Brussel 30 december 1991). Zoon van August Vermeylen.

Studeerde na middelbaar onderwijs aan het atheneum van Sint-Gillis rechten en politieke- en economische wetenschappen aan de Université libre de Bruxelles (ULB). Vermeylen werd advocaat (1927-1963), was later docent aan de Arbeidershogeschool (1950-1954), hoogleraar aan de ULB en aan de autonome Vrije Universiteit Brussel (1947-1974). Als student was hij actief in de Vlaamsche Studiegroep van de ULB.

Vermeylen was lid van de Kommunistische Partij van België (KPB) van 1921 tot 1930, waar hij niet alleen de jeugdwerking verzorgde, maar ook een specifiek Vlaams geluid liet horen. Na zijn ontslag uit de partij, bleef hij actief in diverse linkse organisaties en behoorde tot de oprichters van het tijdschrift Combat. In 1938 trad hij toe tot de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Ondertussen had hij zich laten opmerken – onder andere in het Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel – door compromisloze pleidooien voor de algehele vernederlandsing van het rechtswezen in Vlaanderen, die op de wet van 15 juni 1935 vooruitliepen (gerecht). Tijdens de oorlogsjaren was Vermeylen inlichtingsofficier in Londen. Nadien was hij kort kabinetschef van Herman Vos op openbare werken. Door toedoen van Camille Huysmans werd hij in 1945 gecoöpteerd tot senator. Hij was rechtstreeks verkozen senator van 1946 tot 1971. Van 1971 tot 1974 was hij opnieuw gecoöpteerd. Hij was minister van wederopbouw en oorlogsslachtoffers (1946), binnenlandse zaken (1947-1949, 1954-1958), justitie (1961-1965) en nationale opvoeding (1968-1971). In 1966 werd hij minister van staat.

Vermeylen was een gematigde Vlaamsgezinde, die niet altijd even warm liep voor alle strijdpunten van de V.B. Dat bleek vooral in verband met de talentellingen: als minister van binnenlandse zaken publiceerde hij in 1954 de omstreden resultaten van 1947 en stond hij in voor de aanhechting van Evere, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem bij de Brusselse agglomeratie. De omstandigheden zouden hem echter dwingen een strijdbaardere rol te spelen. In 1960 werd hij lid van de raad van beheer van de ULB, waar hij als enige actieve Vlaming de verdubbeling moest verdedigen. Als minister van nationale opvoeding was Vermeylen een sleutelfiguur in de hervorming van het hoger onderwijs, doch hij speelde vooral een fundamentele rol in de juridische en financiële afhandeling van de splitsing van de universiteiten van Leuven en Brussel. In 1968 sloot hij zich aan bij de Rode Leeuwen en werd verkozen op hun senaatslijst.

Werken

Een gulzig leven, 1984.

Literatuur

M. de Metsenaere, 'De talentelling van 1947', in Het probleem Brussel sinds Hertoginnedal (1963). Acta van het Colloquium VUB-CRISP van 20 en 21 oktober 1988 (Taal en Sociale Integratie, nr. 11, 1989), p. 175-190; 
Piet Vermeylen-herdenking. Vrije Universiteit Brussel, 7 maart 1992, 1992; 
25 jaar Rode Leeuwen. Een kwarteeuw Vlaams socialisme in de hoofdstad, 1993.

Verwijzingen

zie: gerecht.

Auteur(s)

Jeffrey Tyssens