Vereniging van Vlaamse Studenten (VVS)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

overkoepelend overlegorgaan en spreekbuis voor alle Vlaamse studenten, op 17 december 1938 opgericht door het Leuvense Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), het Gentsch Studenten Corps (GSC) en de Antwerpse Wikings als eerste Vlaamse studentenkoepel met een facultaire basis.

De VVS zette in zekere mate de activiteiten voort van het in 1932 uiteengevallen Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond (AVHV), maar verbreedde haar werkvlak van Vlaams-nationalisme naar alles wat te maken had met onderwijsproblematiek en Nederlandse cultuur. Zij wilde de belangen van de Vlaamse studenten behartigen op alle vlakken.

Samen met haar Franstalige tegenhanger, de Association des Etudiants d'Expression française, vormde zij de paritair beheerde Federatie van Studenten in België (FSB). In tegenstelling tot het AVHV verwierf de VVS als enig vertegenwoordigend orgaan van de Vlaamse studenten erkenning op nationaal en internationaal vlak.

Na de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog wilde de VVS de in diskrediet geraakte V.B. zuiveren en heropbouwen. Een belangrijk initiatief was het Algemeen Vlaams Congres te Brussel in december 1949, waar de problemen van de Vlaamse volksgemeenschap door vooraanstaande sprekers werden behandeld.

In de jaren 1950 ging de VVS uitdrukkelijker stelling nemen voor de Vlaamse ontvoogding. Dit uitte zich onder meer in Algemene Nederlandse Studentencongressen, ABN-weken, de oprichting van een Actiecomité Brussel-Taalgrens-Talentelling en de ondertekening van het urgentieprogramma van de Vlaamse Volksbeweging. Toch liet de vereniging ook de andere aspecten van het studentenleven niet ongemoeid, en organiseerde diverse sportactiviteiten, cantussen en het populaire jaarlijkse galabal "Waar is de tijd?".

Door een statuuthervorming onder voorzitter Wilfried Martens werd de VVS in 1958 gereorganiseerd tot een vereniging zonder winstoogmerk. Terwijl zij voordien enkel bestond uit de universitair erkende studentenverenigingen, werden vanaf dan alle studenten van de Nederlandse taalrol automatisch lid van de VVS, tenzij deze door aangetekend schrijven van het lidmaatschap afzagen.

De VVS ging zich steeds onafhankelijker opstellen tegenover het Belgische samenwerkingsverband FSB, wat in 1960 leidde tot een volledige breuk met de Franssprekende studenten. De autonome VVS werd in 1962 omgevormd tot een studentensyndicaat. De vereniging ging zich meer toeleggen op de verdediging van de sociale problemen van de student. Haar streven naar een verregaande democratisering van het onderwijs was echter onlosmakelijk verbonden met de Vlaamse strijd; enkel door de toegang tot het hoger onderwijs te vereenvoudigen kon een grotere Vlaamse intellectuele elite worden uitgebouwd. De VVS lanceerde reeds op dat moment de eis voor studieloon.

In de tweede helft van de jaren 1960 kenden de Vlaamse en de sociale eisen van de VVS een sterke radicalisering. De vereniging trad in 1966 op als nationaal coördinator van het studentenprotest rond 'Leuven Vlaams'. De volgende jaren ging de VVS stelling nemen tegen het kapitalisme en het imperialisme. In 1968 probeerde VVS-voorzitter Paul Goossens tevergeefs de VVS als studentenvakbond te laten aansluiten bij het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV). Het ideeëngoed van de VVS-leiding evolueerde steeds meer naar extreem-links, en het flamingantisme verdween naar de achtergrond. In het begin van de jaren 1970 was de VVS een mantelorganisatie geworden van de Marxistisch-Leninistische Beweging (MLB), de studentenvereniging van Alle Macht aan de Arbeiders (AMADA). Ondertussen bleef zij echter de enige officiële vertegenwoordiger van alle Vlaamse studenten.

Terwijl studentenorganisaties als het KVHV daarom tevergeefs de ontbinding van de VVS probeerden te bewerkstelligen, slaagde in 1974 de "Tendens voor de demokratische organisatie van de studentenbeweging", erin de VVS-verkiezingen te winnen. Dat was een frontvorming van niet-maoïstische linksen, mensen behorende tot CVA, RAL, Wetswinkel, Wereldscholen, en Kristenen voor het Socialisme. Ook in de volgende jaren bleef Tendens de verkiezingen winnen, ten koste van MLB. Onder voorzitter Johan Van Hecke wijzigde de VVS in 1976 haar statuten, zodat zij enkel nog de studenten zou vertegenwoordigen van de aangesloten studentenorganisaties, en vanaf 1977 bestond de VVS enkel nog uit individuele leden. Het volgende jaar werd de VVS onder leiding van Stef Debusschere omgevormd tot een studentenvakbeweging (SVB; niet te verwarren met de Studentenvakbeweging uit de jaren 1960).

De VVS was in de eerste plaats de verdediger van de 'beroeps'belangen van de student, en nam dan ook jaarlijks het voortouw in protestacties tegen diverse besparingsmaatregelen. Meest berucht was de massacontestatie tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld naar 10.000 frank in 1978-1979. Daarnaast kwam onder invloed van de Werkgroep Arbeid ook de Vlaamse strijd weer op het programma, en werkte de VVS actief mee tegen het Egmontpact in het Komitee voor een Demokratisch Federalisme. Doorheen de jaren had VVS ook een eigen tijdschrift dat onregelmatig verscheen en verspreid werd, onder telkens wisselende namen. Het waren Deze Tijd (1955-1956), Tijden "Maandblad VVS- studentensyndicaat" (1966-1968), De Roje Reu (1976- 1981), SVB-Blad "Tijdschrift van VVS-SVB".

In de jaren 1980 schrompelde de VVS-SVB ineen tot een klein clubje van linkse studenten, vrijwel uitsluitend aan de universiteiten van Gent en Brussel. Maar de mentaliteit evolueerde. In de jongere studentengeneraties manifesteerde zich een depolitisering, die ertoe leidde dat in 1988 de statuten werden gewijzigd. VVS moest opnieuw een apolitieke, zuiver belangenverdedigende koepel worden van alle Vlaamse studenten, zonder een gekleurd politiek engagement. Na jarenlange onderhandelingen traden in 1993 de representatieve overkoepelende studentenorganisaties van alle Vlaamse universiteiten en hogescholen toe tot deze nieuwe gedepolitiseerde representatieve VVS.

Literatuur

Artikelen in Deze Tijd (1955-1965); Tijden, Maandblad VVS-studentensyndicaat (1966-1968); De Roje Reu (1976-1981); SVB-Blad, Tijdschrift van VVS-SVB (1981-1986); 
Waarom VVS? Waarom Studentensyndicaat?, 1965; 
Ervaringen uit twee jaar strijd te Leuven, 1968; 
Ludiek tot keihard: Studenten voor demokratizering '78-'79, 1980; 
M. Vlayen, De evolutie van de Vereniging van Vlaamse Studenten: 1938- 1962, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1982; 
A. de Wachter, De Vereniging van Vlaamse Studenten tijdens de periode 1959-1966. De groei van een studentensyndikaat, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1984; 
B. Henkens, De Vereniging van Vlaamse Studenten 1974-1983. Van nationale overkoepeling naar klein-linkse vakbond, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1993.

Auteur(s)

Bregt Henkens