Suenens, Léon J.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Elsene 16 juli 1904 – Brussel 6 mei 1996).

Volgde lager onderwijs in het Nederlands in Boom en Brussel en Grieks-Latijnse humaniora aan het Institut Sainte Marie in Schaarbeek in het Frans. Suenens studeerde van 1921 tot 1928 kerkelijk recht, filosofie en theologie aan de Gregoriana in Rome. Op 4 september 1927 werd hij in Mechelen tot priester gewijd. In 1928 gaf hij enkele maanden les aan het Institut Sainte Marie. Van 1928 tot 1940 was hij leraar filosofie, eerst aan het Klein Seminarie van Mechelen en later aan het Grootseminarie. In 1940 nam hij enkele maanden dienst in het Belgisch leger, waarna hij vice-rector werd van de Katholieke Universiteit van Leuven (KUL). Suenens verving rector Mgr. Honoré van Waeyenbergh tijdens diens gevangenschap. Hij hielp bij de actie om studenten te redden die niet in Duitsland wilden gaan werken en ontving studenten van de door de Duitsers gesloten Université Libre de Bruxelles. In 1945 werd Suenens door Mgr. Ernest-Joseph van Roey tot hulpbisschop en vicaris-generaal benoemd. In 1961 volgde hij Van Roey op als aartsbisschop van het bisdom Mechelen. In 1962 ontving hij de kardinaalshoed.

Suenens richtte aan de KUL onder meer het Instituut voor Godsdienstwetenschappen en het Instituut voor Familiale en Sexuologische Wetenschap op. In 1946 stichtte hij de Belgische afdeling van het Marialegioen. Zijn studie Kerk heet Missie (1955) oefende een grote invloed uit op de ontwikkeling van de Kerk en Kloosterleven en apostolaat (1963) bewerkt een modernisering van de actieve vrouwencongregaties. In 1962 werd Suenens lid van de bisschoppelijke commissie en de centrale preconciliaire commissie die het tweede Vaticaans concilie voorbereidden. Tijdens het concilie werd hij een belangrijke woordvoerder van de progressieve strekking in de Kerk. Suenens werd genoemd als mogelijke eerste niet-Italiaanse paus van de moderne tijden. In België voerde hij de regionalisering van het bisdom Mechelen door. Antwerpen werd een onafhankelijk bisdom en het aartsbisdom werd gesplitst in drie gebieden, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en Brussel. Het aartsbisdom heette voortaan Mechelen-Brussel en de kardinaal kreeg ook een verblijfplaats in Brussel.

In 1966 ondertekende Suenens, samen met de andere Belgische bisschoppen, het 'mandement' over de Leuvense universiteit. Hierin verzette het episcopaat zich tegen autonome Nederlands- en Franstalige katholieke universiteiten in Leuven en tegen het vertrek van de Franstalige faculteiten uit Leuven. Deze verklaring veroorzaakte grote ontstemming in Vlaanderen. Op manifestaties hoorde men niet alleen de vroegere slagzin "Walen buiten", maar ook "Suenens buiten". In diverse geschriften werd de kardinaal gevraagd om zijn excuses aan te bieden. In Vlaanderen verdiepte deze zaak de crisis in de Kerk. Er werd de kardinaal verweten dat zijn progressieve opvattingen vooral een 'export-product' waren. Uiteindelijk kwam het tot een koerswijziging, die leidde tot de splitsing van de Leuvense universiteit en de oprichting van een katholieke Franstalige universiteit in Louvain-la-Neuve. In de jaren 1970 zei Suenens dat de Vlaamse bisschoppen in deze zaak duidelijk hadden laten blijken dat ze Vlaamsvoelend waren. Hij meende ook dat het wegvallen van de verouderde kerkstructuren een ruimere houding tegenover elke volksgroep en zeker tegenover de Vlamingen mogelijk gemaakt had.

Suenens had van het tweede Vaticaans concilie de opdracht gekregen zich te wijden aan oecumenisch werk in Engelstalige landen. In de jaren 1970 en 1980 gaf hij een reeks Documenten van Mechelen uit, waarin onder meer het oecumenisch werk en de charismatische beweging aan bod kwamen. In 1979 bood Suenens zijn ontslag als kardinaal aan. Op 4 januari 1980 werd hij opgevolgd door Godfried Danneels. Ook na zijn pensionering bleef hij zich inzetten voor de charismatische vernieuwing en het oecumenisch werk. Na het overlijden van koning Boudewijn in 1993 riep hij samen met kardinaal Danneels een beeld op van een diepgelovige katholieke koning. In 1995 publiceerde hij een boek met uittreksels van privé-brieven en notities die koning Boudewijn vanaf de jaren 1960 tot aan zijn dood schreef met betrekking tot zijn geloof en zijn huwelijksleven.

Werken

Terugblik en verwachting: herinneringen van een kardinaal, 1991; 
Gods onvoorziene wegen: herinneringen van een kardinaal, 1993; 
Koning Boudewijn: het getuigenis van een leven, 1995.

Literatuur

J. Florquin, Ten huize van..., VIII, 1972; 
K.-H. Fleckenstein en L.J. Suenens, Voor de Kerk van morgen: gesprekken met kardinaal Suenens, 1979.

Auteur(s)

Gaston Durnez; Nele Bracke