Vanaudenhove, Omer

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Diest 3 december 1913).

Stamde uit een liberaal gezin en werd in 1931 voorzitter van de plaatselijke Liberale Jonge Wacht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Vanaudenhove lid van het verzet. Hij werd reeds jong liberaal senator en daarna minister van openbare werken en wederopbouw in de regering-Achille van Acker (1954-1958) en in de regering-Gaston Eyskens (1958-1961). Hij was burgemeester van Diest van 1947 tot 1958, en opnieuw vanaf 1976. Na de Tweede Wereldoorlog deed hij diverse radicale anti-collaboratieuitspraken. Hij was lid van de Vereniging voor Nederlandstalig Vrijzinnig Hoger Onderwijs (VNVHO, gesticht op 21 december 1955), medeondertekenaar van het schoolpact en volgde daarna Roger Motz op als voorzitter van de liberale partij. Zijn kandidatuur werd gesteund door het Liberaal Vlaams Verbond (LVV), dat hoopte dat Vanaudenhove een tegenwicht zou vormen voor de liberale Fransstalige Brusselaars. In de periode 1961-1968 steunde de liberale partij vooral op de nogal strak-autoritaire leiding van Vanaudenhove. Op het partijcongres van 8 oktober 1961 gaf hij de partij een nieuwe naam, Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV), en een nieuw programma. Met dit programma werd het antiklerikalisme definitief afgezworen en werd toenadering gezocht tot de rechtse vleugel binnen de Christelijke Volkspartij. Er werden ook enkele Vlaamsgezinde jongeren aangetrokken, zoals Herman Vanderpoorten, Frans Grootjans, Willy de Clercq en August de Winter. Met deze partijvernieuwing wilde Vanaudenhove ook de anti- collectivistische en de unitaristische krachten verenigen.

Bij de parlementsverkiezingen van 1965 forceerde de PVV een doorbraak toen ze van 20 naar 48 Kamerzetels sprong. Na deze overwinning wilde Vanaudenhove een gemeenschappelijk PVV- standpunt inzake de taalvraagstukken uitwerken en de gezamenlijke onderhandelingen hieromtrent leidden op 22- 23 januari 1966 tot het Taalcompromis van Luik. Dit compromis bevatte enkele duidelijke toegevingen aan de Franssprekende liberale Brusselaars en wenste enkele punten van de taalwetgeving van 1962-1963 te herzien. Terwijl Vanaudenhove op basis van dit compromis een wetsvoorstel indiende, ontstond binnen zijn eigen partij Vlaams verzet (onder anderen van LVV-leider D'Haeseleer en de ministers Grootjans en Vanderpoorten). Vanaudenhove reageerde zeer krachtig tegen deze Vlaamse dissidentie en trachtte op het PVV-congres van 29 september en 1 oktober 1967 de eenheid te herstellen. Hij neutraliseerde het LVV en de sociale organisaties binnen de PVV en stelde het nieuwe programma voor. Met dit programma sloeg de PVV een rechts-unitaire koers in en verdedigde het een versterking van de uitvoerende macht.

Bij de verkiezingen van 1968 voerde de PVV een campagne die opvallend gebaseerd was op de persoon van Vanaudenhove en diens belgicistische standpunt, in een klimaat waarin de kwestie 'Leuven Vlaams' de gemoederen zeer beroerde. De PVV boekte met dit radicaal unitaire programma dan ook verlies, terwijl de communautair gerichte Volksunie en het Front démocratique des Francophones-Rassemblement wallon winst boekten. Na deze nederlaag ontstond meteen verdeeldheid binnen de PVV en een zwaar teleurgestelde Vanaudenhove nam op 13 september 1968 ontslag als PVV- voorzitter. Op 10 mei 1970 stichtte hij te Diest een tweede politieke verruiming onder de naam Levende Democratie. In 1974 trok hij zich terug uit de actieve politiek. Hij stichtte in 1975 samen met Pierre Wigny en Alfons Vranckx het Studiecentrum voor Institutionele Hervormingen. Deze organisatie, waarvan hij voorzitter was, bestudeerde de mogelijke vernieuwingen van de politieke instellingen met als doel te komen tot een nieuw unitair België.

Literatuur

Omer Vanaudenhove gebelgd, 1990; 
'Omer Vanaudenhove bij "150 jaar liberalisme" in de bloemen', in De Nieuwe Gazet (14 mei 1990).

Verwijzingen

zie: Belgisch nationalisme.

Auteur(s)

Nico Wouters