Stocké, Evarist

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Nazareth 5 december 1872 – Gundelsheim 16 december 1944).

Studeerde na de humaniora aan het college te Roeselare geneeskunde aan de Leuvense universiteit en vestigde zich als arts te Beveren-Waas. Stocké specialiseerde zich in de oogheelkunde als assistent in het Charité-ziekenhuis te Berlijn en vestigde zich daarna als oogarts te Gent.

Hij was een sociaal bewogen, impulsief man, die geloofde in de noodzaak van een Groot-Germaanse volksgemeenschap en van de verspreiding en ontwikkeling van volkshogescholen. In de V.B. nam hij een radicaal standpunt in. Hij raakte bevriend met Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard en lid van het Katholiek Vlaamsch Oud-Hoogstudentenverbond van Oost-Vlaanderen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Stocké in het begin afzijdig van het activisme, maar later werd hij een ijverig lid van Jong-Vlaanderen. Daar maakte hij deel uit van de interne studiegroep voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Met Jong-Vlaamse steun zou hij hoogleraar worden, maar de leerstoel voor oogheelkunde ging echter naar Reimond Speleers. Op 4 februari 1917 werd hij lid van de Raad van Vlaanderen en later ook van de Uitvoerende Commissie van de Raad. In de Raad was hij leider van de 'Gentse' bank. Wanneer zijn Duitsgezindheid op straat werd gehekeld, aarzelde hij niet om de betrokken personen door de Duitse krijgsraad tot gevangenisstraf te laten veroordelen en te laten deporteren.

Stocké was een bekend katholiek en zou al in 1916 in contact komen met de Duitse katholieke politicus M. Erzberger die hoopte Vlaanderen in het Duitse Rijk te kunnen opnemen als een 'katholieke' bondsstaat. Stocké pleitte niet voor annexatie maar wel voor nauwe economische en militaire banden zodat Vlaanderen een Duitse satellietstaat zou worden. Hij was een van de medewerkers van Konrad Beyerle die de betrokkenheid van de katholieken in het activisme moest zien te vergroten. Stocké gaf tussen 3 juni 1917 en 11 november 1918 het katholieke activistischgezinde Gentse dagblad De Morgenbode uit. Stocké werd een van de drijvende krachten achter de propaganda in het Gentse en via een Gouwraad – waarvan hij voorzitter werd – hoopte hij heel de provincie in het activistische bereik te krijgen en op termijn de Oost-Vlaamse provincieraad te vervangen.

Bij de Duitse ineenstorting in het najaar van 1918 week Stocké met zijn gezin uit naar Duitsland, waar het te Düsseldorf opgevangen werd. Door toedoen van Erzberger kreeg hij een vergunning om een oogheelkundige praktijk uit te oefenen. Hij liet zich tot Duitser naturaliseren en poogde nog Duitse steun te vinden voor het anti-Belgische weekblad Vlaanderen (1922-1933).

Literatuur

L. Buning, 'Stocké, Evarist', in NBW, VII, 1977; 
L. Vandeweyer, 'De hoop op een Duitse revanche- oorlog. De voorbereiding van de kollaboratie door de Vlaams-nationalisten rond het weekblad Vlaanderen (1922-1934)', in Bijdragen van het Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, jg. 12 (mei 1989), p. 207-228; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
L. Vandeweyer, 'Kiezen tussen Kardinaal en Kaiser. Vlaamse katholieke activisten tijdens de Eerste Wereldoorlog', in Trajecta, jg. 5, nr. 2 (1996), p. 134-155.

Auteur(s)

Luc Vandeweyer