Stijns, Reimond

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Mullem 10 mei 1850 – Sint-Jans- Molenbeek 12 december 1905).

Studeerde aan de bisschoppelijke normaalschool te Sint-Niklaas en werd onderwijzer, achtereenvolgens te Bevere, Mullem en Sint-Jans-Molenbeek. In 1884 werd Stijns aangesteld als studiemeester aan het Koninklijk Atheneum te Brussel, waar hij in 1890 werd benoemd tot leraar Nederlands.

Stijns speelde een actieve rol in het Vlaams geestelijk leven in het verfranste Brussel. Hij was een der medestichters van het letterkundig genootschap De Distel en actief lid van Het Taelverbond. Hij was ook een van de eerste bestuurders van het door Hippoliet Meert in 1895 te Brussel opgerichte Algemeen-Nederlands Verbond. Samen met zijn broer Prosper en zijn vriend Jan-Matthijs Brans richtte hij het letterkundig tijdschrift Onze Vlag op. Aan nagenoeg alle belangrijke Vlaamse tijdschriften die gedurende het laatste kwart van de 19de eeuw verschenen, heeft hij zijn medewerking verleend.

Aanvankelijk schreef hij (tot april 1884) in samenwerking met zijn zwager Isidoor Teirlinck verhalen, novellen en ook drie toneelstukken in de romantische idyllische traditie van Hendrik Conscience. De antiklerikale tendensroman Arm Vlaanderen (1884) betekende het hoogtepunt en tevens het einde van deze literaire samenwerking. Deze roman is een belangrijk sociaal document als tafereel van de schoolstrijd in Vlaanderen na de wet van 1879. Het is een aanklacht tegen de armzalige sociale toestanden van de Vlaamse boer en arbeider, uitgebuit door de 19de-eeuwse adel, die hij eveneens hun minachting voor de Vlaamse taal verwijt. Stijns' proza evolueerde steeds verder in de richting van het realisme en romans als Ruwe Liefde (1887) en In de Ton (1891) zijn de eerste uiting van het naturalistisch streven in de Vlaamse letterkunde. Het naturalisme brak definitief door in Hard Labeur (1904) en Arme Menschen (een onvoltooide roman, postuum gepubliceerd door Herman Teirlinck). In al deze werken komt de wil van de schrijver tot uiting om ons de grauwe werkelijkheid van het arme Vlaanderen te tonen.

Stijns' werk werd pas naar waarde geschat door de jongere generatie van Van Nu en Straks, die hem de plaats gaf die hem toekomt: die van schakel tussen de romantici en bezadigde realisten van na 1830 en de jongeren van na 1890.

Literatuur

H. Grosemans, 'Studie over Reimond Stijns als Novellen- en Romanschrijver', in Tijdschrift van het Willemsfonds (1898), p. 354-370; 
F.V. Toussaint van Boelaere, Zurkel en Blauwe Lavendel, 1926; 
L. Baekelmans, Vier Vlaamsche Prozaschrijvers, 1931; 
G. Toebosch,'Stijns, Reimond', in BN, XXXIV, 1968, kol. 734-740; 
J. Sarens, R. Stijns (Oostvlaamse literaire monografieën, nr. 20, 1981); 
H. Desmet, 'Arm Vlaanderen. Een hybridische roman uit de periode rond de eeuwwisseling', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL, nr. 2 (1984); 
M. Rutten, 'Voorgeschiedenis van Van Nu en Straks. 1888-1893', in M. Rutten en J. Weisgerber, Van "Arm Vlaanderen" tot "De voorstad groeit". 1888-1946. De opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon, 1988, p. 20-22; 
A. Stijns, 'Stijns, Reimond', in NBW, XIII, 1990.

Auteur(s)

Raymond Vervliet