Van Mechelen, Frans

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Turnhout 26 april 1923).

Was de zoon van een douanier, volgde humaniora aan het Sint- Victor Instituut in Turnhout (1935-1941). Van Mechelen begon in 1941 dankzij een beurs van de Bond van Grote en van Jonge Gezinnen (BGJG) de studies van burgerlijk ingenieur aan de Katholieke Universiteit Leuven. Uiteindelijk behaalde hij niet het einddiploma van ingenieur, maar studeerde in 1945 wel af als baccalaureus in de thomistische wijsbegeerte en werd in 1952 doctor in de sociale wetenschappen. Van Mechelen begon zijn loopbaan als redactiesecretaris bij Het Nieuws van den Dag (1950-1951). Na enkele jaren als ambtenaar op het ministerie van arbeid gewerkt te hebben, volgde zijn benoeming tot docent (1954-1955) en later hoogleraar (1959) aan de KUL. Tot 1988 doceerde hij er demografie en methodiek van het sociaal onderzoek.

Van het midden van de jaren 1965 trad Van Mechelen op het politieke voorplan en was van 1965 tot mei 1976, als man van het Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond, Kamerlid van het arrondissement Turnhout voor de Christelijke Volkspartij. Van 1968 tot 1972 was hij minister van Nederlandse cultuur en deed toen tijdelijk afstand van zijn voorzitterschap van de BGJG, een functie die hij reeds vanaf 1961 en tot op heden bekleedt. Vanaf het begin speelde hij in de BGJG een belangrijke rol in de splitsing van de organisatie tot een autonome Vlaamse en Waalse vereniging.

Van Mechelen stond van jongs af in de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Tijdens zijn middelbare studies was hij bondsleider van de Katholieke Studentenactie – Jong Vlaanderen afdeling Turnhout (1938-1941). In Leuven schreef hij als bestuurslid van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond bijdragen in De Goedendag en kwam hij onder invloed van de Groot-Nederlandse gedachte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van het Dietsch Studenten Keurfront en werd hiervoor na de bevrijding drie weken opgesloten. Reeds in 1947 nam hij het initiatief tot de oprichting van het solidaristische weekblad Branding. Tijdens de jaren 1950 publiceerde hij talrijke bijdragen in tijdschriften en in dagbladen zoals De Standaard rond werkverschaffing in Vlaanderen (hij was een groot voorstander van de streekeconomiegedachte), de vernederlandsing van het bedrijfsleven en het gebruik van een beschaafde omgangstaal in Vlaanderen. In 1957 verscheen bij het Davidsfonds zijn boek De ontwikkeling van de volkskracht in Vlaanderen, waarin hij de sociaal- economische en culturele problematiek in Vlaanderen uiteenzette. Verder was hij stichtend lid van de Stichting-Lodewijk de Raet (1950) en medeoprichter van de Vereniging van Vlaamse Professoren (1964).

Als lid van de commissie Basijn, die de regering moest adviseren inzake een talentelling in 1960, nam Van Mechelen ontslag omdat hij meende dat een objectieve telling niet mogelijk was. In 1961 was hij de eerste voorzitter geworden (tot 1968) van de Commissie van Advies inzake Nederlandse Culturele Centra, een initiatief dat paste in wat hij zelf 'cultuurfederalisme' noemde.

Als minister startte Van Mechelen een Vlaamse aanwezigheidspolitiek in het Brusselse, door de inplanting van culturele centra in de gordel van Vlaamse randgemeenten rond Brussel. Dit was een tactiek die hij als hoofd van de Studiegroep voor Cultuurbevordering zelf had voorgesteld. In de lijn van diezelfde Vlaamse aanwezigheidspolitiek stimuleeerde hij de oprichting in 1966 van het Contact- en Cultuurcentrum Brussel, realiseerde hij een volwaardig Nederlands kunstonderwijsnet in Brussel, organiseerde hij op 16 maart 1969 een colloquium over de Nederlandstalige jeugd te Brussel (wat leidde tot de oprichting van de Agglomeratieraad voor de Nederlandstalige Brusselse Jeugd) en liet hij in 1971 twintig Nederlandse speelterreinen en vier jeugdhuizen inrichten.

Herhaaldelijk kwam Van Mechelen tijdens zijn periode als minister in conflict met zijn Franstalige ambtsgenoot, Albert Parisis, omtrent het budget voor elk van de departementen cultuur. Uiteindelijk wist hij de evenredige budgettaire verdeling af te schaffen en te vervangen door een voor de Vlamingen voordeliger oplossing. Onder zijn ministerschap werd de administratie van het BLOSO (Bestuur voor Lichamelijk Opvoeding, Sport en Openluchtleven) gesplitst in een Nederlands- en Franstalige afdeling. Door de grotere autonomie kon het ministerie van Nederlandse cultuur in het buitenland een politiek met een Vlaamse nadruk voeren, wat zich uitte in tentoonstellingen van Vlaamse schilderkunst in Parijs, Stockholm, Madrid, Londen, New York en Japan. In het binnenland kwamen in 1969 onder zijn ministerschap het Ballet van Vlaanderen en de Kleinkunstacademie tot stand, terwijl ook de begroting voor film en jeugdvolksontwikkeling werd verhoogd. Tevens ijverde hij als minister voor samenwerking met Nederland, bijvoorbeeld via de gelijkschakeling van bepaalde diploma's en tijdens de mislukte spellingsdiscussie. Hij deed ook als eerste het voorstel ter oprichting van een Academie voor de Nederlandse Taal, wat pas in 1980 met de oprichting van de Nederlandse Taalunie volbracht zou worden.

In 1987 wees Van Mechelen als voorzitter van BGJG op de gevaren van de dalende geboortecurves in Europa en Vlaanderen en pleitte hij voor een beleid waarbij opnieuw geïnvesteerd zou worden in kinderen. In de jaren 1990 was hij een voorstander van een verregaande federalisering, ook inzake sociale zekerheid. Tevens bleef hij ijveren voor nauwe banden met Nederland.

Werken

De ontwikkeling van de volkskracht in Vlaanderen, 1957; 
Arbeidsmogelijkheden in eigen streek, 1958; 
Waarom Vervlaamsing van het bedrijfsleven?, 1958; 
Lodewijk De Raet en de hedendaagse sociaal-economische problemen in Vlaams-België, 1960; 
De Brusselse Randgemeenten, 1964; 
Colloquium Nederlandstalige Jeugd-Brussel, 1969; 
Het Kultureel Centrum, 1970; 
Sterft Europa uit?, 1987.

Literatuur

21 maanden Nederlandse cultuurbeleid voor Brussel-hoofdstad, 1970; 
'Over het algemeen Cultuurbeleid', in Open Deur (1972); 
Frans van Mechelen, de man die het doet, 1972; 
H. Camps, 'Frans van Mechelen. Ook Kultuurautonomie is nog niet aan eindfaze toe', in Het Belang van Limburg (12 december 1972); 
D. Billiet, 'Newsletter sprak met Frans van Mechelen', in Newsletter (november 1973); 
H. Camps, 'Een avondje met Frans van Mechelen', in Het Belang van Limburg (3 december 1977); 
P. Leemans, 'Professor Frans Vanmechelen, voorzitter BGJG. De klassenstrijd van morgen gaat tussen jong en oud', in Het Belang van Limburg (23 april 1988); 
Maatschappelijke uitstraling van sociale wetenschappen. Vriendenboek Dr. Frans Mechelen, 1988; 
H. Gaus (ed.), Politiek Biografisch Lexicon, 1989; 
P. van den Driessche, 'Voor oud-minister Frans van Mechelen betekent België weldra weinig meer dan rituele band', in De Standaard (11 juni 1991).

Verwijzingen

zie: federalisme.

Auteur(s)

Nico Wouters; Petra Gunst