Vermeulen, Edward

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Beselare 12 april 1861 – Hooglede 6 juli 1934).

Was de zoon uit een groot boerengezin, eerst te Beselare, daarna te Hooglede gevestigd. Vermeulen studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare, waar in die tijd de blauwvoeterij zich ontplooide. Vermeulen dacht eraan priester te worden, maar toen hij zestien was, onderbrak een ziekte zijn studies. Hij moest een tijdlang thuis herstellen en daarna bleef hij op de ouderlijke hoeve werken. In 1898, op 37-jarige leeftijd, werd hij gemeenteontvanger van Hooglede.

In het door pastoor Denys opgebouwde Werk der Vlaamsche Arbeiders in Frankrijk (Werk der Vlamingen), dat zich bezighield met sociale en geestelijke hulp voor de toen zeer talrijke tijdelijke arbeidsuitwijkelingen, werd Vermeulen een belangrijke medewerker en ten slotte voorzitter. Hij schreef in hun blad, De Stem uit het Vaderland, onder de hem door de arbeiders gegeven naam Warden Oom. Tevens werkte hij mee aan Biekorf en aan 't Manneke uit de Mane. Zijn eerste roman, die hij evenals zijn volgende werk als Warden Oom signeerde, verscheen in 1911 onder de titel Herwording. In 1912 publiceerde hij Trimards, een roman die tot zijn bekendste werk bleef behoren, waarin hij de problematiek van de Fransmannen of seizoenarbeiders behandelde. Daarmee droeg hij zeer veel bij tot het bekend worden van dit probleem.

In het begin van de Eerste Wereldoorlog werd hij door Duitse soldaten gegijzeld en kon hij zichzelf en zijn kameraden slechts op het nippertje van het vuurpeloton vrijpleiten. In Turnhout, waarheen hij met streekgenoten werd geëvacueerd, kwam hij een tijdlang in de gevangenis terecht omdat hij verdacht werd van anti-Duitse geschriften. In 1918 weigerde hij, ondanks bedreigingen, mee te werken aan een door het Duitse leger uit te geven Vlaamse krant.

Na de oorlog koos Vermeulen de kant van hen die omwille van hun Vlaamsgezindheid onrechtvaardig werden vervolgd (repressie). In 1924 ondertekende hij als een der eersten het manifest van het Katholiek Vlaamsch Nationaal Verbond. In hart en ziel was hij een 'Fronter', maar een actief politiek optreden paste niet bij zijn temperament en zijn katholieke opvattingen. Hij weigerde een decoratie te dragen of een ereambt te aanvaarden zolang de Vlaamse rechten niet werden erkend. Een lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde wees hij af omdat zij de idealist Lodewijk Dosfel had uitgestoten. Zijn overtuiging kwam tot uiting in verscheidene romans, die hem bij een hulde op zijn zeventigste verjaardag door Jozef Muls de erenaam van "Conscience van de twintigste eeuw" opleverden. Zijn sterk West-Vlaams getint werk, dat wel eens invloed van zijn vriend Stijn Streuvels verraadde en dat een grote verspreiding genoot, gaf hij het motto mee: "Uit ons volk, voor ons volk". Vermeulen beschouwde zijn geschriften als een deel van zijn priesterlijk geïnspireerd apostolaat.

In een open brief uit 1931 loofde Streuvels hem met de woorden: "Gij hebt (uw volk) in synthetieke beelden aan zichzelven getoond, en dat is de eigenlijke, de ware en echte betekenis, de reden van bestaan, de roeping van de schrijver (...)."

Werken

De volledige werken van Edward Vermeulen, z.j.; 
Trimards, 1912; 

Piot, 1923;

Pee Vlaminck, 1925; 
De Reis door het Leven, 1926.

Literatuur

C. Verschaeve, 'Feestrede gehouden op de Warden Oom-hulde te Roeselare den 18 october 1931', in Herwording, z.j.; 
L. Carelsen, 'Edward Vermeulen', in Keurbladzijden uit de Nederlandsche Letterkunde, zj; 
'Stijn Streuvels schrijft aan Warden Oom', in De Standaard (19 maart 1934) en in Uit lust-met-de- penne, 1982; 
A. Demedts, Edward Vermeulen schrijver en boer, 1937; 
Aandenken aan de Warden Oom-hulde te Beselare, 1962.

Auteur(s)

Gaston Durnez