Verheeke, Emiel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Waarschoot 1 juni 1881 – Gent 20 maart 1963).

Begon als oudste uit een gezin van acht kinderen na de lagere school te werken. Op veertienjarige leeftijd ging Verheeke aan de slag als leerling-wever. Via avond- en weekendonderwijs aan de nijverheidsschool in Gent behaalde hij nog verschillende getuigschriften. Later werd hij ook lesgever aan de weefscholen van Waarschoot en Gent. Reeds zeer vroeg was Verheeke actief in de vakbeweging, maar ook in talrijke katholieke en radicaal-Vlaamse organisaties. Zijn engagement was steeds terzelfder tijd 'sociaal en Vlaams-nationaal'. In 1912 werd hij nationaal schatbewaarder van de christelijke textielcentrale. Na de Eerste Wereldoorlog werd hij de allesoverheersende bestuurder-schatbewaarder. In de jaren 1920 was gemiddeld 1 op 3 leden van het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) lid van de textielcentrale. Verheeke probeerde van deze positie gebruik te maken om het ACV om te vormen volgens zijn inzichten. In feite voerde hij een strijd om de macht binnen de christelijke vakbeweging. Op het einde van de jaren 1920 dreigde 'zijn' textielcentrale, die meer dan 90% van zijn leden en bijna de helft van alle ACV-leden in de provincies Oost- en West-Vlaanderen telde, een eigen 'ACV-Vlaanderen' op te richten. Tijdens de crisis in de jaren 1930 ging Verheeke resoluut zijn eigen weg en stelde zich zeer onderhandelingsbereid op tegenover de patroons en de overheid. Dit leidde tot scherpe conflicten met het ACV waarvan hij de nationale richtlijnen negeerde.

Ook zijn Vlaams-radicale opstelling stak Verheeke niet onder stoelen of banken. Zo was hij eind 1924 betrokken bij de oprichting in Gent van de Katholieke Christelijke Volkspartij voor Vlaanderen. Later volgde hij de keuze van het ACV voor het Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond (ACW) en koos met andere woorden voor de katholieke partij. Hij behield wel vele contacten binnen de radicale Vlaams-nationalistische stroming, zoals met de in 1936 opgerichte Arbeidsorde. Tegen de beslissing van het ACV-bestuur weigerde Verheeke bij het begin van de bezetting het land te verlaten. In november 1940 sloot hij aan bij de Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA). Hij bleef met de Unie samenwerken ook na augustus 1941 wanneer de meeste ACV-leiders met de Unie gebroken hadden. In februari 1942 droeg hij de textielcentrale volledig over aan de Unie en bleef zelf als vakdienstleider van de textielsector meewerken. Na de oorlog werd hij uit al zijn functies binnen de christelijke arbeidersbeweging ontslagen. Op 2 oktober 1944 werd hij aangehouden en tot januari 1945 geïnterneerd te Lokeren. Bij administratieve beslissing werden hem zijn burgerrechten ontnomen. Na talrijke verhoren verscheen hij in november 1947 voor de krijgsraad waar hij werd vrijgesproken. Op 4 mei 1950 besliste de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Gent tot volledig herstel van al zijn rechten als Belgisch staatsburger. Tot aan zijn dood zou Verheeke nog een bijna fanatiek gevecht blijven leveren voor eerherstel binnen de christelijke arbeidersbeweging. Dit is er echter nooit gekomen.

Literatuur

L. Pauwels, Recht en Plicht. Honderd jaar christelijk syndicalisme in de textiel 1886-1996, 1986; 
J. Mampuys, 'De christelijke vakbeweging', in E. Gerard (red.), De christelijke arbeidersbeweging in België 1891-1991 (KADOC-Studies, nr. 11, II, 1991), p. 147-271.

Auteur(s)

Jozef Mampuys