Tack, Pieter L.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Humbeek 18 november 1870 – Nijmegen 15 maart 1943).

Studeerde aan het atheneum te Antwerpen en vervolgens aan de universiteit te Gent, waar hij tot doctor in de Germaanse filologie promoveerde. Daarna werd Tack leraar, achtereenvolgens aan de athenea te Hoei, Mechelen en Elsene. Te Gent trad hij op de voorgrond in de kring van de vrijzinnige studenten door zijn actie voor de verspreiding van wetenschap onder het volk, de hogeschooluitbreiding. Samen met Lodewijk de Raet publiceerde hij in Nederlandsch Museum een studie over de University Extension in Engeland. Zo werd Tack de ziel van de Vlaamse leergangen, die van november 1892 af te Gent en later ook in andere steden werden georganiseerd (Hooger Onderwijs voor het Volk). Te Mechelen en daarna te Brussel bleef hij actief in het Willemsfonds en het Algemeen-Nederlands Verbond. Hij maakte zich ook verdienstelijk als schrijver van schoolboeken en novellen.

In de Eerste Wereldoorlog werd Tack een van de hoofdfiguren van het activisme door zijn grote inspanning voor de vernederlandsing van het onderwijs. Met Josué de Decker en de Duitser Walther von Dyck vormde hij een van de commissies die de heropening van de Gentse hogeschool in 1916 voorbereidde; hij werd er benoemd tot hoogleraar in de Nederlandse taalkunde. In hetzelfde jaar werd hij algemeen bestuurder van de afdeling hoger onderwijs van het Vlaams ministerie van wetenschappen en kunsten. Bij de stichting van de Raad van Vlaanderen op 4 februari 1917 werd hij voorzitter. Hij maakte deel uit van de afvaardiging die op 3 maart te Berlijn door de rijkskanselier werd ontvangen. In 1918 werd hij voorzitter van de Commissie van Gevolmachtigden. Als politiek leider slaagde hij er echter niet in de gespannen verhoudingen te beheersen, zodat hij veel kritiek te verduren kreeg. In november 1918 week Tack uit naar Duitsland, doch daarna vestigde hij zich in Nederland. In 1922 werd zijn sollicitatie als leraar bij het rijksonderwijs afgewezen, blijkbaar na tussenkomst van de Belgische regering, doch kort daarna werd hij benoemd tot leraar Nederlands aan de gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) te Middelburg. Hij eindige zijn loopbaan als hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Rooms-katholieke universiteit te Nijmegen, waar hij in 1938 benoemd werd. Uit briefwisseling met Karel Waternaux, Jef Hinderdael en anderen blijkt dat Tack in het begin van de Tweede Wereldoorlog de Nieuwe Orde genegen was.

Literatuur

D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
D. Vanacker en S. van Clemen, 'De dagboeknotities van Josué de Decker (mei 1916)', in WT, jg. 54, nr. 3 (1995), p. 127-151.

Verwijzingen

zie: activisme, Arthur Faingnaert.

Auteur(s)

Hendrik D. Mommaerts; Pieter van Hees