Teirlinck, Isidoor

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Zegelsem 2 januari 1851 – Brussel 27 juni 1934). Vader van Herman Teirlinck.

Studeerde aan de Rijksnormaalschool van Lier, waar hij onder meer leerling was van Domien Sleeckx. Teirlinck was achtereenvolgens onderwijzer te Serskamp, Drogenbos en Sint-Joost-ten-Node en van 1875 af leraar in de wis- en natuurkunde aan de Stedelijke Normaalscholen te Brussel.

Aanvankelijk schreef Teirlinck in samenwerking met zijn zwager Reimond Stijns verhalen, novellen en toneelstukken, onder andere Arm Vlaanderen. Zelf zette hij deze literaire activiteit voort met de uitgave van enkele novellenbundels en romans, waaronder Naar het land van belofte (1894), een romantische evocatie van de toenemende emigratie van Vlaamse gezinnen naar Amerika.

Van zijn eerste publikaties af (1872) bleek zijn belangstelling voor de Vlaamse volkstaal en het volksleven, waaraan hij zich ten slotte helemaal zou wijden. Door zijn systematische, wetenschappelijke studie werd deze autodidact een van de grondleggers van de moderne Vlaamse dialectologie en toponymie, terwijl hij met August Gittée en Alfons de Cock tot de baanbrekers behoorde van de wetenschappelijke beoefening van de volkskunde in Vlaanderen.

Het hele leven en werk van Teirlinck stonden in dienst van de Vlaamse volksverheffing. Dit blijkt niet alleen uit zijn omvangrijke literaire en wetenschappelijke arbeid, doch ook uit zijn richtinggevende pedagogische bijdragen. Bovendien was hij actief lid van verscheidene Vlaamse verenigingen te Brussel zoals de Vlaamse vrijzinnige volksmaatschappij De Veldbloem, het letterkundig genootschap De Distel, waarvan hij een der oprichters was, en het Willemsfonds. Samen met zijn vriend Julius Hoste (sr.) zat hij in de raad van beheer van het Vlaamsch Tooneel te Brussel en behoorde tot de oprichters van de Provinciale Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van Brabant. Reeds in 1900 werd hij benoemd tot corresponderend lid en in 1906 tot werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KVATL). Sedert 1901 was hij tevens lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden. De waardering voor zijn persoon en erkenning van zijn verdiensten bleken onder meer uit het lidmaatschap dat hem werd aangeboden bij de oprichting in 1930 van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie en uit de grootse huldiging bij zijn 80ste verjaardag, waarbij hij werd uitgeroepen tot doctor honoris causa van de Université libre de Bruxelles en hem een huldealbum werd aangeboden. In 1951 werd zijn eeuwfeest plechtig herdacht in de Vlaamse Club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren te Brussel, in de KVATL en tijdens het 19de Vlaamse Filologencongres (Brussel).

Literatuur

Isidoor Teirlinck-album, 1931; 
Huldebetoon ter eere van Isidoor Teirlinck, 1931; 
C. Debaive, 'Bibliographie der werken van Dr. Is. Teirlinck', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1931), p. 1107-1164; 
O. Wattez, 'Leven en werk van Isidoor Teirlinck', in Jaarboek van de KVATL (1935), p. 91-126; 
'Hulde aan Isidoor Teirlinck', in Jaarboek van de KVATL (1949-1950-1951), p. 29-85; 
J. Leenen, 'Isidoor Teirlinck, 1881-1961', in Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Topologie en Dialectologie, jg. 25 (1951), p. 259 e.v.; 
M. Poll, 'I. Teirlinck', in BN, XXXIV, supplément 6, 1968.

Auteur(s)

Raymond Vervliet