Thiry, Antoon J.F.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Leuven 8 september 1888 – Antwerpen 13 juli 1954). Echtgenoot van Martha van Ael, familielid van Huibrecht van Ael.

Was het oudste kind van Frans Thiry, een katholieke onderwijzer die te Korbeek (bij Leuven) een grote rol speelde in het culturele en sociale leven. In 1898 verhuisde het gezin naar Lier, waar vader Thiry aan de Oefenschool van de Rijksnormaalschool van Lier werd verbonden. Antoon behaalde in 1907 het onderwijzersdiploma aan de Rijksnormaalschool van Lier. Net als zijn generatiegenoten onderging Thiry daar de invloed van de letterkundige en flamingantische leraar Lambrecht Lambrechts. In 1903 maakte de 15-jarige Thiry kennis met de toen 17-jarige Felix Timmermans, met wie hij de Lierse tekenacademie bezocht en zijn eerste literaire proeven ondernam, die leidden tot hun gezamenlijke bundel Bagijnhofsproken (1911). In 1908 werd vader Thiry huismeester van de Rijksmiddelbare Normaalschool in Gent, waar zijn zoon voor regent voortstudeerde. In 1913 was Thiry de eerste die in het Nederlands examen aflegde voor de Centrale Examencommissie.

Samen met Marcel Minnaert en Reimond Kimpe vormde Thiry de redactie van het maandblad De Bestuurlijke Scheiding (1914) waaruit kort na het begin van de Eerste Wereldoorlog in Gent het radicale activisme van de Jong-Vlamingen is voortgekomen. Thiry en zijn echtgenote stonden in voor het redactiesecretariaat. Tijdens de oorlog maakte Thiry deel uit van de redactie van het activistische De Vlaamsche Post. Hij behoorde tot de medestanders van Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, die een zelfstandig Vlaams koninkrijk nastreefden, in een groot Germaans verband met Nederland en Scandinavië. Na verloop van tijd distancieerde hij zich van Domela wegens diens eigenmachtige optreden. In 1916 werd hij leraar aan de Rijksmiddelbare Normaalschool in Gent en volgde hij als vrije student cursussen aan de door de Duitse bezetter vernederlandste Rijksuniversiteit (von Bissing Universiteit). Bij de oprichting van de Raad van Vlaanderen werd hij lid en behoorde hij tot de zogenaamde Jong-Vlaamse fractie. In mei 1918 keerde hij terug naar Lier om daar directeur van de Rijksnormaalschool te worden.

Op 9 november 1918 verliet het echtpaar Thiry te samen met het echtpaar Timmermans Lier en week uit naar Nederland. Thiry werd bij verstek ter dood veroordeeld. Na een paar moeilijke jaren, waarin hij trachtte van zijn vruchtbare pen te leven, werd hij in juni 1921 benoemd tot directeur van de bibliotheek te Tiel. Daar bleef hij werken en wonen tot hij in december 1930, na de goedkeuring van de Uitdovingswet in 1929, naar Vlaanderen kon terugkeren. Hij vestigde zich te Mortsel (Oude God) en begon, in samenwerking met zijn echtgenote, een in Nederland voorbereide uitgeverij, Die Poorte. In 1933 stichtte hij de gelijknamige boekengilde. In de Tweede Wereldoorlog (toen een van zijn zonen aan het oostfront streed) gaf Die Poorte onder meer het tijdschrift Westland uit. Thiry geloofde, dat het voor de Vlamingen zaak was, hun plaats te veroveren in het door de Duitsers overheerste Europa. Dat leverde hem na de oorlog een gevangenisstraf van drie jaar op. Nadien hernam hij zijn activiteit als uitgever. Na zijn plotseling overlijden in 1954 hebben zijn echtgenote en twee zonen de zaak voortgezet tot in 1966. In haar 21-jarig bestaan heeft de boekengilde Die Poorte zo'n 130 boeken uitgegeven, waarvan een opmerkelijk groot aantal afkomstig uit Skandinavië en uit Rusland. In essayistisch werk beklemtoonde Thiry graag, bij wijze van voorbeeld voor de Vlamingen, de verbondenheid van belangrijke Skandinavische auteurs met hun volk en taal.

Het eigen literaire werk bestaat grotendeels uit pittoreske kleine-stadsverhalen met folkloristische inslag, vaak vergeleken met bepaalde geschriften van zijn jeugdvriend Timmermans.

Na zijn activistische periode bleef Thiry voorstander van een politiek zelfstandig Vlaanderen en distancieerde hij zich van de Groot-Nederlandse richting. In de weinige van hem bewaarde documenten (veel werd bij de bevrijding in 1944 door tegenstanders vernield) bevindt zich een niet-gedateerde briefwisseling met Joris van Severen uit de jaren 1920, waarin hij zijn ontgoocheling over Nederland uitspreekt: "Hoe langer ik hier in Holland verblijf, des te sterker groeit mijn overtuiging dat Vlaanderen zich op alle gebied – ook het politieke – moet ontwikkelen naar zijn eigen katholieke aard en zeden, los van iedere vreemde invloed en ook niet het minst van Holland (zoals onze grote Guido Gezelle het terecht inzag), want daardoor zou ons Volk groot gevaar lopen zijn machtige levensbronnen – waarvan wij hier in ballingschap de waarde veel meer appreciëren dan ooit te voren en die ons trots alles doen blijven geloven in zijn schone toekomst – zien gedempt te worden."

In 1931 schreef Thiry de in 1932 verschenen roman De Hoorn schalt, waarin hij eensdeels wilde laten zien, dat hij ook een probleemroman aankon, en anderdeels wou uitleggen wat het activisme in zijn optiek was geweest en hoe de houding van zijn medestanders gerechtvaardigd kon worden. De stelling van Thiry luidde, dat het activisme de voortzetting was van de vooroorlogse V.B. In een antwoord op een recensie in het weekblad De Noorderklok, beklemtoonde hij, dat hij voorstander bleef van een zelfstandige staat Vlaanderen, wat niet betekende "dat ik een samen-gaan met Noord-Nederland in een Statenbond niet zou kunnen aanvaarden". De Hoorn schalt was de eerste Vlaamse roman waarin de zaak stelselmatig werd behandeld en was begroot als een trilogie, maar de twee volgende delen werden nooit voltooid. Ook documenten daarover zijn bij de bevrijding vernield of verdwenen.

Werken

De Hoorn schalt, 1932; 
'Brief aan de Redaktie', in De Noorderklok (1932); 
'Kantteekeningen bij "Trouwen" van Gerard Walschap', in Boekengids (januari 1934); 
'Kantteekening bij den hedendaagschen roman', in Boekengids (april 1934); 
'Hoe men schrijver wordt', in Het Boek in Vlaanderen, 1935; 
'Het ontstaan van het activisme te Gent', in DeVlag (1943).

Literatuur

U. de Voorde, 'Idyllisch activisme', in Critisch Bulletin, jg. 3 (november 1932); 
G. Walschap, 'De oude garde valt aan', in Hooger Leven, nr. 7 (18 februari 1934); 
J. Bastiaensen, 'De Lierse verteller Antoon Thiry', in 't Land van Ryen, afln. 1-4 (1955); 
L. Buning, Het strijdbare leven van J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Vlaming door keuze, 1976; 
L. Simons, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen, II, 1987; 
F. Deflo, De literaire oorlog. De Vlaamse prozaliteratuur over de Eerste Wereldoorlog, 1991; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
M. Somers (e.a.), Timmermans en het activisme. Jaarboek Felix Timmermans Genootschap, nr. 19 (1991); 
G. Durnez, 'Denkend aan Antoon Thiry. Drie sterren en een gebroken pijl', in Jaarboek Felix Timmermans Genootschap, nr. 24 (1996).

Auteur(s)

Gaston Durnez