Vansina, Dirk (eigenlijk Désiré)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 25 mei 1894 – Leuven 16 januari 1967).

Vluchtte na de val van Antwerpen in oktober 1914 als burgerwachter naar Nederland waar hij zich als oorlogsvrijwilliger meldde en ingelijfd werd bij de artillerie. Het frontleven greep Vansina diep aan en hij stond actief in de Frontbeweging. Uit zijn mystieke aanleg groeide een verheven opvatting over een humanitaire, met het volk verbonden christelijke kunst. Met behulp van Jozef Muls bracht hij zijn ontwerp tot stand om de Vlaamse letterkundigen achter het front te groeperen rond het tijdschrift Nieuw Vlaanderen. Het eerste nummer was gezet toen de wapenstilstand werd getekend. Het is daarbij gebleven.

Dadelijk na de oorlog bracht Vansina, in opdracht van Maria Belpaire en in samenwerking met Jules Persyn Dietsche Warande en Belfort weer op dreef. Hij trachtte er een internationale richting aan te geven, maar slaagde er niet in de scherp tegengestelde strekkingen te verzoenen. Hij bepleitte tevergeefs de deelname van Lodewijk Dosfel en Cyriel Verschaeve, zijn geestelijke mentor sinds december 1917, aan de redactie van dit tijdschrift. Vansina publiceerde wel veel in de Dietsche Warande en Belfort, en zijn naam werd verscheidene jaren vermeld als redactielid, maar een geleidelijke vervreemding ontstond. Een crisis in de jaren 1923-1924 kon hij, ondanks zijn diplomatisch optreden, niet vermijden.

Vansina was medestichter en lid van de raad van bestuur van Het Vlaamsche Volkstooneel. Samen met Wies Moens nam hij in 1925 ontslag, omdat hij het niet langer eens was met de artistieke lijn. Hij richtte toen zijn hoofdaandacht op de katholieke kunstenaarsbeweging De Pelgrim. Persoonlijk beheerde en redigeerde hij het bijzonder mooi en royaal uitgegeven driemaandelijks tijdschrift De Pelgrims. Hij kreeg daarbij de volle steun van Verschaeve die bijna in elk nummer (1929-1931) een essay publiceerde. Interne moeilijkheden, onder meer groeiende meningsverschillen met Gerard Walschap, deden dit initiatief tenietgaan. Met Anton van de Velde en Ernest van der Hallen begon hij in 1935 het tijdschrift Volk, "maandschrift voor Dietsche Kunst en kultuur".

Aan Verschaeve wijdde Vansina een aantal essays (1922, 1935 en 1944) die ten slotte uitmondden in de grote biografie, Verschaeve getuigt (1955), een werk waarin de bewondering geen plaats laat voor een objectief beeld. Intussen wijdde hij, vooral in zijn latere levensjaren, levensbeschrijvingen aan Dostojewski (1927, in 1961-1963 herschreven), Hölderlin (1941) en voornamelijk Pascal (1944-1948). In 1960 publiceerde hij zijn laatste Verschaeve-studie: Verschaeve als beeldhouwer.

Werken

Cyriel Verschaeve, 1922; 
Cyriel Verschaeve, 1935; 
Albrecht Rodenbach. Keurbladzijden, 1942; 
Jules Persyn. Keurbladzijden, 1942; 
Cyriel Verschaeve, 1944; 
Verschaeve getuigt, 1955; 
Cyriel Verschaeve als beeldhouwer, 1960.

Literatuur

J. Caeymaex, 'Dirk Vansina', in Boekengids (1954); 
G. Durnez, 'Dirk Vansina. Ik ben een IJzerproduct', in De Standaard (28 december 1961); 
J. Persyn, De wording van het tijdschrift Dietsche Warande en Belfort en zijn ontwikkeling onder de redactie van Em.Vliebergh en Jul.Persyn 1900-1924, 1963; 
Albe, 'Dirk Vansina dichter essayist, toneelschrijver en kunstschilder', in Trefpunt, jg. 2, nr. 11 (1964-1965); 
J. Persyn, 'Afscheid van Dirk Vansina', in Dietsche Warande en Belfort (1967), p. 291-299; 
J. Florquin, Ten huize van ..., IV, 1968; 
F. Mertens, 'In memoriam Dirk Vansina', in Verschaeviana, nr. 1 (1970), p. 29-31; 
P.J.A. Nuyens, 'Vansina, Desiderius', in NBW, VI, 1974; 
R. Vanlandschoot, 'Het Verschaeve-beeld bij Dirk Vansina. Mythe en werkelijkheid', in Verschaeviana. Jaarboek 1990-1991 (1992), p. 15-119; 
J. Persyn, 'Een merkwaardige brief van Cyriel Verschaeve (7 november 1920) in zijn ruimere context', in Verschaeviana. Jaarboek 1990-1991 (1992), p. 177-222.

Auteur(s)

Romain Vanlandschoot