Verbond van Vlaamse Cultuurverenigingen Antwerpen (VVCA)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

pluralistische, overkoepelende organisatie van culturele en sociaal-culturele verenigingen.

In 1937 richtte advocaat Jozef de Smedt te Antwerpen een Verbond van Vlaamsche Cultuurverenigingen op, waarvan hij voorzitter, Jan Timmermans, J. Icbeer en G. Mauquoi ondervoorzitters en Frans Haepers secretaris werd. Het Verbond schreef in 1938 een prijsvraag uit voor de toneelbewerking van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen en bekroonde het werk van Frans Meire; het werd op de Antwerpse Grote Markt enkele malen opgevoerd ter gelegenheid van de 11 juli-feesten. Om de onpartijdigheid van de feestelijkheden te verzekeren gaf het stadsbestuur van Antwerpen zijn zegen aan het initiatief en vertrouwde de organisatie toe aan stadsbibliothecaris Lode Baekelmans. Op deze wijze kon op 11 juli 1940 nog een Guldensporenslagherdenking plaatshebben in de Koninklijke Vlaamse Opera. Het Verbond had voorheen deelgenomen aan de Lode Baekelmanshulde (1938) en een Oscar de Gruyterherdenking (1939) en talrijke concert- en liederavonden georganiseerd. Op 9 juli 1938 en 9 januari 1939 richtte het Verbond zich tot de eerste minister met de volgende eisen: splitsing van het ministerie van openbaar onderwijs als inleiding tot de splitsing van de andere departementen; toepassing van de taalwetten in de openbare besturen; amnestie voor alle Flor Grammensgevallen; machtsuitbreiding van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht; rechtmatige vertegenwoordiging der Vlamingen in alle officiële en semi-officiële lichamen. Begin maart werd een soortgelijk adres overhandigd aan de koning.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakten onder andere de volgende organisaties deel uit van het Verbond: Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen, Katholiek Vlaamsch Oud-Hoogstudentenverbond, Vlaamse Toeristenbond (VTB), Verbond der Vlaamse Oud-strijders (VOS), Vereeniging voor Beschaafde Omgangstaal, Davidsfonds, Het Vlaamse Kruis, Vlaamsch Nationaal Zangverbond, Vlaams Economisch Verbond, Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding (KVHU), Willemsfonds, Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) enzovoort.

In 1946 werd onder de benaming Comité voor Cultuurverspreiding met een 25-tal verenigingen (waaronder ANV, KVHU, VTB, Diesterweg's Onderwijsvereniging, Katholieke Onderwijsgilde, Davidsfonds, Willemsfonds, Jeugdgemeenschap voor Kunstbeleven, Hooger Onderwijs voor het Volk, Instituut Emile Vandervelde, Nieuw Verbond VOS, Syndicaat van het Antwerps onderwijzend personeel (SAOP), Leraarsbond middelbaar onderwijs) opnieuw van wal gestoken. De stoot hiertoe kwam van Ger Schmook, secretaris, opvolger van Baekelmans, die het voorzitterschap waarnam. Het Comité wilde het culturele leven in het land opwekken. Reeds in mei 1946 werd een reeks lezingen georganiseerd met het doel de geestelijke wisselwerking tussen Nederland en de Vlaamse provincies (Brussel inbegrepen) te bevorderen. In 1949 werd een actie op touw gezet voor een algemene beschaafde omgangstaal. Toen in 1954 onrust was gerezen omtrent de betrouwbaarheid van de talentellingen van 1947 onderzocht het Comité de mogelijke wettelijke hervormingen. In oktober 1954 organiseerde het een driepartijenmeeting, waar de door Schmook bedachte slogan "Antwerpen laat Brussel niet los" door Lode Craeybeckx gelanceerd werd. Eind 1954 werd een petitionnement georganiseerd waarin maatregelen werden gevraagd om de moeilijkheden betreffende het taalregime in Brussel en in de taalgrensgemeenten op te lossen. Het initiatief kwam door politieke en plaatselijke tegenstellingen niet tot grote ontplooiing. In februari 1955 werd aan eerste minister Achille van Acker en aan minister Piet Vermeylen van binnenlandse zaken een Memorandum overhandigd waarin een aantal praktische oplossingen werden voorgesteld voor de Vlaamse taalgrieven. Zo verlangde het Comité onder andere, dat elke talentelling in de toekomst nog slechts een statistisch-wetenschappelijke betekenis zou hebben, wat zou betekenen dat de taalgrens definitief werd vastgelegd en dat de Brusselse agglomeratie voor geen uitbreiding meer vatbaar zou zijn.

Op initiatief van de Vlaamse Vriendenkring Antwerpen kwam eind 1960 een dertigtal Vlaamse culturele verenigingen bijeen met de opzet het Verbond van Vlaamsche Cultuurvereenigingen van 1937 herop te richten. Een bestuurscomité werd samengesteld met Robert de Beule als voorzitter, H. Somme en Bernard Stappaerts als ondervoorzitters en Maria de Groodt als secretaris. In 1961 nam Albert Schandeveyl de leiding van de organisatie over. Het Verbond wilde buiten iedere partijpolitieke en wijsgerige opvatting de activiteiten van de Vlaamse culturele verenigingen in de Antwerpse agglomeratie coördineren en door gezamenlijke manifestaties de Nederlandse cultuur bevorderen. In 1974 omvatte het Verbond zeventig verenigingen. Het organiseerde jaarlijks in samenwerking met het Antwerps stadsbestuur een reeks artistieke manifestaties ter gelegenheid van de Guldensporenherdenking. Bloemen werden neergelegd op graven van wie zich in de loop van de 19de en 20ste eeuw verdienstelijk hadden gemaakt (beurtwisseling met de vaste Herman van den Reeck-hulde).

In 1981 werd Schandevyl als voorzitter opgevolgd door André Cardinael. De Guldensporenvieringen kwamen in de jaren 1980 meer en meer in handen van de stedelijke culturele raad, die in 1982 mede door het Verbond was opgericht. Het bestuur volgde de Vlaamse politieke en culturele actie op de voet, met onder meer debatavonden met politici van diverse partijen. Op culturele manifestaties kwamen poëzie en zang aan bod, met speciale aandacht voor het Vlaamse lied. Het accent lag tevens op de beschaafde omgangstaal en het moedertaalonderricht.

In 1992 trad Herman de Backer als voorzitter aan. Het Verbond overkoepelde dan nog steeds een zeventigtal verenigingen, met als programma, zoals voorheen, de bundeling van Vlaamsbewuste krachten in het Antwerpse en het streven naar samenwerking over de partijgrenzen heen en naar maximale autonomie voor Vlaanderen.

Op 17 juni 1996 werd het Verbond, waar nog slechts 22 verenigingen deel van uitmaakten, opgedoekt, daar de meeste politieke doelstellingen na de federalisering goeddeels waren bereikt en de culturele actie stilaan volledig was overgenomen door de Antwerpse Culturele Raad.

Auteur(s)

Albert Schandevyl; Janine Beyers-Bell; Marc Somers