Van Oye, Eugeen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Torhout 3 juni 1840 – Gistel 4 juni 1926).

Groeide op in een katholiek, liberaal en Franstalig artsengezin en deed er een grote liefde voor muziek op. Van Oye volgde van 1854 tot 1858 onderwijs aan het Klein Seminarie van Roeselare, waar Guido Gezelle hem liefde voor de Nederlandse taal bijbracht en hem inwijdde in de dichtkunst. Hij sloot er met Hugo Verriest een vriendschap voor het leven. Gezelle's wens dat Van Oye priester zou worden, ging niet in vervulling. Noch Van Oye, noch zijn vader dacht in die richting. Zijn vader haalde hem uit Roeselare weg en liet hem onderwijs volgen te Torhout aan de landbouwschool (1858-1860). Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven, maar besteedde meer tijd aan de dichtkunst, de muziek en de taalstrijd. Hij was er lid van Met Tijd en Vlijt. In 1866 vertrok hij naar Gent, waar hij in 1870 afstudeerde. Hij had daar contact met liberale vrienden als Julius Sabbe en Max Rooses en was lid van 't Zal wel gaan en van De Tael is gan(t)sch het Volk. Van Oye combineerde een diepe katholieke gelovigheid met een liberale geesteshouding.

Na als arts voor het Rode Kruis in de Frans-Duitse oorlog gewerkt te hebben, vestigde hij zich in 1871 als huisarts in Oostende. Naast zijn werk als arts publiceerde hij wel op medisch gebied, maar zijn ware belangstelling was gericht op zijn dichtwerk, zijn toneelwerk en de muziek. Hij had veel contact met Peter Benoit. Via zijn uit Duitsland afkomstige echtgenote, Maria Rumschöttel, leerde hij het werk van Richard Wagner kennen en propageerde dat in Vlaamse kringen.

Zijn Vlaamsgezindheid kreeg door zijn betrekkingen met Duitsland een Germaanse inslag. Hij werkte mee aan het tijdschrift Germania en zijn vriendschap met de protestanse Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, predikant te Gent, versterkte die tendens nog en heeft zeker zijn belangstelling voor het panscandinavisme van C. Ploug en B. Bjørnson aangewakkerd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos Van Oye voor het activisme en tegelijk voor de door Domela en anderen te Gent gepropageerde Jong-Vlaamse richting, die uiteindelijk een zelfstandig Vlaams koninkrijk wenste met de daarbijbehorende nauwe politieke en economische banden met Duitsland. Van Oye, geen vergadermens en geen man met politiek vernuft, liet zich aanvankelijk meeslepen. Hij werd zelfs voorzitter van de landelijke organisatie van Jong-Vlaanderen, maar trad in 1917 af. Hij wenste geen speelbal te zijn en de betrekkingen met Domela en met Emile Dumon verkoelden. Wel liet hij zich in april 1918 op een Jong-Vlaams congres nog tot erevoorzitter benoemen. Politieke functies heeft hij echter niet vervuld. Hij ontkwam in november 1918 echter niet aan een arrestatie, maar werd uiteindelijk vrijgesproken door het assisenhof te Brugge. Een gloedvol pleidooi van zijn vriend Verriest zal daar debet aan geweest zijn. Zijn ambt mocht hij echter niet meer uitoefenen en zijn zetel in de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde werd hem ontnomen.

Zijn betekenis ligt met name in de culturele rol die hij gespeeld heeft in de kring van jonge literatoren rond Gezelle en van muziekliefhebbers rond Benoit.

Werken

Artikelen in Vlaamsche Kunstbode; Dietsche Warande en Belfort; Biekorf; 
liederen gecomponeerd door P. Benoit, E. Keurvels, K. Mestdagh, A. Meulemans, E. Tinel, O. van Durme en H. Waelput; 
De Vlaamsche Bewegingen, z.j. (redevoering); 
Mijnheer Marguery en het Vlaams, door een Vlaming geschreven, 1864; 
gedichten: Morgenschemer, 1874; 1302. Hymne aan Breidel en De Coninc, 1887; Vonken en Stralen, 1889; 
toneel: Balders dood, 1909; Godelieve van Gistel, 1910; 
De Griekse metriek in de Nederlandsche dichtkunst, 1911; 
Mijn gevangenis, 1923; 
In memoriam Hugo Verriest, 1923.

Literatuur

A. Walgrave, 'Tot nagedachtenis van Eugeen van Oye (1840-1926)', in Dietsche Warande en Belfort (juli 1926), p. 625-637; 
J. Muls, 'Dr. Eugeen van Oye', in Vlaamsche Arbeid (1926); 
J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, 'Persoonlijke herinneringen aan dr. E. van Oye', in Dietsche Gedachte (april-mei 1927), p. 133-136 en 147- 149; 
H. Dekeyser (e.a.), Huldeboek Dokter Eugeen van Oye, 1970; 
J.J.M. van Westenbroek, 'Eugeen van Oye', in NBW, IV, 1970; 
L. Buning, Het strijdbare leven van J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard. Vlaming door keuze, 1976; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.

Auteur(s)

Lammert Buning; Pieter van Hees