Vanderkindere, Léon

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Jans-Molenbeek 22 februari 1842 – Ukkel 9 november 1906). Schoonbroer van Karel Buls.

Was na studies aan de Université libre de Bruxelles in de rechten en de letteren en wijsbegeerte (1859-1865), hoogleraar middeleeuwse geschiedenis (1872-1906) en driemaal rector (1880, 1881 en 1891) van deze universiteit.

Vanderkindere vertoonde, ondanks zijn Franstalig milieu, al vroeg affiniteit voor het Vlaams-liberale politieke kamp en voor het Willemsfonds. Dit was te wijten aan invloed van Hippoliet Bauduin en van zijn schoonbroer, maar ook aan zijn wetenschappelijke interesse voor het middeleeuwse Vlaanderen, en aan zijn afwijzing van het toenmalige politieke bestel in Frankrijk, dat hem in de richting van Duitsland dreef, tot en met de daar gecultiveerde superioriteit van het Germaanse ras.

In 1870 werd Vanderkindere liberaal provincieraadslid voor Brabant; van 1880 tot 1884 en van 1892 tot 1894 zetelde hij in de Kamer als liberaal parlementslid, en van 1900 tot 1906 was hij burgemeester van Ukkel. Hij was ook vrijzinnig activist : als voorzitter van de Ligue de l'Enseignement (1884-1893) ijverde hij in het parlement voor de volstrekte secularisatie van de staat. Als verlicht Vlaamsgezinde steunde hij de vernederlandsing van het hoger onderwijs en diende hij in 1882 een amendement in dat voorzag in de tweetaligheid in het onderwijs. Hij bepleitte toen ook de organisatie van Vlaams normaalonderwijs, verbonden aan de Gentse universiteit, maar minister Pieter van Humbeeck ging er niet op in. In zijn rectorale rede van 1880 pleitte Vanderkindere voor de herwaardering van het Nederlands als actief instrument van beschaving, ook in het hoger onderwijs. Dankzij zijn rectoraal prestige kon hij bewerkstelligen dat althans een aantal grondgedachten van de V.B. bekend en besproken werd in de zeer verfranste Brusselse burgerlijke milieus. In de V.B. zelf bleef hij nochtans een randfiguur. In 1886 ondertekende hij het Manifest der liberale Vlamingen ten voordele van vrijzinnige propaganda door middel van de volkstaal.

In zijn historische werken, vooral dan in zijn Le Siècle des Artevelde (1879), ligt een onmiskenbare ondertoon van flamingantisch engagement en antiklerikalisme; het had grote invloed op de Vlaamse historiografie, in de lijn van de romantische rassentheorie van Joseph Kervyn de Lettenhove. De Arteveldes waren Germanen, in verzet tegen Frankrijk, en in hun strijd met de feodale graaf ook nog voorlopers van het 19de-eeuwse liberalisme. Vanderkinderes rassentheorie had echter een bredere basis. Zijn aggregaatsdissertatie uit 1868 over ras als fundamentele motor van het menselijk handelen was een anthropologisch en etnologisch onderzoek, dat hij in 1879 ging toepassen op de situatie in België. Hij aarzelde zelfs niet er conclusies uit te trekken voor de politieke actualiteit. Hij pleitte voor volksfederalisme en voor aanleunen bij de Duitse cultuur. Met dit pro-Germanistisch standpunt stond hij in de vrijzinnige V.B. vrij geïsoleerd. Deze sympathie was nochtans niet louter ideologisch, ze liep parallel met bewondering voor de superioriteit van de Duitse historische eruditie.

Werken

De la race et de sa part d'influence dans les diverses manifestations de l'activité des peuples, 1868; 
Le siècle des Artevelde, 1879; 
Les origines de la population flamande, 1885-1886.

Literatuur

P. Fredericq, Schets eener geschiedenis der Vlaamsche Beweging, I, 1906; 
H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse gedachte, III, 1964; 
C. Wyffels, 'Vanderkindere, Léon', in NBW, XIII, 1990; 
K. Wils, 'Tussen metafysica en antropometrie. Het rasbegrip bij Léon Vanderkinderen', in M. Beyen en G. Vanpaemel (red.), Rasechte wetenschap? Het rasbegrip tussen wetenschap en politiek vóór de Tweede Wereldoorlog, 1998, p. 81-99.

Auteur(s)

Walter Prevenier