Swighenden Eede

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

geheim eedverbond van Vlaamsgezinde priesters en leken rond Hugo Verriest, dat ontstond omstreeks 1880 en ten doel had een eigen bijdrage tot de V.B. en de studentenbeweging te leveren.

De oudste teruggevonden vermeldingen van de naam "Swighenden Eede" dateren uit 1882. Tweemaandelijks vergaderde het eedverbond bij een van haar leden thuis. Naast Verriest behoorden Alfons van Hee, Amaat Vyncke, Emiel Demonie en Karel Blancke tot de eerste leden. Vyncke was oud-leerling en de vier anderen waren (oud-)leraren van het Klein Seminarie van Roeselare. Aan het hoofd stond Verriest en van 1886 tot 1890 was Demonie ondervoorzitter. Dat de werking geheim werd gehouden, was waarschijnlijk een voorzorgsmaatregel tegen het repressief optreden van de kerkelijke overheid tegen de ontluikende studentenbeweging. De leden waren gebonden door een zwijgplicht en van de onderlinge briefwisseling werden de plaats van afzending en de handtekening verwijderd. Het lied van de Swighenden Eede werd door Hendrik Persyn geschreven. Door het geheimzinnig en afgesloten karakter van het genootschap zijn we bijna uitsluitend op de hoogte van gegevens die betrekking hebben op haar uitgaven en in het bijzonder op De Vlaamsche Vlagge. Over haar andere activiteiten tasten we nog steeds in het ongewisse.

Tot 1890 was de Swighenden Eede de redactie- en beheerraad van De Vlaamsche Vlagge. Dit was mogelijk doordat Verriest in 1877 de schulden en het beheer van dit studententijdschrift had overgenomen. Eind 1884 vervoegden Alfons Depla, Persyn, Aloïs Bruwier, Renaat Adriaens en Emiel Lauwers de rangen van het genootschap. Of August Blancke lid was van de Swighenden Eede is niet zeker. Met de komst van de nieuwe leden hadden 't Manneke uit de Mane en De Vlaamsche Vlagge nagenoeg dezelfde redactie. De redacteurs van 't Manneke uit de Mane noemden zich de Ridders van de Roode Lancie en soms werd met deze benaming de Swighenden Eede bedoeld. Verwijzend naar de boomgaard waarin af en toe werd vergaderd, noemde het genootschap zich ook wel eens de Ridders van de Groene Tente.

In 1890 werd de redactie en het beheer van De Vlaamsche Vlagge toevertrouwd aan de leken Persyn, Depla en Edward van Robays. Persyn bleef de hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge. Vermoedelijk dienden zij als schild voor de geestelijken die van de Swighenden Eede deel uitmaakten. De Swighenden Eede behield het recht om in elk nummer een inleidend artikel te publiceren. Van Robays verving in 1890 Demonie en werd op zijn beurt in 1892 opgevolgd door Cyriel Delaere. In februari 1920 sloot de Swighenden Eede een akkoord met het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS): de Swighenden Eede bleef verder meewerken aan De Vlaamsche Vlagge terwijl het studententijdschrift het orgaan van het AKVS in West- en Oost- Vlaanderen werd. Het akkoord hield slechts stand voor de twee paasnummers van 1920. Vanaf het zomernummer verscheen De Vlaamsche Vlagge opnieuw uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de Swighenden Eede. Na de bisschoppelijke veroordeling van 1925 was het voor Blancke en Persyn duidelijk dat De Vlaamsche Vlagge ofwel moest ophouden te bestaan ofwel stoppen met Vlaams-nationalistische artikels te publiceren. De Vlaamsche Vlagge werd voor een jaar vervangen door Het Pennoen en Berten Catry volgde Persyn op als hoofdredacteur van de Swighenden Eede. Op de Vlaggefeesten van 1925 in Brugge werden de enige drie overblijvende leden (Blancke, Bruwier en Persyn) gehuldigd.

Andere publicaties van de Swighenden Eede waren een brochure over de begrafenis van Albrecht Rodenbach (1880), Vijftig Vlaamsche Liederen (1891) en de brieven van Vyncke (1898). De Swighenden Eede lag ook mee aan de basis van het uitgeven van het weekblad De Nieuwe Tijd (1896-1901).

Hoe lang de Swighenden Eede effectief bleef bestaan, is evenmin geweten. Vermoedelijk kwam de werking van het genootschap ten gevolge van het overlijden van de leden geleidelijk aan stil te liggen en spitste haar activiteit zich toe op De Vlaamsche Vlagge.

Literatuur

K.M. de Lille, Alfons van Hee, 1963; - - L. en L. Vos-Gevers, Dat volk moet herleven. Het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge 1875-1933, 1976.

Auteur(s)

Filip Boudrez