Stallaert, Karel F.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Merchtem 23 september 1820 – Schaarbeek 24 november 1893).

Werd na de retorica aan het Klein Seminarie van Mechelen (1837) student aan de faculteit wijsbegeerte en letteren in Leuven, waar Stallaert lid werd van Met Tijd en Vlijt. Bij gebrek aan een studiebeurs zette hij in 1838 zijn studie voort aan de Université libre de Bruxelles. Maar de vroege dood van zijn vader dwong hem in 1839 om zijn studie op te geven. Hij werd achtereenvolgens beambte, archivaris en leraar Nederlands in Brussel.

Stallaert vond spoedig een werkterrein in de letteren. Hij werkte mee aan de tijdschriften Wodana, Het Vaderland, De Broederhand, De Vlaemsche Beweging, De Toekomst, De Vlaemsche Stem (1846-1853) en De Zweep. Hij werd lid van de liedertafel Gombert's Genootschap en werkte samen met Victor Delecourt aan een Brabantsch Idioticon. Hij was medestichter van het Nederduitsch Tael- en Letterkundig Genootschap (1842), medeorganisator van het derde Nederlandsch Letterkundig Congres (1855), secretaris van de Brusselse toneelkring De Wijngaerd en penningmeester van het Vlaemsch Midden-Comiteit (1852). In 1855 was hij secretaris van de jury voor de dichtwedstrijd naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van België. Hij schreef en las zijn hele verslag in het Nederlands, wat toen zeer ongebruikelijk was. Hij werd lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in Leiden, secretaris van het genootschap Vlamingen Vooruit, waarvan hij de statuten hielp schrijven in 1858, en van het Comité flamand de France (1859). In 1861 behaalde hij samen met Jan van Beers de eerste prijs in de prijsvraag van Met Tijd en Vlijt (1859) voor het verzamelen van materiaal voor een Algemeen Vlaemsch Idioticon. In 1864 werd hij lid van de spellingcommissie, die adviseerde voor de officiële invoering van de spelling De Vries-Te Winkel (spellingoorlog). In 1884 werd hij lid van de Maatschappy der Vlaemsche Bibliophilen (Gent) en in 1886 van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.

Onder zijn talrijke publicaties dient in elk geval zijn groot werk vermeld te worden, waarmee zijn naam onverbrekelijk verbonden blijft, namelijk het Glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en andere uitdrukkingen. Bij zijn overlijden in 1893 was het woordenboek aan het woord "poer" gekomen. Deze welkome aanvulling bij het Middelnederlands Woordenboek werd in 1977 door F. Debrabandere voortgezet.

Stallaert schreef de feitelijke verdrukking van Vlaanderen in de eerste plaats toe aan de geestelijke apathie van het Vlaamse volk. Boven de godsdienstige en politieke overtuiging stelde hij de sociale en culturele bewustwording van de Vlaming als voorwaarde tot zijn emancipatie. Daarom zette hij zich volledig in als lid van talrijke Vlaamse en culturele verenigingen. Dit verklaart ook zijn talrijke belangwekkende publicaties op historisch, literair en taalkundig gebied. Hij verdedigde de taaleenheid met het Noorden en onderhield nauwe contacten met Nederlandse en Duitse taalkundigen.

Stallaerts bijdrage aan de V.B. ligt geheel in de lijn van de romantische 19de eeuw, namelijk de Vlaming taal- en volksbewustzijn bijbrengen door hem van de rijkdom van zijn taal en cultuur te overtuigen.

Literatuur

J.G. Frederiks, 'F.J. van den Branden', in Biografisch Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche Letterkunde, 1890-1892, p. 751; 
Th. Coopman, 'Karel- Frans Stallaert (1820-93). Een levensbericht', in Jaarboek van de KVTL (1895), p. 70-154; 
J. Vercoullie, 'Stallaert (Charles-François)', in BN, XXIII, 1921-1924, kol. 556- 561; 
E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840-1873), 1979; 
F. Debrabandere, 'Stallaert, K.F.', in NBW, VIII, 1979.

Auteur(s)

Frans Debrabandere