Stichting-Lodewijk de Raet

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

gesubsidieerde instelling van openbaar nut in 1952 ontstaan uit de Vlaamse Volkshogeschoolcursussen (1950-1952).

Tot de initiatiefnemers behoorden Maurits van Haegendoren en Max Lamberty, die een ontmoetingsplaats voor Vlaamsgezinden wilden creëren waar de problemen van de Vlaamse samenleving bestudeerd werden en gezamenlijk naar oplossingen gezocht werd. De resultaten van het studiewerk moesten verspreid worden onder zoveel mogelijk Vlamingen. Hieruit groeide de idee van een Vlaamse volkshogeschool naar Nederlands en Deens model, die zou werken aan "Vlaamse bewustwording en algemeen-culturele vorming voor (jong-)volwassenen in een toekomstgerichte, democratische en pluralistische geest". Lamberty bracht het ideeëngoed van Lodewijk de Raet aan, die in de jaren 1890 een pionier geweest was van de University Extension in Vlaanderen.

De Stichting-Lodewijk de Raet wordt geleid door een raad van beheer en een algemene raad. De werking werd regionaal georganiseerd in 27 pluralistisch samengestelde comités. Van Haegendoren werd – daarbij geholpen door zijn echtgenote Simone Cloot – de eerste voorzitter. In 1968 werd hij opgevolgd door Renaat Roels. Sinds 1998 staat Karel van Goethem aan het hoofd van de Stichting. In 1975 werd de Stichting gereorganiseerd om te beantwoorden aan de vereisten van het decreet op het sociaal-cultureel vormingswerk van de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap dat in 1978 van kracht werd. In elke provincie werd een autonome volkshogeschool van de Stichting-Lodewijk de Raet opgericht, die werkte met een aantal basiscursussen algemene vorming en zich prioritair richtte tot ouderen en vrouwen. De provinciale volkshogescholen wilden bovendien volwassenen die geen hoger onderwijs hadden genoten bereiken. In de tweede helft van de jaren 1990 was de Stichting-Lodewijk de Raet betrokken bij de voorbereiding van het nieuwe decreet op het volksontwikkelingswerk in instellingen, dat onder meer een schaalvergroting inhield. In 1996 besloten de Stichting en de uit haar werking ontstane instellingen tot een fusie.

De Stichting fungeert enerzijds als ontmoetings- en studiecentrum over maatschappelijke problemen en anderzijds als sociaal-culturele vormingsinstelling voor persoonlijkheids- en algemeen-culturele vorming. De Stichting- Lodewijk de Raet is met andere woorden geen strijdorganisatie. Er worden geen moties aangenomen, eisen gesteld of betogingen georganiseerd. Het streven van de Stichting is gericht op geestelijke en culturele verruiming.

De Stichting-Lodewijk de Raet organiseert cursussen, studie- en vormingsweken. In de beginperiode ging een aantal daarvan door in internaatsverband. Naarmate de activiteiten zich uitbreidden en de meest verscheiden gebieden van de sociale, economische, culturele en politieke werkelijkheid bestreken, en dat in het gehele Vlaamse territorium, bleek het wenselijk de cursussen aan te vullen met contactvergaderingen en studiedagen.

De Stichting houdt zich bezig met nationale en internationale vraagstukken. Vlaanderen en de V.B. kwamen vooral in de eerste fase van haar werkzaamheden, toen de Vlaamsgezinden door de oorlogsomstandigheden verdeeld waren, aan de orde. Er werden verscheidene studieweken "Vlaamse Beweging" georganiseerd, die een breed opgezette V.B. en een echte volksbeweging op het oog hadden (1951-1965). De weken waren maatschappelijk georiënteerd en hadden ten doel jonge Vlamingen aan te trekken en de pluralistische samenwerking ten aanzien van de Vlaamse belangen te stimuleren. Ook tijdens de andere cursussen kwamen onderwerpen als "Werkloosheid in de Vlaamse Gewesten", "Ontwikkeling van de Vlaamse Beweging en Cultuur", "Culturele samenwerking in de Lage Landen" (1950), "Economische welvaart en sociale vooruitgang in de Vlaamse Gewesten" (1951), "Vlaanderen te Brussel" (1954 en 1963), "De Nederlandse Cultuur in België" (1956) en "Federalisme, voor en tegen" (1964) aan bod.

In de loop van de jaren verruimde de thematiek van de activiteiten. Er werd meer aandacht besteed aan kadervorming voor het cultureel werk. De sociaal-economische problematiek werd meer op regionaal vlak behandeld. Na het afschaffen van de studieweken "Vlaamse Beweging" in 1965 verminderde de aandacht voor de V.B. niet, maar werd ze benaderd als een 'nationaal' onderdeel van een brede maatschappelijke problematiek die steeds meer door internationale ontwikkelingen beïnvloed werd en vanuit dit kader bekeken diende te worden. Uitgangspunt bleef de concrete situatie van de Vlaamse mens en maatschappij.

In 1970, bij de herdenking van de opstelling van het programma van de Stichting, werd gesteld dat door de grondwetsherziening tal van taken op cultureel, economisch en ander gebied die voorheen door de Stichting werden waargenomen waren overgenomen door allerlei andere organisaties.

In Brussel koos de Stichting in 1970 voor het stimuleren en begeleiden van de democratische samenlevingsopbouw. Op het congres van 5 december 1970 werd het initiatief genomen tot de oprichting van het Centrum voor Samenlevingsopbouw. In de jaren 1970-1975 stond de gemeenschapsorganisatie van de Vlaamse bevolking in de Brusselse agglomeratie en de problematiek van de Vlaamse rand rond Brussel (randgemeenten) hoog op de agenda van de Stichting. Ze hielp bij het oprichten en begeleiden van Vlaamse sociaal- culturele raden in de 19 gemeenten, wat in 1972 leidde tot de oprichting van een overkoepelend en dienstverlenend orgaan, de Agglomeratieraad voor het plaatselijk sociaal-kultureel werk te Brussel (APSKW).

In de jaren 1980 werd de vereniging zonder winstoogmerk De Wakkere Burger opgericht, als voortzetting van de in 1965 op gang gebrachte ondersteuning van de burgerparticipatie in het gemeentebeleid. Daarnaast ontstond ook LEEF-tijd, een vormingsinstelling voor ouderen. In de tweede helft van de jaren 1980 trachtte de Stichting de dialoog over maatschappelijke problemen te bevorderen door middel van het Pluralistisch Gesprekscentrum (tot 1993). Er werden colloquia georganiseerd, waaronder een aantal over de opeenvolgende fasen van de staatshervorming en – voor de Brusselse Vlamingen – over het statuut van Brussel. Ook thema's als "De toekomst van de Vlamingen in de Hoofdstad van de Vlamingen" en "Over de toekomst van Vlaams-Brabant" kwamen aan bod. In het vijfjarenplan 1996-2000 wordt aandacht besteed aan de toekomst van Vlaanderen in Europa, aan bewuste cultuurbeleving en aan een volwaardig democratisch zelfbestuur voor Vlaanderen.

Literatuur

Het Volkshogeschoolwerk in Vlaanderen: De Stichting-Lodewijk de Raet. Eerste Jaarverslag 1950-1952, 1952; 
De Stichting-Lodewijk de Raet en de Vlaamse Volkshogeschool, 1960; 
M. Vanhaegendoren en R. Roels, Ontmoeting en gesprek (Verhandelingen van het tijdschrift Volksopvoeding, 1963); 
R. Roels, 'De volkshogeschool-te-velde', in Belgisch-Nederlands tijdschrift Volksopvoeding, nr. 3 (1964), p. 155-175; 
Stichting-Lodewijk de Raet: 1950/51-1965, 1966; 
M. Lamberty en R. Roels, Vormingsbehoeften en vormingswerk in deze tijd. Krachtlijnen voor de programmering van de Stichting-Lodewijk de Raet in de jaren 1970-75, 1970; 
Jaarverslagen Stichting-Lodewijk de Raet (1953-1974); 
S. Parmentier, Vereniging en identiteit. De opbouw van een Nederlandstalig sociaal-cultureel netwerk te Brussel (1960- 1986) (Taal en Sociale Integratie, nr. 10, 1988).

Auteur(s)

Max Lamberty; Renaat Roels