Stuiveling, Garmt

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Stroobos 21 december 1907 – Hilversum 11 mei 1985).

Was een Groninger met Friese invloeden, die Nederlands studeerde aan de Rijksuniversiteit te Groningen en promoveerde in 1934, na twee jaar als dienstweigeraar te hebben gewerkt op het Centraal Bureau voor de Statistiek (1932-1934). Stuiveling werd leraar in Hilversum, in 1939 privaatdocent in Utrecht, in 1951 hoogleraar in de taalbeheersing aan de universiteit van Amsterdam en in 1956 tevens hoogleraar in de Nederlandse letteren aldaar. In 1972 nam hij zijn ontslag. Hij was ook medestichter van het Humanistisch Verbond, stond als lid van de Partij van de Arbeid enige tijd actief in de politiek en was van 1957 tot 1972 voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen.

Stuiveling, die al vroeg actief was in de Sociaaldemocratische Studentenclub en sterk de invloed van Henriëtte Roland Holst onderging, debuteerde in 1931 met de dichtbundel Elementen, waarin socialistische verzen afwisselen met natuurlyriek. In zijn latere poëzie spelen het wereldbeschouwelijke en het rationele element een grote rol, al is de emotie er niet in afwezig. Als literair-historicus heeft hij belangrijk werk geleverd, zowel door het uitgeven van volledige werken (Multatuli, Louis Couperus, Jacques Perk, Herman Gorter, Gerbrand Bredero) als door een groot aantal studies en essays en door een literatuurgeschiedenis, Een eeuw Nederlandse letteren (1946), waarin de scheiding tussen Noord- en Zuid-Nederlandse literatuur werd opgeheven. In Uren Zuid (1960) bundelde hij artikelen over Vlaamse schrijvers en in 1973 schreef hij een magistrale inleiding voor het vierde deel van het Verzameld Werk van Stijn Streuvels, die tot het beste behoort wat er over deze West-Vlaming geschreven is.

Stuiveling had ook vele andere banden met Vlaanderen. Als literair-criticus bij de VARA besprak hij geregeld Vlaams werk en interviewde geregeld Vlaamse auteurs. Behalve met Streuvels had hij contact met Willem Elsschot en met collega's als Ger Schmook en Antonin van Elslander. Hij onderhield verder betrekkingen met Lou Nagels van uitgeverij Heideland te Hasselt, met uitgeverij Angèle Manteau (Brussel) en met Story-Scientia (Gent). Zelf hield hij in Vlaanderen talloze voordrachten en openbaarde door zijn welsprekendheid voor tal van Vlamingen de luister van de Nederlandse taal en de eenheid van het Nederlandse cultuurgebied, net zoals Anton van Duinkerken dat deed. Zo sprak hij op de Hendrik Conscience-herdenking in 1962, gaf gastcolleges te Gent in 1963 en werd in dat jaar buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Ook als voorzitter van de Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren heeft hij steeds geijverd voor de culturele integratie van Noord en Zuid. Stuiveling was redactielid van het Nieuw Vlaams Tijdschrift en buitengewoon lid van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen.

Werken

Bibliografisch overzicht in Weerwerk. Opstellen aangeboden aan prof. dr. G. Stuiveling ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, 1973.

Literatuur

J. Florquin, Ten huize van..., VII, 1972; 
G.W. Huygens, 'Garmt Stuiveling', in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 1985- 1986 (1987), p. 131-155.

Auteur(s)

Joos Florquin; Pieter van Hees