Van Droogenbroeck, Jan A.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Amands 17 januari 1835 – Schaarbeek 27 mei 1902).

Behaalde in 1854 het onderwijzersdiploma aan de Rijksnormaalschool van Lier. Van Droogenbroeck gaf les, onder andere te Leist, Schoten, Breendonk, Sint-Gillis-Brussel en Schaarbeek. Van 1877 tot 1902 was hij ambtenaar, eerst bij het Bureau des Affaires flamandes van het Algemeen Bestuur van Letteren, Wetenschappen en Kunsten, dat onder het ministerie van binnenlandse zaken ressorteerde.

Van Droogenbroeck leidde een veelzijdig leven. Als onderwijzer was hij betrokken bij de oprichting van de Onderwijzersbond (Mechelen 1857) en de Ligue de l'Enseignement (Brussel 1864). In de hoofdstad was hij actief in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij werd in 1861 lid van Vlamingen Vooruit en sprak op de meetings die ten tijde van de zaak-Jacob Karsman (1863-1864) de wantoestanden op taalgebied hekelden. Vooral met de pen illustreerde Van Droogenbroeck zijn talent (pseudoniem: Jan Ferguut). In de eerste plaats pleegde hij journalistiek werk voor De Toekomst (1860-1891), Ons Volk Ontwaakt, Noord en Zuid, het Nederlandsch Tijdschrift, het Nederlandsch Museum, de Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle, De Vlaamsche School en De Zweep. Van Droogenbroeck dichtte ook. Zijn poëzie, die in de vergeethoek raakte, werd door de tijdgenoten als "taalvuurwerk" bestempeld en inspireerde andere dichters. Hij had eveneens belangstelling voor de Plat-Dietse poëten. Het oeuvre van sommigen dezer Noord-Duitse dichters hertaalde hij in het Nederlands.

Van Droogenbroeck was lid van verschillende toneel- en letterkundige genootschappen, onder andere van Met Tijd en Vlijt (vanaf 1864), van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KVATL) (vanaf 1886), van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (vanaf 1887) en van de Brusselse maatschappijen De Wijngaerd en De Morgenstar. Hij was secretaris van het Leescomiteit tot aanmoediging van de Nederlandse tooneelletterkunde (1878-1902) en lid van de jury van de Vijfjaarlijkschen Wedstrijd voor Nederlandsche Letterkunde (1880-1884). In 1902 was hij gedurende korte tijd ondervoorzitter van de KVATL.

Werken

Makamen en Ghazelen, Proeven Oostersche Poëzie, 1866; 
Dit zijn zonnestralen. Gedichten voor Onze Vlaamsche Jeugd, 1873.

Literatuur

J.V., 'Dichter Jan A. Van Droogenbroeck', in Ons Volk Ontwaakt, jg. 13, nr. 24 (12 juni 1927), p. 370-372; 
'Jan Van Droogenbroeck', in Volksgazet (18 januari 1960); 
J. Muyldermans, 'Levensschets van Jan van Droogenbroeck', in Jaarboek der KVATL (1968), p. 283-386; 
P. Servaes en M. van den Bossche, 'Jan van Droogenbroeck', in Jaarboek der Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant (1971), p. 41-64; 
E. Gubin, Bruxelles au XIXé siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840-1873), 1979.

Auteur(s)

Luc Sieben