Sint-Thomasgenootschap

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

godsdienstig, cultureel genootschap in diverse Vlaamse steden.

In 1649 werd in de kerk van de dominicanen te Leuven het eerste Sint-Thomasgenootschap opgericht als een geestelijk genootschap ter bescherming van de zedelijke gaafheid van de Vlaamse studenten. Na de heropening van de universiteit, in 1797 vanwege de Franse Revolutie gesloten, werd in 1835 het Sint-Thomasgenootschap opnieuw opgericht maar ditmaal met het Frans als voertaal. De studenten wilden echter een Vlaams Sint-Thomasgenootschap omdat ze het Nederlands als voertuig van het eigen geestelijk leven wensten te gebruiken. Uit vrees voor tweedracht werd dat aanvankelijk door de universitaire overheid geweigerd, maar in oktober 1897 bestond het Vlaams Thomasgenootschap reeds uit 350 leden. Onder leiding van P. van den Wildenberg steeg het aantal leden in 1910 tot 900. Hiertoe had zeker de hernieuwing van de Nederlandse gewijde retorica bijgedragen. In 1899 hield Hugo Verriest er zijn Drie Geestelijke voordrachten. Noord-Nederlandse predikanten werden eveneens uitgenodigd. Als student in wijsbegeerte en theologie te Leuven (1907-1912) was pater Jules Callewaert geregeld in contact met de Vlaamse universiteitsstudenten en hun leiders en volgde hij met belangstelling de maandelijkse voordrachten en het jaarlijkse triduum van het Sint-Thomasgenootschap. In die atmosfeer schreef hij tijdens zijn studiejaren de meeste hoofdstukken van zijn Hoogeschoolleven, waarover hij pas na de oorlog 1914-1918 te Leuven voordrachten zou houden en waarmee hij het Sint-Thomasgenootschap een glorietijd zou bezorgen. Ook te Gent, waar het Sint-Thomasgenootschap eind 1922, begin 1923 werd opgericht, hield hij conferenties.

Na zijn aanstelling in het klooster van Oostende (1912) hervormde pater Callewaert het aldaar bestaande Sint- Thomasgenootschap, dat humanioraleerlingen gedurende de vakanties opving en waar een paar geestelijke oefeningen gedaan werden. Voortaan zouden maandelijkse actuele godsdienstige en moraliserende conferenties worden gehouden, gevolgd door groepsbesprekingen, dit voor elke jeugd buiten de partijpolitieke organisaties om. Na zijn terugkeer uit Ierse ballingschap (1921) begon pater Callewaert met een Sint- Thomasgenootschap aan de Gentse universiteit. Op maandelijkse vergaderingen, waar men ook andersdenkenden uitnodigde, werden de Vlaamse studenten door voordrachten, lessen en persoonlijke contacten ingewijd in de beleving van de moraal en het katholicisme. Behalve een jaarlijkse bedevaart naar Oostakker voerde het Gentse Sint-Thomasgenootschap geen actie naar buiten. Nochtans was het morele gezag en de invloed van flamingant Callewaert op de studenten zeer groot en onderhield hij nauwe contacten met de Vlaamse studentenleiders en professoren. Zeer vaak trad hij op als raadgever voor de Gentse studenten inzake Vlaamse standpunten of kwesties aangaande de vernederlandsing. Telkens wanneer er in de katholieke of kerkelijke milieus van Gent iets op Vlaams gebied gebeurde dat de overheid niet aanstond, werd het Sint- Thomasgenootschap verantwoordelijk gesteld. De reden hiervan was: "Thomas" maakte geen propaganda voor de Katholieke Actie (Katholieke Studentenactie) en bracht geen winst voor de katholieke partij. Callewaert is hiervoor enkele malen bij de bisschop ontboden en bedreigd met opheffing van het Sint- Thomasgenootschap. Dat kwam ook doordat vooraanstaande Vlaams-nationalisten zoals Cyriel Verschaeve en Frans Daels als sprekers optraden. Via dit Sint- Thomasgenootschap, waarin nog de geest van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond leefde, maakte Callewaert zich honderden vrienden onder de afgestudeerden en academici. Het genootschap hield dubbele vergaderingen, een voor intra muros 's avonds en vanaf 1930 een voor spoorstudenten in de namiddag of de vooravond. Callewaert raakte ook verwikkeld in de onrust om het Sint- Thomasgenootschap van Leuven, waar hij geregeld optrad met maandelijkse voordrachten. Hij werd ervan verdacht aanstoker te zijn van de protesten van de Vlaamse studenten tegen de oekazen van de geestelijke overheid (mei 1924-1925). Gerard Romsée was toen voorzitter van het Leuvense genootschap. Toen het Callewaert verboden werd nog op te treden, werd ook het Sint-Thomasgenootschap langzaam onttakeld door het autoritaire optreden van sommige proosten van het Jeugdverbond voor Katholieke Actie. Pater Dries Vervinckt, die leider was van het Sint-Thomasgenootschap Leuven van 1938 tot 1942, heeft het niet meer kunnen redden.

In 1928 richtte pater Callewaert een Sint-Thomasgenootschap op voor de veeartsenijschool van Cureghem. Pater Schroons nam hier de leiding van de vergaderingen in de parochiekerk. Tevens leidde hij een Sint-Thomasgenootschap te Brussel (Leysstraat) voor de Brusselse Vlamingen die te Leuven studeerden. In de jaren 1930-1935 leidde pater Andries te Antwerpen een Sint-Thomasgenootschap voor humaniora-, voor normaalschool- en handelsschoolstudenten, waaruit de Vlaamsgezinde studentenbond De Witte Kaproenen ontstond.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het Gentse Sint- Thomasgenootschap actief: cursussen in plichtenleer en beroepsmoraal; in 1942-1943 een reeks lessen van Callewaert om Rosenbergs mythetheorie te weerleggen. Veertien studenten namen toen ontslag. In 1943 had Callewaert drie Thomasgenootschappen gesticht voor oud-leden te Gent, Antwerpen en Brussel, waar pater Vervinckt de leiding had. Met de bevrijding verdwenen ze alle.

Net zoals alle Vlaamsgezinde organisaties had het Sint- Thomasgenootschap te lijden onder de repressie en verloor het veel leden, zo telde het in 1946 nog 35 actieven. De heropleving kwam met de aanstelling van pater Warnez als moderator, maar ook de geleidelijke heropstanding van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond droeg bij tot het herleven van het Sint-Thomas. Het Sint-Thomasgenootschap Gent evolueerde begin de jaren 1950 naar het Katholiek Universitair Centrum (KUC) en voerde actie voor een studentenparochie. In die jaren stond ook de geestelijke vorming van de studenten centraal, waarbij de klemtoon lag op het lekenapostolaat en het geloofsleven. Met de algemene maatschappelijke laïcisering vanaf de jaren 1960, kende ook de invloed van het KUC aan de Gentse universiteit een serieuze terugval.

In oktober 1947 verscheen het eerste nummer van Thomas, orgaan van het Sint-Thomasgenootschap, Gent. In nr. 7, jg. 10, luidde de ondertitel "Maandelijks orgaan van het KUC". Van nr. 1 van de 23ste jaargang af heette het "Maandblad van het KUC".

Literatuur

P.J.A. Nuyens, Ik heb mijn jeugd bemind, z.j.; 
De strijd der Vlaamse studenten aan de katholieke Universiteit te Leuven Mei 1924-25, z.j.; 
'Het Sint-Thomasgenootschap', in De Rijksuniversiteit en het studentenleven te Gent. Historisch en Actueel, 1949; 
Gedenkbrochure E.P.J. Warnez O.P., 1955; 
L. Elaut, Eskulaperijen: P. Callewaert en de Sint-Thomaskring, 1967; 
P.J.A. Nuyens, P.L.J. Callewaert, 1969; 
E. Opdebeeck, 'He touched my soul', in Oranje, nr. 1 (1970).

Auteur(s)

Pieter J.A. Nuyens; Koen Palinckx

     </text>